Vriendschapszegen

Wat doen we met homoseksuele en lesbische gelovigen die vragen hun vriendschap te vieren en te zegenen?

De Katechismus van de Katholieke Kerk (Utrecht 1995) legt geen vloek op mensen met een homoseksuele aanleg.
Integendeel, iedere vorm van onrecht, onderdrukking of geweld tegen homo's moet worden uitgebannen.
Homoseksualiteit wordt in het algemeen ervaren als iets wat is gegeven, niet iets waarvoor is gekozen.
Tegelijkertijd beschouwt de kerkelijke leer (verlangen naar) seksuele omgang strijdig met de scheppingsorde, omdat ze niet verbonden is met de voortplanting.
Omdat homo's hun instelling niet zelf kiezen, is hun geaardheid een beproeving, zegt de catechismus (zie de artikelen 2357-2359).

Een beproeving? Uit mijn contacten met homo's blijkt dat niet. Natuurlijk, zoals ieder leven kent ook hun leven zijn beperkingen.
En ze hebben te kampen met vooroordelen. Maar over het algemeen beschouwen homo's zichzelf niet als zielig, en vinden ze hun eigen aard (ik spreek hier ook vanuit mijn eigen zijn) goud waard!
Ze zijn trots op zichzelf. Die trots bestaat uit een eigen menselijke bestaanswijze, waarmee je op jouw manier kleur geeft aan het samenleven, aan mannelijkheid en vrouwelijkheid.
Deze bestaanswijze relativeert het absolute heteropatroon van de mannelijke man en de vrouwelijke vrouw. Zij verrijkt de humaniteit, zoals dominee-dichter Hans Rouma dat zo mooi uitdrukt (zie bijvoorbeeld Ieder mens een verhaal, Kok, Kampen 1991).

Zo ervaren gelovige homo's de liefde van de vriendschap positief als een geschenk, en zijn zij de Schepper dankbaar voor de gave van de diepgaande gevoelens die juist binnen hun liefdesrelatie zo intens worden beleefd.

Een aantal van hen vraagt een kerkgemeenschap hun vriendschap te vieren en te zegenen, al of niet in aansluiting op de registratie van hun partnerrelatie of burgerlijke huwelijkssluiting. Ondanks de afwijzende houding van boven, vinden er in ons land in kerken en kapellen toch vieringen plaats waarin deze vriendschappen worden gezegend.
De pastores die daarbij voorgaan, kunnen de verbondenheid die twee mensen beleven als goed en door God gegeven, onmogelijk als verkeerd beschouwen.
Wel ben ik het met Theo Koster eens dat je het geen huwelijk moet noemen `omdat dat alles met kinderen heeft te maken' (Kerugma 47/1, bladzijde 108). Het boekje "Tot zegen bereid" van het Werkverband van katholieke homo-pastores spreekt over een `levensverbintenis'.
De kerk heeft een rijk arsenaal aan zegeningen in uiteenlopende leefsituaties. In aansluiting hierop kan een pastor ruimte maken voor de `vriendschapszegen'. Deze heeft oude papieren, zoals uit het boekje blijkt. Wie zich verder wil verdiepen in de bovenstaande gedachten, moet dit boekje zeker lezen. Het geeft ook voorbeelden van vieringen.

Er zijn ook mannen en vrouwen die buiten het huwelijk om hun leven met elkaar delen en mensen die na een echtscheiding opnieuw trouwen voor de wet, en daarbij vragen om een kerkelijke viering van hun relatie. Officieel trouwen voor de kerk kan dan niet, maar er zijn andere mogelijkheden.

Daarvoor verwijs ik naar het artikel `Gezegend samengaan' in het liturgiebulletin "Doorgeven" van het bisdom Haarlem (jaargang 10 (1996), 3). Het bevat teksten, liederen, gebeden en rituelen voor de samenkomst van twee mensen die een zegen vragen over hun verbintenis. Het is mijn ervaring dat zo'n viering van hart tot hart voor de meeste mensen genoeg is. Het officiële en hoogkerkelijke hoeft voor hen niet.

JOOST KOOPMANS O.S.A.
pastor
Graafseweg 276, 6532 ZV Nijmegen
joost.koopmans@wanadoo.nl