HET VIEREN VAN EEN RELATIE
DE HERAUT JUNI 1995Net zo min als bij een doopgesprek moet je ook bij de voorbereidende besprekingen voor een huwelijk niet vragen: `Waarom willen jullie in de kerk trouwen?' Mensen weten immers al lang wat ze willen. Ze wonen vaak al jaren samen of het gaat over een tweede huwelijk. Ze weten heel goed wat ze te vieren hebben. Je mag na enige tijd wel vragen: Wat hebben jullie in al die tijd voor mooie momenten meegemaakt? De antwoorden die je dan hoort, getuigen ervan dat jonge mensen al een beetje in het Aquariustijdperk leven. Mooie momenten in hun relatie worden benoemd: stilte, genieten van de natuur, ontdekken dat vrijen alles te maken heeft met vrij worden. Sprekend met elkaar ontdek je dat `love' en `loven' (ge-loven) erg op elkaar lijken. Leven, lieven en (ge)loven blijken aan elkaar verwant te zijn.
Dat bleek me onlangs nog. Ik raadde een stel aan om het Hooglied nog eens te lezen. Ze deden het en hun reactie was: `Zo gaan wij al jaren met elkaar om'. En doorvragend verhelderden ze hun opmerking aldus: `God is de cirkel en wij mogen daar middenin staan. Hij is aanwezig in al onze uitingen van liefde.'
Natuurlijk spreekt niet elk bruidspaar een dergelijke taal. Maar telkens opnieuw verbaast het mij dat jonge mensen zelf de
geloofswoorden vinden voor hun huwelijk. Voor mij zijn dat toch tekenen van een nieuw soort denken. Ze hebben die woorden niet in de kerk maar in zichzelf gevonden. God dankend voor hun liefde getuigen zij hoezeer het spirituele en het
lichamelijke voor hen een eenheid zijn. Ze ervaren zich als fragmentjes van de grote universele liefde, zoals Abel Herzberg het zo mooi zegt in zijn novelle Drie rode rozen.
Al luisterend hoor je ook hoe geliefden elkaars wonden genezen. Ze zijn een soort `healers' en ook het nieuwe besef dat man en vrouw gelijkwaardig zijn is meer dan ooit voelbaar. Mensen-van-nu lijken te begrijpen dat man en vrouw twee kanten van één en dezelfde medaille zijn. Zo lezen we het ook in Genesis: `man-vrouw is de mens beeld van God'.Zo is ook rond de viering van menselijke relaties iets terug te horen van het grote mystieke besef dat erotiek en geloof in God heel veel op elkaar lijken. Natuurlijk is dat geen `bewijs' dat het aantal aanhangers van het Nieuwe-Tijdsdenken groeit.
Kaarsen
Kaarsen branden
tot aan de laatste randen.
Tot niets nog rest.
Door vuur verteerd.
Zo zal ik vallen
in Uw handen.Wel is het voor mij een teken dat er een nieuwe religieuze taal aan het groeien is. Het lijkt me een enorme uitdaging voor de kerken om die nieuwe taal te leren. Maar dan moet Moeder Kerk wel heel goed leren luisteren!
Behalve de trouwring, de doopkaars van toen, de trouwkaars, een snee brood die ze samen delen en het wijnbekertje dat ze
als huweljjksgeschenk mee naar huis mogen nemen, zijn er (nog) niet zoveel symbolen voor een huwelijksviering. Het breken van een glas, zoals bij de joden gebruikelijk, zou een mooie aanwinst kunnen zijn. Inderdaad scherven brengen geluk. Ons egoïsme moet eerst aan diggelen. We moeten leren delen. Zo begon ons leven trouwens ook: één bevruchte eicel deelde zich in twee, vier, acht, zestien enzovoort delen. Maar eenmaal geboren, blijft een mens geroepen om te delen. Net zoals in de moederschoot. Al die openingen aan je lijf, vooral onze vijf zintuigen, zijn er om open te staan voor al wat is. Een huwelijk is niet bedoeld als een eenzaamheid met zijn tweeën, maar als liefde die open is naar anderen en de Andere.Iets van die openheid en verbondenheid met de Eros van het leven vinden we ook terug in de symbolen die partners zelf aan elkaar geven. Zo uit mijn hoofd herinner ik mij de volgende: het samen planten van een boom; de aanleg van een (paradijs)tuin; de belofte om elke avond een blokje om te lopen of de belofte om vóór de hoofdmaaltijd altijd vijf minuten te besteden aan de vraag “Hoe was het van vandaag?” Ook hierin vermoed ik iets van dat Nieuwe-Tijdsdenken, waarin `de heelheid' zo centraal staat.
Bloemen
Als je naar woorden zoekt
voor vreugde of verdriet.
Als je niet weet
of God je hoort en ziet
en hoe je bidden moet.
Laat dan de bloemen spreken.God verstaat hun taal en teken.
Een eindje meelopen
Wanneer een paar zich aanmeldt voor een huwelijksinzegening, zo hadden mijn collega en ik afgesproken, gaan we ervan uit dat ze iets willen van de pastor, van de kerk. Maar wat dat is, dat weten we niet, ook al kennen we de bruid en bruidegom een beetje. Wij als pastores geloven in hun geloven in elkaar, maar er is een eerste kennismaking voor nodig om erachter te komen wat ze precies van de pastor en de kerk verwachten.
Dus vraag ik een bruidspaar of ze willen vertellen waar ze vandaan komen, wat voor werk ze doen, hoe hun thuissituatie is. En ook waar en hoe ze elkaar ontmoet hebben, en hoe ze ertoe kwamen om te gaan samenwonen.
Ze beginnen te vertellen. "We wonen al vijf jaar samen en dat is heel goed gegaan. We hebben wel eens meningsverschillen, maar we gaan nooit slapen voordat we die hebben uitgepraat."
Zo dragen de toekomstige echtelieden al waarden aan die je ze als pastor niet meer hoeft te vertellen. Ze spreken uit ervaring.
"En als dat allemaal zo goed gaat, hoe kom je dan op het idee om te gaan trouwen?" vraag ik.
Na enige stilte komt hun antwoord: "We willen elkaar en onze kinderen zekerheid geven en dat mag iedereen weten."
Een bruiloft wordt het dus, met twee officiële getuigen als uitdrukkelijke vertegenwoordigers van de hele gemeenschap die opgeroepen wordt om het tweetal te bevestigen en te dragen.
"En wat verwachten jullie van elkaar en van het huwelijk?" Dat is mijn volgende, kardinale vraag. Want zelfs als die vraag niet direct een volledig antwoord oplevert, zet hij het tweetal toch tenminste aan het denken voordat het te laat is. Immers, niet-uitgesproken verwachtingen die later aan het licht komen, kunnen het huwelijk behoorlijk verstoren of zelfs doen sneuvelen. Misschien wil de man wel zo snel mogelijk promotie maken, maar denkt de vrouw eerder aan kinderen en een goed gezinsleven. Ten slotte wil ik graag weten hoe het bruidspaar ertoe is gekomen om naar een pastor te gaan.
De bruid antwoordt: "Naar de gemeente ga je voor een boterbriefje, maar in de kerk, daar bén je iemand."
Dat verwachten ze dus van mij, noteer ik bij mezelf.
Ik hoor ook wel eens: "Er is meer tussen hemel en aarde dan geld en goed." Of: "Als ik de natuur zie, dan moet er toch wel iets of iemand zijn die groter is dan wij." Weer een andere bruid zegt: "Ik geloof in God. Ik ga nooit slapen zonder in bed gebeden te hebben." De bruidegom kijkt verrast op. Dat heeft hij nooit geweten.
Weer een andere bruid vertelt: "Mijn zus is vorig jaar gescheiden. Je weet dus maar nooit. Samen kunnen we veel, maar niet alles. We zijn allebei maar mensen die elkaar niet kunnen overvragen." De bruidegom voegt eraan toe: "We hopen maar één keer te trouwen."
Als pastor heb ik hier niets aan toe te voegen. Ze zijn het er met elkaar over eens dat ze elkaar hebben ontmoet en gevonden, maar niet gemaakt of gekocht.
Emmaüsgangers zijn het, de bruidsparen die naar de pastorie komen, en als pastor mag ik een eindje met hen meelopen, hen bevestigen, soms wat aanvullen of iets (door)vragen. Maar het is aan henzelf om samen de weg van verdere menswording te gaan in geloof, hoop en liefde.Uit Jan Velthuyse: Hij kan me nog meer vertellen
Nu kun je elkaar een kus geven
Bij de voorbereiding van een huwelijk hoort ook het opstellen van de liturgie. Daar kun je je als pastor makkelijk vanaf maken. Je legt het bruidspaar een panklare Orde van Dienst voor, en vertelt erbij wanneer ze geacht worden te gaan staan of te gaan knielen. Zo'n handelwijze is ambtelijk en volgens het boekje.
Toen het Nederlands zijn intrede had gedaan in de liturgie, was ik eens als stille getuige bij een huwelijksviering aanwezig. De voorganger bezigde wel het Nederlands, maar ging er even ambtelijk mee om als met het Latijnse ritueel van voorheen.
Na het ja-woord gaven bruid en bruidegom elkaar spontaan een kus. Dat vond ik een mooie en warme bezegeling van hun ja-woord.
Maar toen de voorganger vlak voor de communie de vredeswens uitsprak, las hij uit zijn dienstboek op: "Hier kan het bruidspaar elkaar een kus geven." Er ontstond prompt een impasse. De bruidegom ging staan om te doen wat de voorganger zei. De bruid echter bleef zitten met een gezicht van: "Moét dat nu? Dat hebben we toch al gedaan?"
De bruidegom ging ook maar weer zitten. De aanwezigen moesten er allemaal om lachen. Maar de voorganger had niets in de gaten en ging onverdroten verder. Ik betrapte me erop dat ik me afvroeg of deze pastor wel besefte dat het ménsen waren die voor hem stonden.
Bruid en bruidegom trouwen met elkaar en de pastor zegent hun verbond in. Hij bevestigt het huwelijk door het bruidspaar te laten voelen dat hij achter hen en achter hun ja-woord staat. Zo'n bevestiging kun je alleen maar geven als je de tijd genomen hebt om het bruidspaar te leren kennen, te vragen naar hun motivatie en hun gevoel naar elkaar toe. Het gaat tenslotte om mensen. Ook bij dopen, huwelijksjubilea en uitvaarten kun je alleen zinvol een liturgie vieren als je tevoren met de betrokkenen een of meerdere gesprekken hebt gehad.
Dikwijls willen bruidsparen zelf een bijdrage leveren aan de viering. Die bijdragen heb ik altijd verwelkomd. Want op zulke kardinale momenten in het leven staan mensen vaak open voor het woord van God, waarin ze zich dan vanuit hun eigen situatie verdiepen.
De voorganger, die de schipper naast God is, gooit het anker van hoop en van het woord niet zomaar uit. Dat anker moet bodem vinden, opdat er geen kortsluiting maar contact en communicatie ontstaat.
Een enkeling zet weleens vraagtekens bij het actief laten meedoen aan de liturgie door bruidsparen. Mijn ervaring is, dat het vrijwel altijd goed komt.
Want de meeste mensen hebben hun eigen inbreng maar zijn daarnaast dankbaar voor professionele hulp van de pastor. Samen kom je tot een goed resultaat. Je bent tenslotte met hen samengekomen om iets te vieren. Dat woord heeft te maken met: de teugels vieren. Bij het begeleiden is het belangrijk om in eerste instantie pastor, herder te zijn, maar daarnaast ook zeker te inspireren, te bezielen en te be-Geest-eren.
De bruid en de bruidegom geven elkaar een kus die hun liefde voor elkaar uitdrukt; God geeft hun een "kus" middels zijn meelevende dienaar. Dat is het spel van de liturgie.Uit Jan Velthuyse: Hij kan me nog meer vertellen