BERICHT VAN EEN PELGRIM

Klik hieronder voor het
INTERVIEW MET DIRK VAN ERPS OVER ZIJN BEDEVAART NAAR SANTIAGO DE COMPOSTELA

pelgrimdirk@hotmail.fr

(Eindverslag tot 14 juni 2009)

Eerste bericht van een pelgrim (zondag 22 maart 2009)

Beste vrienden,

Ik was het eerst niet van zin, maar ik had het toch beloofd om tenminste af en toe van mij iets te laten horen. Jullie mogen dit doorsturen naar iedereen waarvan jullie denken dat hij of zij in dit bericht zouden geïnteresseerd zijn. Ik reken zeker en vast op Ann en Gerald om dit door te sturen naar de collega's van het directoraat (desnoods met een Engelse samenvatting - hmm).

Wel, ik zit hier nu in Reims dit te tikken en dat op zaterdagavond na de mis in de Saint-Jacqueskerk (er is geen toeval). Dus op twee weken van Brussel naar Reims, dat is veel beter dan ik ooit had verwacht en ik zeg het maar direct: ik voel me goed, gelukkig en heel heel dankbaar dat ik dit mag doen (van ute en joachim; maar ook van de baas), dankbaar voor al die goede mensen die ik al ben tegen gekomen. Pelgrim zijn is mooi.

Maar laat me een beetje de hoogtes en laagtes samenvatten in een dag per dag bericht.

Zondag 8 maart: de eucharistieviering met pelgrimszegen. Diegene die er waren, hebben het gezien. Ik was zeer ontroerd en zeer dankbaar voor de aanwezigheid van zovele vrienden en mede-parochianen. Het was mooi en deugddoend op die manier er te mogen aan beginnen. Dan naar Hoeilaart, waar ik sneller was dan Ann en Lukas voor mogelijk hielden. Want toen ik aanbelde en zei "bezoek", had Ann mijn stem duidelijk niet herkend. Terwijl Jonas en Julie nog sliepen, wat gebabbeld en dan met hen gespeeld, fietstocht inclusief. En 's avonds lekker gegeten met Isabelle en Jan.
Wil hierlangs Paul M-s nog bedanken voor de tip van de wandelstokken. Zonder hen zou ik al twee keer gevallen of uitgeschoven zijn in het Zoniënwoud en ondertussen zijn de stokken onafscheidelijke gezellen geworden: steun voor de knieën en hulp bij het stijgen en dalen en... je gaat er sneller mee.

Maandag 9 maart: op weg naar Waver via Maleizen en Rosières. In Waver begon net een week van de Bijbel met conferentie op maandagavond over de zin van de Bijbel in de 21ste eeuw. Ben daar dus graag naartoe geweest.

Dinsdag 10 maart: mijn waterdoop van Waver naar Gembloux via de grote weg. Regen, regen en regen. Gelukkig was bij aankomst bij de vriendelijke mensen van La Tour d'ARgent alles nog droog in de rugzak. Ik had gerekend op 18 km (ja, inlopen - de eerste vier dagen tot Namen aan gemiddeld 15 km/dag). Na 18 km was ik ook in Gembloux, aan nummer 50 van de Chaussée de Namur. Hotel was op nummer 424 en dat was nog een ganse 5 km verder. Was dus niet alleen doornat maar ook volledig uitgeput. 23 km op de derde dag was duidelijk teveel.

Woensdag 11 maart: naar Namen. Daar een nieuwe lange wandelbroek gekocht en mijn short achtergelaten om het gewicht van mijn rugzak (met eten en drinken beneden de 12 kg - dus zeer licht en draag hem zonder enig probleem) op peil te houden. Verder ook op zoek naar de verschillende herinneringen aan de Jacobsweg in Namen, een belangrijk "doorvoerpunt" voor bedevaarders vanuit Nederland en Aken naar Vézelay (en dus ook voor die Vlaming uit Brussel). Was een beetje ontgoochelend - de meeste kerken waren dicht maar de ontdekking van de dag was het kleine museum bij de Zusters van OLV van Namen waar de schat van de priorij van Oignies bewaard wordt. bijna allemaal meesterwerken van Hugo van Oignies waaronder een voetrelikwie van Sint-Jacob. Geslapen heb ik in het hotel van het casino - ja  de contrasten zijn de wereld nog niet uit.

Donderdag 12 maart: eigenlijk begin van de pelgrimstocht langs de GR 654 die me rechtstreeks tot in Compostela gaat voeren. Maar heb toch beslist die route niet te volgen en gewoon langs de Maas naar Dinant te gaan. De mooie herenhuizen langs de Maas in Wépion deden me denken aan de herenhuizen langs de Leuvensesteenweg in Kortenberg. En in Dinant was ik overgelukkig dat ik mocht overnachten in de Abdij van Leffe. Denk nu niet omwille van het bier want dat wordt daar niet gebrouwen (en ik drink trouwens (bijna) geen Interbrewbier), maar wel omdat ik bij de Norbertijen de vieringen heb kunnen meemaken: vespers en avond gebed en morgengebed en dan nog heb mogen mee-eten 's avonds en 's morgens. Wel apart in een bezoekerskamertje, maar allemaal heel intens. Voor mij de echte start van mijn bedevaart.

Vrijdag 13 maart: beslist om nu toch eens de GR te gaan volgen naar Hastière-par-dela; één van mijn vroegere bivakplaatsen van bij de Chiro (heb de bivakplaats wel niet meer gevonden; moet zeggen dat ik me niet zo veel meer kon herinneren van Hastière). De tocht was wel enorm vermoeiend want de GR wou per sé dat we elke top van elke rots tussen Dinant en Hastière zouden zien: dus stijgen en dalen. Op den duur werd ik dat helemaal beu en ben op het einde gewoon langs de Maas gegaan. 's Avonds in het hotel zag ik een koppel dat ook zo'n gids als ik had en Toos en Leo bleken dus ook pelgrims te zien. Ze waren midden februari in Utrecht gestart.

Zaterdag 14 maart: Toos en Leo hadden de laatste kamer in Doische (ja, bijna "Dossche" geschreven) en ik had een Gite kunnen reserveren in Gimnée nog twee kilometer verder. We vertrokken dus afzonderlijk, een stuk van de GR afsnijdend door via de Maas naar Hermeton te gaan. Daar zocht ik dan terug naar de rood-witte GR sporen, vond die ook en volgde ze zo'n 7 km tot ik in de verte terug de Maas en Hastière zag. Ik ben dus inderdaad de weg teruggegaan die ik oorspronkelijk wou afsnijden. Een bewoner toonde me wel een kortere weg zodat ik terug aansluiting kon vinden op de GR, maar het was al bij al toch nog een omweg van 10 km. Dan begon het de laatste twee uur nog te regenen zodat ik volledig uitgeput na 31 km in gimnée aankwam. Dat was echt te veel; heb ook slecht geslapen die nacht. Duidelijk oververmoeid. Mijn grens leg ik voorlopig op 25 km max.

Zondag 15 maart: na de mis van 11.00 in Gimnée voor een korte tocht (14 km) naar Olloy-sur-Viroin gegaaan. Het hotel bleek een absolute ontdekking en is een plaats waar ik absoluut nog eens met Ute terug naartoe wil. De natuur van de Ardennen is wondermooi: mooi landschappen, hellingen, lopen langs beken groot en klein en de weg is er de ganse tijd perfect aangeduid. Een waar plezier.

Maandag 16 maart: de grens over, 't land uit en hop in de Franse Ardennen naar Rocroy, een mooi, klein stervorming gebouwd vestigingsstadje waar ik overnachte in de Gite van de gemeente en waar een half uur later Toos en Leo aankwamen. In het Toerismebureau kregen we ook een blaadje in het Nederlands met een kortere weg naar Reims (100 ipv 150 km via GR) en vooral met al de correcte overnachtingsmogelijkheden want zoals ik in België al had vastgesteld was mijn gids van 2005 al zeer verouderd. Twee van de drie adressen waren niet meer correct.

Dinsdag 17 maart: met Toos en Leo tezamen naar Rimogne via de GR. Prachtig weer: mooi lentezonnetje en middag gegeten langs een mooi kunstmatig meer, en de bossen waren ook mooi om zien, maar 's namiddags kwamen we langs zompige paden, vonden we geen roodwitte aanduidingen meer en moesten we stroompjes van meer dan een meter breed zien over te steken. Eigenlijk was het overantwoord om daar iemand alleen door te sturen en ik was dus enorm blij dat ik met Toos en Leo op weg was, anders zou ik van vertwijfeling hebben kunnen huilen. Verbaasd was ik helemaal niet toen ik later las dat waar we doorgetrokken waren de "marais des morts" heet! Maar in Rimogne maakte de vriendelijke hospita van de B&B veel goed, met lekker appelsap en chocolaadje en ook al onze vuile kleren mochten in haar wasmachine. (Een pelgrim wast elke dag zijn kleren mooi in de lavabo van zijn rustplaats...)

Woensdag 18 maart: weer een topdag wat weer en landschap betrof - door de Franse Ardennen, met mooie vergezichten en prachtige heuvels naar Signy-L'Abbaye. Toos en Leo gingen daar langer blijven om 's anderendaags Toos' 60ste verjaardag te vieren. Als verrassing zijn dan op donderdagmiddag hun twee dochters gekomen, maar ondertussen was ik

Donderdag 19 maart: terug alleen op weg naar Chateau-Porcien, 26 km. Weer dat prachtig lentezonnetje en na tien uur loop ik enkel in mijn thermisch onderhemdje en nog veel zweten en bijna 3 liter water drinken onderweg. Ben dus al wel een beetje bruin in het gezicht. De overnachting was in de gite van de gemeente, een mooi, proper en goed verwarmd lokaaltje met douche en lavabo en WC dat ze gratis ter beschikking stellen van de pelgrims. Gegeten in het lokale café (een 4-gangenmenu met voorgerecht, hoofschotel, kaas en dessert kost hier 11 euro) en toen ik naar huis wou gaan om te slapen werd ik tegengehouden door de plaatselijke cafégangers waaronder een boer die ik 's middags had gezien en die me dus herkend had. Ik wou eigenlijk niet, maar als "plat stro" ben ik toch blijven plakken en heb uitgebreid genoten van de vriendschap en hartelijkheid (en de tournées) van deze Ardennais.

Vrijdag 20 maart: terug een heerlijke wandeldag, maar je merkt dat je de Ardennen uitbent en naar de Champagne streek gaat. De bossen zijn weg, de beken en rivieren ook (en godzijdank, de moerassen ook) en nu ben je op een hoogvlakte met kilometers ver zicht van alleen maar velden en velden en velden. Allemaal minstens 5 ha groot, de meeste nog een pak groten. Onderweg zie je enkel boeren aan het ploegen, wellen, zaaien en sproeien. Frankrijk is echt een landbouwland waar het nog goed boeren is. Ook veel wild gezien: fazanten, patrijzen, hazen, konijnen en 6 reeën die de weg overstaken. En ja, ook de eerste jagers met fret. Aangekomen in Bezancourt, een industrieel plaatsje waar niets valt over te zeggen en waar zoals overal elders (behalve in L'Ecaille) de kerken gesloten zijn.

Zaterdag 21 maart: op voor een "rustige" wandeling naar Reims, slechts 18 km - was dus al 's middags ter plaatse. Mooie kathedraal waar vriendelijke mensen het onthaal van de pelgrims doen. Slaap in het vroegere seminarie - heb uitgebreid de was gedaan in een wassalon, naar de mis geweest en ... gaan internetten.

Tweede bericht van een pelgrim (21 maart 2009)



Beste vrienden,

Ik voel me zeer goed als pelgrim, dankbaar dat ik hier als God in Frankrijk mag doorgaan. Ik probeer veel te bidden, voor jullie en alle anderen die het nodig hebben, maar dat gaat de ene dag beter dan de andere. Eigenlijk gaat het enkel goed in dat éné kerkje dat open is, of tijdens de eucharistievieringen of in de Abdij. Ik denk niet dat ik al een 'echte pelgrim' ben, maar ik geniet er graag van. En ja, ma, er is nog niets gepikt - de mensen zijn vriendelijk. En ja ik eet op tijd mijn fruit. Maar omdat ik ook op tijd met pintje drink, denk ik niet dat ik al een veel dunnere Dirk ben dan diegene die jullie gekend hebben.

Het ga jullie goed. Jullie mogen allemaal een berichtje achterlaten op dit emailadres en bij leven en welzijn stuur ik jullie binnenkort nog eens een berichtje.

Zondag 22 maart: Reims - rustdag
Rusten betekent in dit geval niet stappen naar de volgende plaats. Maar ik zat al aan de ontbijttafel te 8 uur en was om 9.30 in de kathedraal voor een mooie dienst met gregoriaanse gezangen. Spijtig dat ik al die gebeden in het Latijn niet ken, daarvoor ben ik inderdaad iets te jong! Maar achter het hoofdaltaar zitten in zo een prachtige kathedraal met zicht op op de mooie rozetten van de hoofdingang en met een geïnspireerde priester, een klein gregoriaans koor en een volop meebiddende en meezingende kerkgemeenschap, dat doet deugd mensen, zelfs op zo'n zondagmorgen. nadien heb ik nog het aartsbisschoppelijk paleis bezocht dat nu een museum van de staat is en waar je behalve de schatten van de kathedraal, inclusief de relikwiën met onder andere dehernieuwe "Sainte Ampoule", die de restanten bezit van hetgeen men na de Franse Revolutie nog heeft kunnen redden van de heilige olie die de Heilige Remigius van de Heilige Geest zou hebben ontvangen net voor de doop van clovis in 488 (of zo). Je had daar ook veel uitleg over de zalving van de Franse koningen, maar vooral een zicht over hoe men de kathedraal van Reims over de eeuwen heen heeft gerestaureerd, met ook enkele van de originele beelden die zo door de tand des tijds zijn aangetast dat men copiên heeft gemaakt voor de kerk. Ook de originele Sint-Jacobus gezien. Ja, als ik terugkom en mijn fotovoorstelling geef (ja, Chrisje, ik heb nogal wat foto's gemaakt) zullen er nogal wat Jacobussen tussen zitten.
Na een middagrust, het was tenslotte mijn rustdag, naar de Basiliek van de Heilige remigius, die minder groots en minder hoog is dan de kathedraal, maar daarvoor ook zoveel ingetogener. je voelt echt dat daar generaties monikken en gelovigen hebben samen gevierd en gebeden. Het deed deugd daar even mijn eigen klein steentje aan te mogen toevoegen. Nadien het museum dat in de oude abdij was ondergebracht bezocht, maar dat nu vooral een overzicht geeft van de geschiedenis van Reims. vooral de Merovingische periode vond ik interessant. heb nu voor het eerst begrepen dat "Belgica" waarover Julius Caesar sprak, eigenlijk niet zo zeer "ons" België is, maar eerder de streek van Reims. Enfin, daar gaat dus weer een historisch argument voor het voortbestaan van (neen, Dirk, niet vandaag).
Nadien nog een kort bezoek aan het stedelijk museum voor schone kunsten, waar de mij totaal onbekende schilder cornot (gestorven in 1863)werd voorgesteld als de vader van de moderne schilderkunst. Dan nog iets gaan eten bij de "3 brasseurs" en genoten van hun "bière de mars" en dan was het 20.00 uur, tijd om te gaan slapen.

Maandag 23 maart: Trépail

(vrienden, ik ben nu al twee keer al mijn tekst verloren en word het dus een beetje beu, dus extra kort)
Mooie tocht eerst langs het jaagpad, dan hogerop de champagnewijngaarden in en nog hoger een mooi bos (deed me aan de Warande in Everberg denken). na 28 km (toch even meegeven dat dit nu wel zeer goed gaat, die afstand) kwam ik aan in het wijnbouwersdorpje trépail waar de tamtam mij had opgemerkt en ik werd "opgepikt" en te slapen gelegd bij een zeer vriendelijke boerin die samen met haar zoon bijna 3 ha wijngaarden bewerkt. het was er primitief, maar zeerhartelijk. de engelen van sint jacob werken dus nog steeds.

Dinsdag 24 maart: Chalons-en champagne
Terug een deftige tocht na eerst nog een privébezoek aan de kerk van trépail en dan naar beneden: door wijngaarden, en dan langs het jaagpad van het kanaal parallel aan de marne naar chalons. hier waren bijna alle kerken dicht, inclusief de kathedraal, behalve de prachtige Notre dame des Vaux met mooie glasramen van sint-jacob en vriendelijke dames die me wel mijn stempel in mijn pelgrimsboekje wilden geven, maar toch even vroegen of ik wel de toestemming van mijn bisschop had voor mijn bedevaart. Die had ik natuurlijk niet, want niet gevraagd, maar ik heb hen Hubert (mijn parochiepriester) van ganser harte aanbevolen. Hubert, je gezag geldt hier dus ook, want mijn stempel heb ik gekregen. Nu ga ik een stukje eten en dan slapen, want het is al laat...

Het gaat me dus nog steeds goed (en het uitgebreidere verslag zal ik terug in Brussel geven), het weer is nog steeds goed te doen. Ze hebben regen en wind gegeven voor de ganse week, maar vandaag heb ik maar twee keer vijf minuten regen gehad, en daarmee kan ik goed leven.

Eigenlijk gaat het mij steeds beter af. Ik voel me goed bij het stappen, bij het andere ritme, bij het mindere comfort en met de steun die ik van jullie allemaal, maar vooral van ute en mijn ouders, mag ontvangen.
 

Derde bericht van een verkouden pelgrim

Beste vrienden,

Ik heb vandaag een rustdag ingelast in Bar-sur-Seine omdat ik al een paar dagen een beetje verkouden ben en gisteren liep de snot mijn neus uit zodat ik direct door mijn voorraad papieren en andere zakdoeken zat. Het voordeel daarvan is dan dat je tijd hebt om je emails na te lezen en een nieuw bericht te schrijven. Ik zie dat vooral onze pa zijn best doet om de "Blijde Boodschap" van een pelgrim door te sturen en dat is ook goed zo. Dank ook aan iedereen die al een berichtje gestuurd heeft, inclusief diegene die ik niet zelf geantwoord heb. Maar weet dat jullie berichten voor mij een mooi steun in de rug zijn.

Woensdag 25 maart - Chaussée sur Marne
Na een karig ontbijt in Hotel Moritz in Challons (ja voor de Fransen bestaat een ontbijt uit 1 croissant, 1 stuk(je) baguette, 1 boter, 1 pakje voorverpakte marmelade, 10cl fruitsap (soms nog minder) en twee tassen koffie) op weg langs de Marne en het kanaal parallel aan de Marne.  Veel genoten heb ik er niet van, daarvoor was er teveel regen en teveel modder. Dit was echt mijn tweede waterdag. 's Middags ben ik gestopt aan de sluis van StGerman-la -Ville, waar een man aan een auto aan het werken was. Daar was daar zo een "veranda", enfin, ik dacht een verlaten kot en ik vroeg of ik daarbinnen mocht gaan zitten, want dan was ik uit de wind en uit de regen. Tot mijn verbazing zei de man dat zijn moeder daar woont. Ja, er zijn dus ook zeer veel arme Fransen. Maar wel vriendelijke mensen, hebben me nog een tas warme koffie gebracht. Was niet alleen warm voor de handen, maar ook warm vanbinnen. De beste kop koffie sinds het begin van mijn bedevaart. Terug opgeward verder op stap, en dan begon het te hagelen en nog een beetje verder in volledig open veld met geen enkele schuilplaats binnen bereik begon het ook nog echt te onweren, donder en bliksem alles erop en eraan. Wel, een heel klein beetje schrik gehad, maar het is echt eigenaardig, op dat moment was ik gelukkig dat ik langs een goede weg kon gaan en dus zonder modder snel kon verdergaan. De laatste twee km voor Chaussée sur Marne kwam de zon er terug door, maar ik ben volledig doorweekt aangekomen in zo een klein hotelletje met de kamers in de tuin. Een Amerikaans motel, maar dan alles 3 keer kleiner. Gelukkig mocht ik mijn natgoed in hun waskelder te drogen hangen.

En zoals het hier nogal geweest is: zeer contrastrijk. De kamer was niets bijzonders, maar de menu du terroir, man die heeft gesmaakt. Totaal authentiek: salade met warme geitenkaas, gemaakt van de melk van de geiten van aan de overkant; gevolgd door angoulette (lekker vettige en zware ingewanden) met een heerlijk mosterdsaus en een heerlijk stuk chocoladetaart. Enfin, droog, volle maag en dus redelijk goed kunnen slapen.

Donderdag 26 maart: Les Louvières (vlak voor Vitry-le-François)

's Morgens in lichte regen (maar dat stoort helemaal niet) vertrokken langs de Fion naar het wondermooie St-amand sur Fion, zeer veel huizen in vakwerk (houten panelen en gevuld met leem met stro gemengd). Ik wist dat er dat was in Duitsland en in de Elzas, maar hier in Frankrijk. Echt bijzonder, en St Amand was één van de eerste dorpen van de vele die nog moesten komen waar de ganse dorpskern uit vakwerkhuizen bestaat. 's Middags was het gedaan met regenen en kon ik terug ééns in onderhemd en T-shirt lopen, dat deed echt deugd na zo een paar dagen met regenjas. Was wel nog bewolkt - nog de meest zuidelijke Champagnewijngaarden voorbijgelopen en daarmee was er weer een hoofdstuk afgesloten. Wel nog steeds geen glas champagne gedronken (dat heb ik gisterenavond gedronken; waarover straks meer). Langs het kanaal en de Marne zag ik dan een bordje met "bar hotel Les louvières" - stond ook in mijn gids. Dus daar heb ik dan aangeklopt. Het hotel werd opengehouden door een koppel van 85 en 87 jaar die al 65 jaar getrouwd waren. zeer zeer vriendelijke mensen. Zij is een Belgische afkomstig uit Doornik en het is vooral het contact met hun vaste klanten dat hun ertoe brengt het hotel nog verder open te houden. Mevrouw is ook kunstenares en het hele hotel hing vol met schilderijen van haarzelf en haar vriendenkring. De Ligging, de sfeer en de hotelhouders: echt een plaatsje dat ik iedereen kan aanbevelen. Avondeten deden ze niet, dus ik snel nog naar het 2km verder gelegen Vitry. Een volledig heropgebouwde stad (helemaal platgebombardeerd) naar de originele plannen van de 16e eeuw toen de stad werd opgericht. Maar ze kon mij niet bekoren: zo leeg, zo zonder ziel.

Vrijdag 27 maart: Outines

Wonderbaarlijke dag. Vertrokken met een echt ontbijt (ja, de hospita was Belgisch!) en na 5 km zag ik een koppel met een auto met Belgische nummerplaat waar de vrouw haar rugzak aan het aandoen was. Ja, pelgrims uit Baal-Tremelo. Jan en Leen doen elke dag 20 km; Jan rijdt de auto naar de volgende stopplaats en loopt dan terug Leen tegemoet en tezamen gaan ze de tweede helft waarna ze in hun auto kunnen slapen. Ik heb dus de voormiddag met Leen meegelopen. Zij had veel last van haar voeten - maar was content dat ze dit kon doen. Dan blijkt nog dat Jan vroeger in Everberg in de Vossenstraat heeft gewoond en nog naar de turnkring is geweest en meegedaan heeft met de toneelkring van de KVLV, maar namen van 23 jaar geleden kon hij zich niet meer herinneren. zelfs niet de naam van de voorzitster van de Turnkring! Tja. In Blaise hebben we met zijn drieën onze bokes in een café gegeten en dan ben ik alleen verder gegaan. Ze wilden nog wat rusten en ik zag net dat mijn geplande tocht nog 4km langer was dan ik oorspronkelijk dacht. Dan verder tot het dorpje met de langste naam in Frankrijk: St-remy-en-bouzemont-St. Genest- et Isson! Daar was de kerk nog eens open en ik dus binnen en er waren vier dames die net begonnen waren aan de kruisweg. Ik heb er mij dus bijgezet en samen met hen de kruisweg meegebeden. Awel, dat was deugddoend. Na drie kwartier terug verder, een prachtige weg langs bossen, velden en vijvers. Maar dan komik boven bij een boerderij en ik zie dat de volgende 600 meter de weg bestaat uit een modderlaag van 20-30 cm. Sukkelen, sukkelen. Enfin, moeilijk gaat ook. Ik was nog niet in Outines en zie een bordje met Gite d'Etappe. Ik bel naar de vrouw, maar ze had toch liever dat ik naar het dorp zelf kwam, daar hadden ze bij hen thuis een chambre d'hotes. Wel, dat heb ik ook gedaan. En dat was zeer goed zo: het dorp was nog mooien dan St Amand. Niet alleen de ganse dorpskern, maar ook de dorpskerk was in "vakwerk". En in de Chambre d'Hotes was een ligbad. JOngens, dat was zalig, zo eens een half uur kunnen doorweken in warm water. En dan nog met de vriendelijke mensen kunnen mee-eten 's avonds. dat is het concept van chambre d'hotes, je eet mee met de gastheren. Ajuinsoep - eindelijk, eindelijk nog eens soep, gegratineerd witloof, een plaatselijke kaas met 80% vetgehalte en een ijsje met banaan. Perfect geslapen na mijn tocht van zo'n 33 km. (Het valt me zelf ook op hoeveel ik hier schrijf over eten en slapen, maar dat zijn zo van die zaken die als je gewent bent om normaal een baguette met smeerkaas te eten, plots zoveel belangrijker worden).

Zaterdag 28 maart, Brienne-le-Chateau

Omdat ik niet genoeg cash meer had om de hospita te betalen (ja in hethotel inLes Louvières was het ook allemaal cash en onderweg geen bankautomaat meer tegengekomen), heb ikna een bezoek aan de mooie kerk een lift gekregen naar Chavanges. Vandaag verder naar Brienne via een afkorting - dus niet via de GR die je toch regelmatig omwegen laat gaan voor geen andere reden dan de pelgrims zo lang mogelijk in het département te houden, denk ik. Toch Lentilles bezocht, nog zo een dorp met vakwerk-kerk, deze gewijd aan Saint-Jacques. De kerk had nog zo een mooi portaal met daarop een mooi beeld van "mijn" heilige. Enfin, onderweg vond ik het toch wat koud en wat ziekjes. Ik had gisteren beter mijn trui aangetrokken, want ik denk dat ik daar mijn verkoudheid heb opgeraapt. Die trui dan vandaag aangehad, zelfs mijn handschoenen. Het landschap zie je ook zo voor je ogen veranderen, nu minder velden, maar meer weiden afgewisseld met stukjes bos. Vrij vroeg in Brienne aangekomen, want maar 18 km of zo en dan dit stadje bezocht dat helemaal gewijd is aan Napoleon die er vijf jaar opleiding aan de Militaire Academie heeft gehad waar hij als Corsicaan van een bescheiden afkomst duchtig gepest werd. Er was ook een museumpje , maar dat soort dingen zijn goed als tijdverdrijf, maar verder ook niet. Heb zelfs Le Monde gekocht om eens een krant te lezen. Je merkt het, ik moet me niet zo goed in mijn vel voelen als ik me al begin te interesseren voor wat er in de wereld gebeurt. Ja, ik voelde me ook zwak en futloos.

Zondag 29 maart, Amance

Nadat ik gisterenavond in het compleet afgeleefde hotel van Brienne had gegeten, ben ik eerst nog wat boodschappen gaan doen en dan nog een warme chocomelk gedronken in afwachting van het begin van de mis te 11 uur in de mooie kerk van Brienne. Zat er dus in vol pelgrimsornaat (schelp op borst, rugzak, botinnen) en ja, werd dus ook redelijk aangesproken door de mensen in de kerk. Ook door de vrij jonge pastoor. Het valt me toch op hoe intens de mensen in Frankrijk de eucharistie mee-vieren. Ik heb echt de indruk dat ze dat intenser doen dan bij ons. De gezangen, het voorbidden, het rechtstaan, knielen, de misdienaars. Anderzijds merk je ook in de dorpen dat er zeer veel spijt is van de mensen dat er in "hun" kerk ofwel geen mis meer is of slechts heel af en toe. Het zal dan wel zo zijn dat je echt wel een inspanning moet doen om nog een mis te vinden. Ideaal is dat ook niet, maar het is wel bemoedigend dat ze er toch in slagen om in hun grotere parochiegemeenschappen levendige kerkgemeenschappen tot stand te brengen. Enfin, de pastoor had tijdens zijn viering twee keer een speciale "intentie" voor mij. Hij vermelde dat er mensen van Lyon waren en een pelgrim uit Brussel en bij de zegening op het einde toen hij verwees naar de weg naar Pasen die we allemaal nog te gaan hebben, vroeg hij me om "symbolisch" voor de kerkgemeenschap als "trekker" naar Pasen in het midden te gaan staan. Nadien zijn er nog enkele mensen mij het beste komen wensen. ook een grootmoeder wiens kleinzoon de bedevaart 6 jaar geleden had gedaan waarna hij besliste om monnik te worden. Ik denk dan dat het mooie van de bedevaart is dat je daaar mensen kan tegenkomen die je dat kleine duwpje in de rug geven dat je nodig hebt om jouw levensweg te kiezen. Nu mijn bedevaart gaat niet over het kiezen van mijn levensweg, maar wel om ééns een aantal maanden tijd te geven aan de contemplatieve kant van het leven. Dat is niet altijd bidden (ja, wel veel), maar ook gewoon wegdromen en denken aan de vele mensen die je al tijdens jouw leven bent tegengekomen en die iets voor jou betkent hebben en waarvoor jij hopelijk ook iets mag betekenen. Ik zit dus veel bij mijn gedachten bij Ute en Joachim, bij ons ma en onze pa, bij de collega's en de vrienden, maar ook veel bij het Everberg vanvroeger, bij de mensen die er nog zijn en die er niet meer zijn.

Enfin, het is vandaag ook mijn verjaardag - 46. Als ik de gezegende leeftijd van mijn overgrootvader (Fons van Tiske) mag halen, dan ben ik nu halfweg. Ja, daar heeft zo een bedevaart ook wel mee te maken. De balans opmaken van wat al geweest is en denken hoe het verder mag gaan. Heb echter geen schrik, ik ben niet zinnens om bij de terugkomst iets anders te gaan doen. Wel ben ik ondertussen een stuk gelukkiger, dankbaarder en rustiger geworden. Ja, dat is wel een schat die de moeite van het vergaren is.

Enfin, na de mis - nog eens (en stoor er jullie aub niet aan), maar die eucharistievieringen zijn echte rust- en mijlpalen zo in een week - zo tegen 12 uur op weg voor een korte 15 km  langs de Aube en door bossen en weiden en velden naar Amancy. Daar vind ik een gite d'étape en ik ga de sleutel halen bij de mensen aan de overkant. Het principe van een gite d'etape is: stapelbedden, douche met warm water en keuken om zelf te koken. De "sleutelhouders" zeiden dat ik hun eerste pelgrim was; ze deden normaal pas in april open want ze gingen morgen maandag nieuwe matrassen en dekens en oorkussens kopen en het spel eens goed kuisen. Maar voor 8 euro mocht ik toch binnen. Er was wel geen chauffage, maar in mijn jeugdige overmoed vond ik dat niet zo erg. Er was wel een groot haardvuur en in een lokaaltje ernaast lag een stapel hout. Ik ben dan wel 17 jaar bij de Chiro geweest, maar het vuur maken was toch eerder een specialiteit van de Hernalsteens en de Devrieses, dus heb ik toch een groot stuk van de avond in de rook gezeten. Alle kleren rieken nu naar rook, maar na een tijdje heb ik er de vlam toch ingekregen. En zo heb ik dan mijn verjaardag gevierd met het meest wonderbaarlijke verjaardagseten ooit: een halve baguette die ik van de sleutelbewaarders had gekregen, met een blikje sardienen, La Vache qui Rit-kaas, halve droge salami, een appel en kraantjeswater. Ook kon ik Ute en Joachim niet bellen of gebeld worden, want in het dorp was geen GSM-ontvangst. Enfin, ook een belevenis.

Maandag 30 maart, Bar sur Seine

Het werd me pas 's morgens duidelijk toen ik eens het papiertje nakeek dat aangaf waar ik overal onderweg inkopen kon doen: dat was gewoon nergens. Ja, ik had nog een kwart baguette over. Dus mijn ontbijt was zoals mijn avondeten, alleen zonder appel en sardienen.
Het oorspronkelijke plan was dus om gewoon mijn 25 km te stappen tot een plaatsje waar de burgemeester twee pelgrims kon te slapen leggen. Dus eerst via het Foret d'Orient, groot woud waar de Tempeliers hun oorsprong zouden hebben gehad en verschillende geheime schuilplaatsen (als ik het goed begrepen heb tenminste) naar La Loge aux Chevres, weeral één van die gekke plaatsnamen (ook een wegwijzer gezien naar "L'Autre Monde", maar daar toch nog niet naar toe gegaan - dat kan nog een beetje wachten). Daar een stuk brood gebedeld. dat was niet simpel, want 's maandags kwam de rijdende bakker niet langs. Maar een vriendelijke man had er toch een echtelijke ruzie voor over om hun laatste stukje diepgevroren brood aan mij te geven (hij ging dan wel later met de auto achter brood). Dan verder naar Villeneuve-sur-Chene voor het traditionele pelgrimsmiddageten: baguette met smeerkaas en salami met appel. Ondertussen begon de snot in liters mijn neus uit te vloeien zodat ik beslist heb om toch maar ergens te gaan waar ik én nieuwe zakdoeken kon kopen én deftig kon avondeten. Dus via de D-wegen naar Bar sur Seine - zo iets meer dan 30 km. Ben er ook goed aangekomen, wel moe, maar de menu du terroir gisterenavond was dus mijn uitgesteld verjaardagsdiner, met de coupe de champagne, zalmslaatje, kwartelvleugels en billen, kaas van de streek en perensorbet. Dan vroeg naar bed

Dinsdag 31 maart, rustdag in Bar sur Seine

Tja, ontbijt, nog wat slapen en emails lezen en verslag schrijven. Meer heb ik vandaag nog niet gedaan en veel ga ik deze namiddag ook niet doen. Misschien naar de apotheker iets halen ter aanvulling van mijn aspirines en perdolans.
Maar ik ben nog steeds vol goede moed. Volgende week begint de goede week en ik denk dat ik voor Witte Donderdag in Vézelay zou kunnen zijn zodat ik daar misschien het PaasTridium zou kunnen meevieren met de Fraternité Monastique de Jéruzalem. Dat is iets waar ik me nu al kan op verheugen. De andere "grotere" plaatsen waar ik nog langskom zijn Tonnerre, Chablis, Auxerre en Vezelay. En ja, tijdens de vakantie komen Ute en Joachim langs. Waar precies is nog niet helemaal duidelijk, maar het zal deugddoen hen na vier weken terug te zien.

Aan alle lezers van dit bericht: het allerbeste! Bedankt voor jullie berichten en jullie steun.

Vanweg een gelukkige, dankbare en rustige (en een beetje verkouden) Pelgrim
 
 

Vierde bericht van een  genezen (?) pelgrim
 

Dag allemaal,

Ik zit hier nu in het Bureau de Tourisme in Vézelay waar ik een klein fortuin aan het uitgeven ben om mijn berichten te lezen en dit bericht te schrijven (2 euro voor 10 minuten). Dus hier is het bericht uit Bourgondië;

Woensdag 1 april, Bragelogne

Ja, mijn rustdag zit er op, terug tijd om te gaan "werken". eerst nog een ontbijt genomen met een klein extraatje (kaas voor 1 euro) gaan brood kopen en op weg. En direct mocht ik in Bar de trappen op naar de horlogetoren, een overblijfsel van het vroeger kasteel in Bar. Dus na vijf minuten stond ik al terug goed "in 't sap". Maar eenmaal boven mocht ik terug het bos in en het werd één van de mooiste boswandelingen die ik tot dusver gedaan had. Een mooi pad, dat alleen door "voetgangers" gebruikt werd, een verlucht bos, volop bosanemonen. En na een tijdje op een open plek, een immens grote kapel. Ze waren er het dak aan het vernieuwen en omdat de dakwerkers hun materiaal binnen in de kerk hadden gezet was de kapel dus open en kon ik binnen. Achter het altaar was er een boomstronk met daarin geplaatst een Mariabeeldje van nog geen 10 cm hoog en overal errond massa's ex voto's. Dan las ik dat de kapel "Notre Dame en Chêne" heet. Mooi. Verder door het prachtige bos en toen daar ook een eind aan kwam zag ik wijnvelden met de vermelding "champagne". Ik begreep het niet goed want ik dacht dat ik al voorbij de zuidelijkste champagnevelden was geweest. Maar blijkbaar heb ik mijn gids slecht begrepen en was het meest "oostelijke" wat ze bedoelden.  Dus terug door champagnedorpen. Mijn oorspronkelijk doel had ik al om 14 u bereikt en dat vondik te vroeg om te stoppen op mijn eerste nieuwe werkdag. Ja, die werkethiek zit er dus nog een beetje in 't lijf. Dus ben ik nog verder gegaan vooral ook omdat de frisheid van de morgen zo tegen de middag plaats had gemaakt voor een heerlijk lentezonnetje zodat ik in onderhemd verder kon gaan. Ook een middagdutje gedaan zoals in een slechte cowboyfilm, met de hoed voor het gezicht tegen een boom. Deed wel deugd. 's Avonds kwam ik dan aan in Bragelogne voor een Chambre d'Hotes bij een champagneboer. Maar omdat ik niet had gereserveerd kon ik ook niet mee-eten met de familie. Maar mevrouw had wel wat compassie met mij en heeft dus een omelet gebakken. Een omelet van 10 eieren (en ik heb ze nog helemaal opgegeten ook). Voor het slapengaan ook gereserveerd voor de volgende Chambre d'Hotes, en wat een geluk want mevrouw zei me dat ze gesloten waren.

Donderdag 2 april, Tonnerre

Dus moest ik mijn planning helemaal herzien. En na een vroeg ontbijt (8 uur), en eigenlijk had de boeren het nog liever een beetje vroeger gehad, ben ik dus een half uurtje later vertrokken voor een "alternatieve" weg. Ik wou via een afkorting van de GR naar Tonnerre gaan. De aansluiting ook gevonden, de afkorting ook , maar dan na een paar honderd meter stopt die weg en wijk ik uit naar de "grote straat". Die dan maar gevolgd tot het eerstvolgende dorp, wat natuurlijk niet het dorp was waar ik wou arriveren. Maar gelukkig stond daar ook een wegwijzer "Tonnerre 28 km" dus heb ik de ganse dag dan de D952 gevolgd met elke 4-5 km doortocht in een ander dorp. De champagnewijngaarden lagen weer achter mij en ik was terug in "les grandes cultures", vooral koolzaad en graan. Middagrust bij een mooi kabbelend beekje in de schaduw van een boom. Er zijn slechtere dingen te bedenken om zo 's middags te doen. Tegen 16 u was ik dan in Tonnerre en in het Office de tourisme zeiden ze me dat de gites allemaal bezet waren. Bij de dorpsingang nog een andere pelgrim tegengekomen, Mark uit Maaseik die na mij vertrokken was maar in sneltempo doorheen Frankrijk raasde. hij was ook Jan (de vroegere dorpsgenoot uit Everberg) en Lieve tegengekomen. Omdat Mark een slaapmatje bij had ging hij in de pastorij op de grond slapen. Ik heb hem dus niet meer gezien.
Tonnerre is vooral "bekend" omwille van zijn Hotel Dieu, een groot ziekenhuis dat door Margaretha van Bourgondië is opgericht zo'n 150 jaar voor het gelijkaardige Hospice de Beaune dat ik vorig jaar met Ute en Joachim had bezocht. Er was nog iets over van de "zorg voor de pelgrim"-gedachte want pelgrims mochten het gratis bezoeken! Ook de Fosse Dionne bezocht, een bron die de stad van drinkwater verzocht, en omdat men de oorsprong van de bron in de grot niet kon herhalen werd er een goddelijke oorsprong aan toegedicht. Dan verder de stad omhoog en je kon zien dat tonnerre toch vooral vergane glorie is. Afgebrande huizen in het centrum niet heropgebouwd, van de winkels minstens 1/3 te koop of over te nemen. Spijtig om te zien dat zo'n plaatsen toch zienderogen achteruit gaan.
Met de verkoudheid ging het langzaam beter, had in Bar een 4-dagenkuur paracetamolkuur gekregen die ik trouw innam.
Wel vroeg gaan slapen, maar het slapen lukte niet zo echt omdat elke vijf minuten in het hotel er lawaai was alsof het spel op instorten stond. Dus uiteindelijk een andere kamer gekregen. bleek dat het lawaai te doen had met een lekkende Wc en dan startte de afzuiginstallatie en blijkbaar was he tnog nooit eerder gebeurd. Ja, dat heb je dus in die hotels waar ze niet meer in investeren.

Vrijdag 3 april, Chablis

Enfin, eens het lawaaiprobleem opgelost was, toch nog goed geslapen. dus klaar voor een korte etappe (18 km) in fris, bewolkt maar droog weer. De tocht begon weer met een steile klim dus ondanks het frisse weer toch weer snel in 't zweet. Maar eens "boven" kon ik mooi langs de hoogvlakte verder gaan langs het bos en dan omhoog - omlaag (ja, langs die GR en in het heuvelachtige Boergondië dient er geklimd en gedaald te worden) via zeer mooie en pittoreske wegen en dorpen. sommige daarvan liggen mooi op een heuvel en hopelijk is dit allemaal goed te zien vanop de foto's. Dan terug een afdaling en ik kom aan in Rameau, een godvergoten plaatsje met 5 huizen, waarlangs 3 straten passeren. slechts één van dehuizen was bewoond door een oude vrouw, maar ik heb er een heerlijk middagmaal gehouden met een mooi dutje in de lentezon. En dan terug naar boven en kwam ik terug in de wijnvelden, nu de Boergondische Chabliswijngaarden. Enfin, het was mooi om na mijn D952 terug eens langs de natuur te kunnen wandelen. In Chablis aangekomen, informeerde men in het Office de Tourisme dat er in de parochie de dames pelgrims opvangen. Ik daar dus naartoe en in hun ruime huis waar het een begankenis was van parochianen en catechesekinderen was er inderdaad een plaatsje met vier bedden en een grote ruime keuken ernaast met douche met warm water. Je ziet dat Chablis een rijke gemeente is, het gaat goed met de wijn en er worden veel nieuwe wijngaarden aangelegd. Ook de restaurants zijn meer "upper class", ze maken reclame met "slechts 1,5 uur van Parijs verwijderd". Heb er dus mijn Boergondische wijnslakken en konijn met een glas Chablis (slechts 10 cl) gedronken en was een behoorlijk som geld armer. enfin het gespaarde geld van mijn relatief goedkope overnachting dus gecompenseerd met eten.

Zaterdag 4 april, Auxerre

Om 9 uur vertrokken en zo op een zaterdagmorgen was Chablis in volledige rust. Dat is ook zo een speciale ervaring. Helemaal alleen onderweg in een stad, je gaat het stadje uit, je trekt de wijnvelden in (ja, je mag weer klimmen). Maar omdat het toch redelijk fris was, mijn pull aangetrokken; 's Middags kwam de zon erdoor en was ik weer in les grandes cultures. Na een kleine 20 km was ik Auxerre waar ik de pijlen "Maison des randonneurs" volgde om daar mijn geluk te gaan beproeven. Daar gearriveerd rond kwart na drie; ging open te vier uur. Dus wachtte ik in het park omring door de plaatselijke alternatieve jeugd (fret aan de leiband inclusief), maar na vier uur was er nog steeds niemand. Het wachten beu op zoek naar een hotel: het eerste volzet, het tweede nog niet open dan wat door de stad gesukkeld en uiteindelijk toch een hotel gevonden. Voelde me misselijk en zwak. Waarschijnlijk een soort zonneslag, ja mijn gezicht is mooi bruin met twee witte strepen (de touwen van mijn hoed). Enfin, ik had zo mijn bekomst van Auxerre. Niet veel gedaan, zelfs de katheddraal niet bezocht. Enkel de grote was in een wassalon en naar bed. Zelfs niet gaan avondeten op restaurant.

Zondag 5 april, Accolay

Enfin 's morgens en met de twee aspirines voelde ik mij toch beter. Om 9.30 naar de Palmzondagviering in Saint-Eusèbe met een bomvolle kerk en veel veel mensen die massa's palmtakken bij zich hadden. Buiten de kerk zegening van de palm en lezing van het palmzondagevangelie en dan in processie naar binnen voor een volledige dienst met integraal passieverhaal van het markus-evangelie afgewisseld met de latijnse gezangen van het sanctus en het agnus dei (toch mooi die gregoriaanse latijnse gezangen), en dan volop wierook en kaarsen en een meezingende gemeenschap en een mooie preek over "wie is Jezus Christus doorheen de tijden". Volledig gesterkt had ik dus in mijn hart vrede gesloten met Auxerre dat ik dan tegen 11 uur verliet voor een wondermooie tocht doorheen de wijnvelden en zowel de kersenboomgaarden. Die afwisseling met het begin van de kersenbloesem was mooi. En dan nog langs de Yonne, een rivier die bijna niet stroomde. Mooie zonnige dag maar toch wel veel beklimmingen en voor het eerst dacht ik iets aan mijn knieën te voelen. Maar prachtige dorpen gezien: Cravant, een mooi versterkt plaatsje; Irancy, een wijnplaatsje met voor het eerst vele jonge mensen in zo'n dorpje/stadje, dus de wijnteelt zal er ook wel goed gaan. En dan in het godvergeten Accolay aangekomen waar een Hostellerie was met een restaurant, jongens dat was lekker eten en drinken.

Maandag 6 april, Vézelay

Een tocht van 30 km, een prachtige tocht doorheen mooie bossen met heel veel bloeiende anemonen, dan af en toe langs les grandes cultures, velden van zeker 25 ha koolzaad (waarvan de eerste koppen al geel kleurden). En dan langs de Cure, een klein stroompje maar ongelofelijk mooi. Ook die dorpen, echt prachtig. 's Middags de grotten van Arcy sur Cure bezocht met voorhistorische rotstekeningen van 25000 jaar oud en dan verder langs een prachtige weg. Ook de zon scheen hartelijk zodat ik voor het eerst in korte mouwen heb gelopen en nadat ik net mijn laatste druppel water had gedronken kwam ik boven op de helling en zag ik in de verte (5 km) Vézelay, prachtig. Het is zoals de basiliek van Scherpenheuvel zien in de verte, het doel wordt duidelijk en afgelijnd, maar je bent er nog niet. Dus verder stappen en dan de laatste ongelofelijk zware beklimming van de heuvel kwam ik tegen 18.30 aan boven aan de basiliek. De klokken gingen voor de avondmis en omdat mijn gids zei dat het acceuil des pélerins bij de basiliek was, ben ik dan binnen gegaan. Een mevrouw zei me dat de gites gesloten waren omdat de monniken weg waren, maar dat de priester mij welz ou helpen. Maar de priester die de mis moest doen, was niet verwittigd door de monniken en die kwam dus een half uur te laat. Had ondertussen al mijn pull aangetrokken in de frisse kapel, en had ook wel een beetje honger en dorst. De mis meegemaakt, maar bij het tafelgebed voelde ik me verzwakken en wist ik dat ik moest gaan zitten of ik zou flauwvallen. Ben dus gaan zitten en zelfs blijven zitten voor de consecratie (ik kon echt niet meer rechtstaan). Enfin de mensen in de mis hadden ook wel gemerkt dat het niet zo goed met me ging en brachten me de communie. Nadien werd ik aangesproken door de man die achter mij zat die me vroeg of ik al een slaapplaats had. Neen dus. Dus ik mocht mee met hem gaan. Ik ben dus nu bij Serge en Dominique een koppel uit ... Ukkel die al sinds 1860 dit prachtige huis in familiebezit hebben waar zij en al hun broers en zusters en kinderen en kleinkinderen hun vakantie komen doorbrengen. En ik mocht daar dus nu ook overnachten. Zo had Johan Cruyf "elk nadeel heb so ook se voordeel" weer eens gelijk. Heb samen met hen gegeten en mag er

Dinsdag 7 april Vézelay

mijn rustdag doorbrengen. Ben al naar de basiliek geweest, ga zo dadelijk naar het middaggebed. Mijn post afgehaald in het postkantoor en nu mijn bericht geschreven. De rest van de dag zal gewijd zijn aan gebed en lectuur en herstel. En nakijken hoe ik tegen vrijdag in Nevers geraak waar Ute en Joachim me komen vergezellen. Iets om naar uit te kijken!

Het ga jullie allemaal goed. Maak iets van jullie Goede Week en geniet van de Paastijd. Het allerbeste,

Dirk
 

Vijfde bericht van een pelgrim die terug op zijn eentje is
 

Beste vrienden,

Ik zit hier in een internetcafé in Saint Amand Montrond in de Auvergne (departement Cher) om dit redelijk kort bericht te schrijven over de laatste week.

Woensdag 8 april Vézelay - Corbigny 36 km
Om 6 uur opgestaan om samen met Serge naar de aanbidding te gaan in de kapel van de kathedraal met daarna (7 uur) de lauden met de zoals altijd zeer mooie en ingetogen vierstemmige zangen van de Fraternité Monastique de Jéruzalem (ik denk dat als ik terug ben ik eens naar één van hun diensten in Sint Gillis zal gaan). Dan brood kopen, ontbijten en tegen 8.30op stap voor wat tot dan mijn langste etappe zal zijn. Het is inderdaad zo dat op Goede Vrijdag Ute en Joachim in Nevers zullen aankomen en dat betekent dus drie etappen van respectievelijk 36, 37 en 32 km.
Ik volg dus nu niet meer de GR654, maar de historische route vanuit Vézelay en dan de Zuidelijke variant. Na tien etappes vloeien de zuidelijke en noordelijke variant (via Bourges) terug samen.Het grote verschil tussen de historische route en de GR is dat ik nu op betere wegen stap, meestal kleine departementals of communals en niet meer onnozele omwegen doe via modderige paden. Nu omdat Vézelay gelegen is op de hoogste heuvel in de streek (+ 300m) gaat het eerst behoorlijk naar beneden en dan af en toe toch nog een stevig klimmetje langs enkele wijnvelden maar meestal op wegen met weiden aan beide zeiden met daarop de witte Charolais runderen ofte massa's schapen. Op de heuveltoppen zijn er dan bosjes. Op die manier zit er toch nog wat reliëf en variatie in het landschap. Nog een ander voordeel van de historische route is dat je nu ook effectief in het centrum (de kerk) van de dorpen of gemeenten komt. En, nu zijn de kerken meestal wel open, nog een verandering. Voor de liefhebbers heb ik bij mijn terugkeer een mooie fotocollectie van kerken, pieta's, heiligenbeelden, koren en ja, ook van dekoeien en de schapen en de landschappen.
Op deze eerste etappe heb ik nog een stukje langs de mooie Cure kunnen wandelen (zie vorig bericht), via het versterkte stadje Pierre-Perthuis waar je vanop de nieuwe brug over de Cure de veel oudere beneden kan zien. Na 15km Bazoches, met een prachtig kasteel (privé-eigendom) dat ik niet bezocht heb omdat ik er tijdens de middaguren langskwam toen het toe was. Maar het kerkje waar Maréchal Vauban begraven was, de man die vele vestingsteden heeft ontworpen, inclusief (heb ik me laten vertellen) de kazematten van Luxemburg, was wel open. Verder door een mooi open bos met overal weer die anemonen. Dan even fout gelopen in Vignes-le-Bas en dus twee keer de steile klim mogen doen. Maar toch nog redelijk fris en fit aangekomen in de gite van Corbigny die opengehouden werd door de vereniging die de "historische routegids" die ik volg, uitgeef. En deze gite had "hospitaleros", vrijwilligers die gedurende twee weken het onthaal van de pelgrims doen en hun ontbijt klaarmaken. En ik werd dus zeer vriendelijk ontvangen door Carla en Rita, beide Nederlandse dames die de camino twee of drie jaar geleden gedaan hebben, mekaar onderweg tegengekomen zijn en nu al voor het tweede jaar hospitalero-dienst doen. Met hen en de enige andere pelgrim, Geneviève uit Parijs, een goede fles wijn gedronken en verteld.

Witte Donderdag 9 april, Corbigny -Premery, 37 km

Na het hartelijk afscheid van mijn medepelgrims en hospitaleros goedgemutst op stap. En vrij snel zag ik voor mij iemand met een rugzak met schelp erop. Inderdaad, een Luxemburgse pelgrim. Met hem hebik drie uur meegestapt en verteld over alles en nog wat wat ons dierbaar is. Waarom pelgrimeren, hoe bidden, de gezondheid, het leven van alledag. Van mijn medepelgrim heb ik 's middags afscheid genomen in Saint Révérien waar hij in de gite van de vereniging ging blijven. Maar ik heb hem nog teruggezien in de kathedraal van Nevers bij de Paaswake op zaterdagavond. Van de rest van de etappe kan ik alleen maar zeggen dat het nu nog minder heuvelachtig is en dus minder sterk stijgen en dalen en dat dus dank zij de goede wegen, ik vrij snel vooruit kom. Ben in Prémery naar de witte donderdagdienst geweest, maar de vormelingen waren er veel minder ingetogen dan die van ons in Etterbeek. Lawaai, lopen, giechelen. Enfin, niet echt een ingetogen dienst die dan nog anderhalf uur duurde. Enfin, het kan  niet altijd Vézelay zijn nietwaar.

Goede Vrijdag 10 april, Prémery - Nevers, 32 km

Tja, het was alsof mijn duivenmelker met mij op weduwschap speelde, ik heb gevlogen. Ok, het helpt dat de wegen vrij vlak waren, maar tegen 14.30 - 15.00 was ik in het hotel in Nevers dat Ute had gereserveerd en Ute enJoachim deden net de deur van onze hotelkamer open toen ik aankwam. Mooi. Volgens Joachim ben ik 500 gr vermagerd en bruin in het gezicht. Voor de rest zag hij geen verandering. Ute was iets genereuzer met haar inschatting van mijn gewichtsverlies!
Samen Nevers wat bezocht en naar de Goede Vrijdagviering in St Pierre geweest. De bisschop was erbij en de dienst heeft dus bijna twee uur geduurd, inclusief kruisaanbidding. Als je weet dat Joachim niet echt veel Frans begrijpt, kan je je al indenken hoe enthousiast hij over die viering was!

Stille zaterdag 11 april, Nevers
heerlijk uitslapen. Ute had al onderhandeld met de hoteluitbater (waar we enige gast waren) om het ontbijt met een half uur te verlengen. Dan naar de Espace Bernadette waar het reliekschrijn van Bernadette Soubirous, diegene die de verschijningen in Lourdes heeft gehad, ligt. Daar het museumpje bezocht, wat gelezen tot de kapel terug open was en naar de kapel. Dan nog wat rondlopen, kathedraal als toerist bezoeken, rusten en te 21 uur naar de Paaswake in de kathedraal. Terug met de bisschop en terug "een volledige dienst". Vuur maken in het Romaanse koor van de kerk, Paaskaars aansteken, naar het gotische koor, de vier lezingen uit het Oude Testament met afwisselend psalmen, brief van Paulus, Evangelie, wijding doopwater, hernieuwing doopgeloften en de normale liturgie. Enfin, alles te zamen 2 uur en 20 minuten. Ik had weer eens een "enthousiaste" zoon....

Pasen, 12 april, Nevers - Magny Cours, 15km

Redelijk laat ontbijt, koffer van Ute en Joa afgeven in het station van Nevers (geen bagagekluis of bewaring, dus iets "afgesproken" met de uitbater van het stationsbuffet) en dan tegen 11 uur op weg. Brug over de Loire, stuk RN7 en dan dekleinere wegen. Ute had al vrij snel last van haar zeer slechte turnschoenen, maar eigenlijjk hebben we alle drie zo in een goede drie en een half uur Magny Cours gehaald. overnachting in het "hotel du circuit", ja, het Franse Formule 1-circuit is vlakbij. 's Avonds heerlijk gaan eten in het andere hotel van het dorp (waar een overnachting voor ons slechts 260 euro zou gekost hebben - we hebben feestelijk bdankt), maar hun Paasmenu was lekker en we hebben het ons laten smaken.

Paasmaandag 13 april, Magny Cours - St. Pierre le Moutier, 15 km

Nadat Ute haar turnschoenen in het hotel had achtergelaten en dus verder op stap met haar laarzen, via een mooi weg met veel koeien en schapen, kastelen, windmolen, krassende kraaien en een paar loslopende honden die gelukkig op hun erf bleven, kwamen we aan in St Pierre. Volgens mijn gids waren er 5 hotels, maar die waren allemaal dicht. Wij dus naar het station. Het was kwart voor vier en de eerste trein terug naar Nevers vertrok te 19uur. Dus drie uur doorgebracht in het wachtlokaal, het laatste uur in het gezelschap van de plaatselijke dronkaard die absoluut zijn verhaal wou doen en in mij een goede toehoorder vond (Ute enJoachim waren snel op veilige afstand). Jaja, hoe hij wegens dronkenschap voor de rechter moest komen, maar de uitbater van een restaurant bereid had gevonden te getuigen dat hij niet gedronken had maar veel saus van de coq au vin had gegeten... Enfin, de trein kwam dantoch met een half uur vertraging en wij dus naar het eerste het beste hotel in Nevers.

Dinsdag 14 april, Nevers/St Pierre le Moutier - Lurcy Lévis/Valigny, 22 km

Omdat de trein van Ute en Joa naar Parijs en mijn bus terug naar St Pierre beide pas rond 12.20 vertrokken, hadden we weer tijd om uit te slapen en een late koffie te drinken. Dan afscheid genomen. Ik ben echt fier op mijn vrouw en zoon die zonder enige training toch maar de 15 km daags hebben kunnen lopen, die de moeite hebben genomen om mij te komen bezoeken (Joa heeft vier ganse dagen World of Warcraft opgeofferd!!!) en dankbaar maar toch een beetje triest hebben we afscheid genomen. Maar het waren mooie Paasdagen.
Zo rond 13 uur ben ik dan gestart met mijn namiddagtocht in bewolkt weer (maar droog - heb al meer dan een week geen regen meer gehad), nadien kwam het zonnetje erdoor en bij aankomst in Lurcy Levis zo tegen 17 uur was het daar nog 22°C.
Enfin, ik was weer tussen de Charolais en de schapen, de weiden met meestal hagen, het lichtgolvende landschap en toen ik de rivier de Allier overstak was ik weg uit Boergondië en in de Auvergne. Verder langs redelijk wat bronnen, vijvers, waters en dus voor het eerst zeer veel kikkers zien rondspringen. Ook terug twee konijnen gezien, dat was al geleden van in de Ardennen. Enfin, in Lurcy gewacht tot het enige hotel zou opengaan zo tegen 19 uur, maar toen ik om 5 voor voor de tweede maal telefoneerde en er geen enkele reactie kwam, heeft een vriendelijke dame me met haar auto tien km verder naar Valigny gereden. Haar vriend had voor haar in 2006 de camino gelopen toen ze voor het eerst een kankerbehandeling nodig had. Nu maandag moet ze weer onder het mes; ik zal hem nu voor haar meegaan.

Woensdag 15 april, Valigny - Saint Amand Montrond - 30 km

's Nachts in Valigny het onweer gehoord en met redelijk bewolkt weer op stap getrokken. Mijn trui aangetrokken, maar het is droog gebleven. En dus verder langs de Charolais, de schapen, de hagen en de mooie dorpjes en het licht golvend landschap. Was net binnen in het hotel en... het begon te regenen. Maar ik heb in het droog kunnengenieten van het kanaal van Berry, de verschillende kerkjes, de versterkte stadjes.

Wel vrienden, het stappen gaat me goed af. Ik heb genoten van het bezoek van Ute en Joachim en ik kan er dus weer tegen. En ik denk dat ik dat gemiddelde van 30km/dag kan aanhouden zodat ik waarschijnlijk de tijd zal hebben om via Lourdes te gaan en na Santiago nog naar Finisterrae. Natuurlijk, als t God belieft.

De groeten en bedankt voor jullie interesse,

Dirk

Zesde bericht van een pelgrim

Beste vrienden,

Ik schrijf dit bericht tijdens een rustdag in Limoges. Rustdag om alles in deze mooie stad eens rustig te bezoeken maar ook omdat ik gisteren voelde dat ik zo'n rustdag wel goed kon gebruiken.

Donderdag 16 april, St. Amand Montrond - Le Châtelet en Berry - 28 km

's Morgens bij het afrekenen in wat het duurste hotel was sinds ik in Frankrijk ben (Relais Mercure), een aangename verrassing: de assistante zegt me dat ze een pelgrimstarief hebben, hetgeen de manager bij het inchecken me wou onthouden, en op die manier ging er toch 21€ van de rekening. Als je weet dat de meeste andere pelgrims die ik tegenkom, werken met een budget van gemiddeld 35€ per dag dan weet je dat dit toch een behoorlijke geste is. Ja, mijn budget zit wel iets hogers, maar omdat ik hoe langer hoe meer in gites overnacht (zie hierna), begin ik dit toch te benaderen. Ziezo, daarmee weten jullie ook weeral wat zo'n bedevaart kost.
Net vertrokken uit St. Amand en de brug over de Cher over om aan te komen in ... Orval. Spijtig genoeg was er daar geen trappistenklooster annex brouwerij. Enfin, in Vézelay heb ik bij Serge en Domi nog van een Orval kunnen genieten en aan de verplichte rode wijn bij het eten in Frankrijk wen je ook wel zeer snel.
Verder het normale programma: langs mooie, rustige wegen, omzoomd met hagen langs beide kanten. Heel veel wei en een paar boeren die nog de laatste akkers aan het ploegen waren. Zeer veel water: beekjes, riviertjes en langs de oversteekplaatsen gaat de weg gewoon door het water en is er een paar meter daarnaast een smal bruggetje voor de voetgangers. Heb ik in mijn vorige bericht al gezegd hoe groen alles is en hoe snel alles groeit? De koolzaadvelden kleuren nu al helemaal geel.
De overnachting in het enige hotelletje in het dorp, uitgebaat door een gedreven Compostellaliefhebber. Hij vraagt elke pelgrim een fiche in te vullen en neemt 's morgens een foto van iedereen. Dit verzamelt hij allemaal in een map. Op die manier zie je dus de gezichten bij al de namen van de pelgrims die voor jou de tocht lopen en waarvan je de berichten leest in de "Livres d'Or" (mijn vriend en collega Jarek heeft me gevraagd een beetje meer Frans te gebruiken in mijn berichten) in de gites en chambres d'hôtes. Nog lekker gegeten en omdat er nogal wat interesse is in wat ik zo allemaal eet: salade met tomaat en scampi/garnalen; cordon bleu met tomatensaus en gebakken aardappelen; zoveel kaas als ik wou uit een schotel met wel 10 verschillende kazen erop en als dessert een crême brullée met daarbij een pichet rode wijn (toen heb ik geleerd dat een pichet 50cl is en niet de 25cl die ik dacht).

Vrijdag 17 april, Le Châtelet - La Châtre - 32km

De rekening voor overnachting, avondeten en ontbijt: 30€. Hoe het hotel daarmee kan overleven, weet ik ook niet, want ik was de enige gast zowel in het hotel als in het restaurant en met die paar klanten in het café. Tja.
Rond 8.30 op stap (ik vertrek meestal tussen 8.30 en 9), het weer was zoals gewoonlijk de laatste dagen: bewolkt, fris maar droog. En de weg: zie gisteren, met die Charolais koeien die altijd, maar dan ook altijd, tijd hebben om de voorbijtrekkende pelgrim te bekijken.
Na 4km kwam ik in Les Arches, een pottenbakkersdorp waar dus een achttal pottenbakkerinnen hun beroep uitoefenden en een museum van de pottenbakkerskunst was. Dat laatste was gelukkig gesloten, want dat pottenbakgedoe is niet echt mijn ding.
Een beetje verder was St. Jeanvin, een dorp met 160 inwoners, maar opvallend goed onderhouden. Het kerkje was intens mooi met zeer oude fresco's en een retabel. En in het gemeentehuis was er een museumpje met oud allaam. Weeral iets bijgeleerd over klompenmakers, trappenmakers.
En rustig dat het is op die kleine wegen. De enige auto's die zo 's morgens voorbijkomen zijn de gele Renaults van La Poste. Ja, in Frankrijk wordt de krant blijkbaar in de meest afgelegen plaats nog bezorgd voor 9.30 en dat ook nog op zaterdag.
Tegen 11u kwam ik in Chateaumeillant - de kerk was open en er was een dienst bezig. Ik doe mijn hoed en rugzak af en zet me achter de mensen. Het was een doop van de 5-jarige Sony, een kind van foorkramers. De pastoor zocht iemand om de voorbeden te doen, en toen niemand van de familie wou, heb ik ze dan maar voorgelezen. Mocht/moest ook zeggen wie ik was, vanwaar en waarom pelgrim. Op die manier mocht ik dus een stuk getuigenis afleggen voor deze familie die toch redelijk ver van de kerk stond. En toen Sony moest worden gedoopt, zag ik een Jacobsschelp op de doopvont liggen en dus heb ik de pastoor direct mijn schelp gegeven. Ik ben dus nu de trotse bezitter en dragen van een doopschelp!
De pastoor nodigde me uit om bij hem en zijn medeconfraters van de Congregatie van de Missionarissen van het Platteland te eten. Bien mangé, bien bu, merci petit Jézus. En ik was weg voor de resterende 20 km naar La Châtre. Voor het eerst sinds een paar dagen terug langs graswegen en zowaar er was nog een beetje modder.
La Châtre presenteert zich als stadje van George Sand, de schrijfster die (denk ik toch) ook de geliefde van Chopin was. 's Avonds goed gegeten in het beste restaurant van de stad. Tja, een mens gunt zich af en toe wat, nietwaar. (details over de menu en prijs verkrijgbaar op aanvraag).

Zaterdag 18 april, La Châtre - Cluis - 27km

Ik was de stad nog niet helemaal uit, of er stond een pelgrim die dacht dat ze de verkeerde weg had genomen. Dat was dus niet het geval, en op die manier ben ik de rest van de dag op stap gegaan met de 66-jarige Evelyne die op 5 april uit Vézelay was vertrokken. 's Middags kwamen we aan na heel wat graspadden en modder doorgemaakt te hebben, in Neuvy-St-Sépulchre waar een basiliek is gebouwd die een imitatie vormt van de H.-Grafkerk in Jeruzalem en waar twee druppels van het H.-bloed als relikwie worden aanbeden. 's Middags in de zon (voor het eerst mijn zonnebril bovengehaald) op een terrasje onze boterhammen gegeten. Ik ging nog even langs in de basiliek om nog wat te bidden (mijn beste bidmomenten zijn in het algemeen 's morgens kort na het vertrek) en Evelyne was al vertrokken. Omdat ze toch een stuk trager stapt, dacht ik dat ik haar wel zou inhalen tijdens de resterende 9 km naar de gite van Cluis. Echter geen Evelyne gezien bij aankomst in het mooie Cluis met prachtige ruïnes en één van de mooiste kerkjes die ik tot dusver heb gezien. Het licht dat door de moderne glasramen komt geeft 's namiddags zo een intens mooie geel/oranje kleur in het koor van de kerk en daarbij een mooi 14de eeuws Lieve-Vrouwe Beeld (van de H.-Drievuldigheid) - zo één van de plaatsen waar je de gevoeligheid voor de aanwezigheid van Ons Heer intens kan voelen.
Evelyne kwam dan toch zo'n anderhalfuur na mij toe in de mooie kleine en gezellige gite van Cluis. Ze was verloren gelopen, gevallen en had haar voet verstuikt. 's Anderendaags bleek dat ze niet kon verdergaan en via mijn Nederlandse pelgrimvrienden Toos en Leo (zie eerste bericht) hoorde ik dat ze de ganse week in de gite moest blijven (waar je normaliter maar één dag kan blijven). We vrezen allemaal dat ze haar tocht zal moeten onderbreken. Maar wij hebben toen in Cluis toch lekker samen gegeten: simpel en goed: spirelli in tomatensaus met Gruyèrekaas. Mijn bijdrage tot het avondmaal bestond erin de wijn te bezorgen (en de afwas). En ja, voor de derde opeenvolgende dag begon het te regenen terwijl ik na mijn aankomst in de gite/hotel aan het douchen was. H. Jacobus is met mij!

Zondag 19 april: Cluis - Crozant - 31 km

Dus alleen op stap, over het prachtige viaduct van Cluis. Zou nog willen uitvinden wanneer dat gebouwd werd - het was denk ik 100m hoog, breed genoeg voor een kar, maar nu alleen gebruikt door wandelaars. Van het zicht heb ik niet kunnen genieten, want er was nevel. Zeer veel langs kleine graspaden door wei en bos. Heb gisteren mijn laatste Charolais gezien en zo van de ene dag op de andere ben je in Limousin-koeien gebied. Eigenaardig.
Ik begin aan een afdaling en zie opeens, alsof het echt verstopt was, het idyllische Gargilesse, met zijn mooie huizen en straatjes. Ook George Sand moest er graag geweest zijn, want haar huis was er. Op een bank voor het kasteel zat een pelgrim. Dit bleek Laurette te zijn die ongelofelijk blij was na 22 dagen onderweg haar eerste pelgrim te zien. Ik moest en zou dus met haar mee een entrecôte-friet gaan eten in het restaurant (terwijl ik 's middags normaal mijn brood eet met wat ik aan kaas en salami en fruit in mijn rugzak heb). Heb ik dus gedaan en ook de rest van de tocht tot Crozant gedaan. Laurette had eigenlijk onderweg gereserveerd, maar ze wou nu toch mee. Wij dus samen bergop en bergaf en langs kleine paden en door de modder. En vooral bergop was het wachten op Laurette. De laatste 5 km waren asfalt, dus dan ben ik er op mijn tempo vandoor gegaan met het gedacht dat we toch zouden stoppen in het eerste hotel dat we in Crozant tegenkomen. Tja, dat eerste hotel was dus gesloten en ik ben nog snel de ruïnes - zeer indrukwekkende ruïnes - gaan bezoeken op de samenloop van de Sédelle en de Creuse. De vrouw aan de ingang zei me dat er in het centrum een rudimentaire gemeentelijke gite was. Ik daar dus naartoe en daar kwam ik Colette tegen, de vroegere stapgenote van Evelyne. Wij dus samen in de refter van de vroegere school, waar we konden slapen op blauwe turnmatten en ons konden wassen met het vele koude water. Tja, de burgemeester wou niet investeren in warm water. Maar voor 4€ waren we dus nog goed bediend.

Maandag 20 april: Crozant - Saint Priest la Feuille - 32km

Colette ging ontbijten bij de plaatselijke bakker; ik had nog genoeg in mijn rugzak. Maar volgens Colette heb ik 's morgens meer tijd nodig dan een vrouw om me klaar te maken, dus ging zij al op stap. Ik zou haar wel inhalen (inderdaad). Tja, al mijn medepelgrims hebben wel ergens last van: Evelyne, Laurette (ses côtes), Colette (knieën).
Mooie afdaling langs de vallei van de Sédelle en dan een stukje in de vallei zelf kunnen wandelen. Dan weer bergop en weer bergaf en nogal wat mooie kleine paden. Veel met Colette gebabbeld die aan haar derde camino toe is en zo 's namiddags, kort na onze middagpauze toen we in een dorp met een plaatselijke inwoner aan het babbelen waren, kwam Laurette eraan. Dus nu met ons drieën verder en bij het geringste beetje bergop, direct een kloof tussen ons en altijd in dezelfde orde: Dirk, Colette, Laurette. Enfin we zijn samen in La Souterraine geraakt - de granieten pas gerestaureerde kerk past in het hoofdstuk van "meest opzichtige en lelijke kerken langs de camino". Colette en Laurette bleven in La Soute en ik ging nog 7 km verder naar een Chambre d'Hôtes, bij Marjorie en Christophe, waar meen ongelofelijk hartelijk onthaal ten deel viel en ik kon overnachten in zeer mooie kamer. Goed gegeten en gedronken (o.a. zelfgemaakte aperitief, een fles wijn van 1996).

Dinsdag 21 april: St.-Priest - Châtelus le Marcheix  - 34 km

Een zeer mooie etappe, maar één van de moeilijkste tochten tot dusver. Dit vooral door het hoogteverschil: van 370m naar 670m op minder dan 5 km en tevoren en erna nog omhoog en omlaag. Ik mag dan wel van Waltraud niet zeggen dat ik in de bergen aan het stappen ben, maar de heuvels van de Ambazac laten zich voelen. Natuurlijk maakt het hoogteverschil ook dat je enorm afwisselende landschappen ziet en door de hoogte zijn ze ook wilder - meer bos en minder wei (en geen velden). Het was redelijk fris en nevelig 's morgens bij het vertrek, maar na de middag werd het mooi heet. Ik moet eerlijk zeggen dat het best aangenaam was om terug eens een dag helemaal alleen te stappen. Als pelgrim heb ik dat echt nodig.
In het bos een dier gezien waarvan ik de naam niet ken. Wie helpt me? Een dier, kleiner dan een vos, maar met dezelfde roodharige pels. Ging op zijn achterste poten op de uitkijk staan en heeft een rond gezicht zoals een wasbeer. Ik gok op marter.
Onderweg Bénévent-l'Abbaye gepasseerd, een stad zo genoemd omdat ze de relikwieën van de H. Bartholomeus destijds uit Benevento (IT) gehaald hebben (ben niet te weten gekomen of dat met de goesting van de Italianen was). De kerk was volgens een plaatselijke "docteur" gebouwd onder invloed van de Kelten en hun Druïden - alles wat ik me kon realiseren is dat er wel heel veel gulden snedes in het bouwwerk met zijn vele gewelven waren.
In de gite van Châtelus was Jacques, le marin-pélerin uit Toulon, iemand die ik direct herkende (foto van Le Chatelet) en van wie ik al vele berichten in gasteboeken had gelezen.

Woensdag 22 april: Châtelus - St.-Léonard-de-Noblat: 29,5km

Slecht geslapen: Jacques snurkt en pas om 2u in het donker mijn dopjes gezocht en gevonden in mijn bagage en Jacques stond op om 6u (wel stil, maar je hoort het toch). Hij heeft nog meer tijd nodig dan ik 's morgens, maar heeft ook blaren te verzorgen. Omdat het zo zonnig was, ben ik voor het eerst kortarmig vertrokken (met blauwe Charlie's Angels polo) en me goed ingecrèmed, maar niet mijn gezicht en omdat ik de touwen van mijn hoed af en toe onder mijn hoed hield, voelde ik 's avonds in mijn gezicht toch mijn "witte strepen".
De weg was één van de gemakkelijkste: tja, vooral dalen, heel veel bos, veel asfalt maar ook wat kleine paden. Natuurlijk ga je van het ene valleitje naar het andere, zodat er wel wat stijgen en dalen inzit. Maar het landschap verliest wel snel het wilde van gisteren. Vandaag de eerste krekels gehoord en de eerste geschoren schapen gezien. Omdat ik mijn etensvoorraad 's morgens bij het ontbijt had opgegeten (winkel in Chatelus nog niet open), 's middags een volledige menu in Chatenet-en-Dognon: wortelsla; pezige steak/friet; kaas; pudding; koffie en 25cl rode wijn voor de prijs van 12 euro.
De aankomst in St. Léonard was een echt genot: je hebt de prachtige Abbatiale met de relikwieën van de H. Leonardus die als prediker op zijn gebied allerlei geboefte reïntegreerde en omdat hij voor hen dan gratie verkreeg bij de koning, is hij de bevrijder van de gevangenen. En verder was ik helemaal alleen in de meest luxueuse gite: wasmachine, droger, stofzuiger, ligbad, 3 aparte kamers, TV, etensvoorraad en dat voor 10 euro. Alleen heb ik er niet goed geslapen omdat de klokken in de mooie klokketoren elk kwartier sloegen.

Donderdag 23 april: St. Léonard - Limoges: 21km

Op zich zou dit één van de gemakkelijkste etappes moeten zijn, hoofdzakelijk dalend, maar ik geraak niet vooruit. Waar ik anders op goede asfaltwegen 5.5 à 6 km/uur stap, kom ik nu nauwelijks aan 4 km. Ik voel me moe. Kwam pas tegen 2 uur aan in Limoges en overnacht in het seminarie waar ik direct voor twee dagen betaal. Heb gisteren de vele mooie kerken bezocht (kathedraal st Etienne; St Pierre waar ik naar de mis te 18.30 ben geweest en nadien een mooie pelgrimszegen heb gekregen; St Michel) en de vele relikwieën heb kunnen bewonderen van de plaatselijke heiligen: Saint Martial, Sainte Valérie en Saint Loup. Zoals steeds heb ik veel kaarsen gebrand en zeer veel tijd gehad om te kunnen bidden voor al diegene die het gevraagd hebben.

Vrijdag 24 april: Limoges: rustdag

Goed geslapen, 's morgens naar de mis met 9 priesters en 9 andere gelovigen (in het seminarie is een rusthuis voor gepensioneerde priesters) en dit bericht geschreven. Ik ga nog een beetje rondlummelen, het porceleinmuseum bezoeken (maar dat zou snel kunnen gaan, want mijn interesse is beperkt) en mijn haar eens laten snijden.

Tot dusver mijn dagelijkse kroniek. Daarin heb ik niet zo veel verteld over hoe ik me zo voel. maar ik kan het niet anders zeggen: ik voel me goed, gelukkig, dankbaar en rustig en geniet volop van deze genadetijd voor mij. Het delen van de ervaringen met de andere pelgrims doet me deugd, maar ik ben ook heel graag alleen (alhoewel je bent als pelgrim nooit alleen omdat OLH er altijd is en je ook kan denken en meevoelen met al diegene die je achtergelaten hebt).
Het is mooi zo en ik kan niet anders zeggen en hopen dat het zo mag blijven.

Het ga jullie die dit lezen goed. Als je zin hebt, stuur je maar een berichtje. Heb je een intentie voor jezelf of voor anderen die je zou willen dat ik meedraag, laat me dit maar weten. Ik heb tijd om voor iedereen te bidden en kaarsen om te branden zijn er in Frankrijk genoeg.

Tot de volgende keer,

Jullie Pelgrim Dirk

Zevende kort bericht uit Lourdes
Tuesday, May 12, 2009 1:05 PM

Beste vrienden,

Ik heb slechts een kwartiertje tijd alvorens mijn contact hier in de mediatheek van Lourdes afgesloten wordt. De essentie van "mijn verhaal" is dat ik sinds Limoges elke dag ongeveer 30 km stap, meestal overnacht in gites, telkens een dag of twee met andere pelgrims onderweg ben - meestal zien we mekaar 's morgens, 's middags en 's avonds en doen we de laatste 4 - 5 km per dag samen - met Marc een Franstalige Zwitser heb ik twee dagen echt samen gewandeld. Sinds Limoges heb ik drie dagen na elkaar regen gehad, maar voor de rest is het heerlijk stappen: soms fris, soms heet, soms langs mooie paden in het bos, soms langs drukke wegen (kilometervreten), soms door de modder, meestal in het droge.
Met mijn gezondheid gaat alles goed, geen verkoudheid, geen problemen behalve die ene blaar aan een teen aan mijn linkervoet, maar dat stoorde niet bij het wandelen. Ik ben wel blij dat ik vandaag mijn rustdag heb in Lourdes waar mijn goede vriend Mark mij straks komt vervoegen om samen tot vrijdag te stappen langs de Pyreneeën.
Vermagerd ben ik niet veel (5 kg volgens de weegschaal in Périgueux), maar het lekkere eten van de Périgueux (Dordogne) en al die andere streken in Frankrijk doen enorm veel deugd.
Dus een snel overzicht van mijn etappes zodat de fans van Google Earth mij kunnen volgen: Limoges, Flavignac, La Coquille, Sorges, Périgueux, Saint-Astier, Mussidan, Port Saint Foy, Saint Ferme, Trappistinnenabdij Le Rivet, Captieux, Roquefort des Landes, Mont-de-Marsan, Hagetmau, Orthez. In Orthez heb ik de weg van Vézelay naar Saint Jean Pied de Port verlaten om naar Lourdes te gaan via Artiguelouve en Coarraze.
Het belangrijkste dat ik toch wel zeggen is dat ik hoe langer hoe meer de vreugde van het gebed ontdek. Ik bid al sinds mijn vertrek dagelijks het rozenkransgebed, maar heb ondertussen ook de mysteries ontdekt. Na dit rozenkransgebed, bid ik een tientje voor elk van de intenties die me zijn meegegeven en nadien bid ik voor jullie allemaal: familie, vrienden, collega's (niet altijd even evident om een onderscheid te maken tussen vrienden en collega's - gelukkig maar!), mensen van Everberg, de overledenen, de mensen die voor mij bidden, de andere bedevaarders, de "hospitaliers" en iedereen die ik vergeten ben. Hier in Lourdes brandt nu een dikke kaars voor jullie allemaal en ik heb ook een misintentie aangevraagd.

Ik hoop dat met met jullie allemaal zo goed gaat als met mij!

Moge jullie allemaal genieten van de vrede, vrede met jullie zelf, vrede met jullie familie en vrienden, vrede met God.

Dirk
 

Subject: Achtste bericht en eerste uit Spanje

Goede vrienden,

Vandaag heb ik een rustdag genomen in Puenta la Reina, het stadje in Spanje waar officieel de "camino Aragon" (die vanaf de Somport pas) en de Camino Navarrense (die vanaf St Jean Pied le Port) samenkomen. Veel is hier niet te doen, dus heb ik goed de tijd om eens goed uit te rusten en nog eens een uitvoerig bericht van mijn belevenissen en ervaringen sinds Lourdes te schrijven.

Dinsdag 12 mei: rustdag te Lourdes

In de vroege namiddag is Mark aangekomen en we hebben mekaar getroffen aan het onthaalcentrum in het Heiligdom waar we dan direct een geloofsbrief (credential) voor Mark gekocht hebben wodat hij ook in de pelgrimsherbergen kan overnachten. Nadien zijn ze samen naar de grot geweest en heeft hij ook een dikke kaars laten branden (langer dan een dag laten ze die in Lourdes sowieso niet branden wegens gebrek aan plaats in de "bruloirs"); Dan zijn we langs gegaan in alle kerken en basilica in het heiligdom want die had ik ook nog allemaal niet gezien. Dan het straatje omhoog naar de Cite St Pierre waarbij het echt opvallend is hoe rustig het opeens wordt indien je 100 meter voorbij de hotels bent - plots ben je weer helemaal alleen in de mooie natuur en de lagere Pyreneenheuvels; Na het inchecken is Mark terug naar Lourdes gegaan terwijl ik mijn post van Ute bekeken heb en me verheugd heb over de 4 nieuwe paar kousen zodat ik terug eens kousen zonder gaten heb (ja, de vreugde van het leven bestaat soms uit kleine dingen).
Het avondmaal in de cite was niets speciaals, maar zel opvallend hoe er bijna evenveel internationale vrijwillgers werken als pelgrimgasten; Mark is naar de kaarskesprocessie geweest, maar ik was te moe en ben op tijd gaan slapen;

Woensdag 13 mei: Lourdes - Asson: 22 km

Zelfs al slaap ik alleen in een kamer, ik word toch nog steeds 's nachts wakker (heb vlakbij een uil horen krassen), maar toch goed uitgerust om 7.15 opgestaan voor het ontbijt van 7.45 bestaande uit (oud) brood met confituur. Rond 8.40 zijn we dan naar de Grot vertrokken en onze kruikskes met Lourdeswater gevuld (ik ga dus nog zo'n 1000 km 50cl Lourdeswater voor Ute meedragen). Ik wist dat de Camino Piemonte in Lourdes voorbijkwam en op het ogenblik dat ik nog eens goed naar het enige stukje kaart keek dat ik had van de weg die ons naar de Somportpas moet brengen, stel ik vast dat die weg voorbij de Grot ging - net op tijd want we waren op weg naar het informatiebureau in het centrum. Onze weg ging langs de kruisweg, maar die was afgesloten wegens het onweer van twee dagen ervoor, maar wij toch over de banken om dan verder vast te stellen dat het hek op slot was, enfin we hebben toch nog een plaatsje gevonden om erdoor te geraken en al vrij snel zagen we ook de rood-witte GR aanduidingen en de geel-blauwe pijltjes van de Via Piemonte; In een klein dorpje gingen ze uit elkaar en omdat ik ervan overtuigd was (gezien de eerdere ervaring) dat de GR goed onderhouden is, hebben we die 2 km gevolgd om dan vast te stellen dat er geen enkele markering meer was. Tja, dat is dus terugwandelen en vanaf dan de geel-blauwe pijltjes volgen, en hopen dat je er geen mist. Bij elke tuin bleef Mark een tijdje kijken om te inspecteren en vast te stellen dat de groenten beter opschieten in het Zuiden van Frankrijk dan in Neerijse - voorwaar een wonderlijk inzicht!

En omdat het nu al weken droog gebleven was en omdat Mark nu net ging meestappen, is het natuurlijk beginnen te regenen; niet echt veel, maar toch regelmatig gedurende 5 - 10 minuten druppels. Maar de mooie weg langs de enorm snelstromende Gave de Pau maakte dat meer dan goed - er was uitzonderlijk veel water wegens de vele sneeuw en de regen die regelmatig viel.

Rond 13u kwamen we aan in Lestelle-Betharram, maar de kerk was gesloten, maar de restaurants waren open; Dus menu de jour gaan eten en de baas heeft ons direct als pelgrims getracteerd op een glas JuranÇon, de aperitiefwijn die in de streek wordt gemaakt. En het eten werd als zeer goed beoordeeld. een Gabarit (soep ñet nog ganse stukken groenten en vlees), salade de terroir (spek en eendeschijfjes), kalkoen met erwten, dessert en rode wijn a volonte en koffie (11 euro). Na het middagmaal was ook de kerk open die echt indrukwekkend was, barok interieur met wel 20 schilderijen. In de kerk is een ontiechelijk klein Mariabeeldje dat gedurende eeuwen HET Mariabedevaartsoord wijd en zijd was en nu sinds Lourdes volledig in de vergetelheid geraakt is; Verder in de kerk/klooster/college was een kapel met het schrijn van de heilige Michael Garicoits, stichter van de paters van het H Hart (maar niet die van de Picpussen - pater Damiaan - Leuven), tijdgenoot en vertrouwensman van Bernadette Soubiroux. Hij was ook een van de eerste om te investeren in de bouw van een "kapel" in Lourdes en toen zijn medebroeders hem zeiden om dat toch niet te doen, want dat daardoor Betharram aan belang zou verliezen, sprak hij de zeer wijze woorden: "Het is niet belangrijk waar de mensen tot OL Vrouw bidden, als ze er maar toe bidden!" Nog verder was er een ñuseumpje met de meest onvoorstelbare verzameling bric a brac die je je kan voorstellen: munten, bankbiljetten, speelgoedauto'sm prehistorische vondsten, stenen, exotische dierenm religieuse voorwerpen. Sommige stukken waren echt prachtig. Enfin, dan verder, de steile kruisweg omhoog waarbij elke statie in de vorm van een grote kapel was afgebeeld. Ik kan alleen maar zeggen aan al wie naar Lourdes gaat, ga eens naar Betharram, het is maar 15 km van Lourdes verwijderd.

Langs de mooie heuvelruggen zijn we dan verder gestapt tot Asson, met op tijd en stond de herdershonden van de afgelegen boerderijen die rond ons kwamen blaffen en snuffelen (neen, in die boerderijen is de poort niet dicht), maar gelukkig niets ergers. Met nog 30 minuten te gaan, kregen we nog een serieuze regenbui op onze kop. De gite in Asson heeft 1 stapelbed, en dat was benomen door een Frans koppel wier ontgoocheling op hun gezicht groot te lezen stond toen ze ons zagen binnenkomen en ze op die manier de exclusiviteit van de gite verloren hadden. Enfin, mijnheer was nog zo'n 3 kwartier bezig de route die ze die dag gelopen hadden aan te brengen op zijn 25 stafkaarten en dan met een wieltje de afstand na te berekenen. Een pietje precies zoals ik er gelukkig niet te veel ben tegengekomen. Mark heeft die avond (en ook 's anderendaags) geprobeerd mevrouw de basisprincipes van een economische afwas bij te brengen (bak laten vollopen met heet water en afwasmiddel en daarin alles afwassen en spoelbak ernaast), maar neen, ieder voorwerp moest en zou afzonderlijk onder het lopend heet water gehouden worden met af en toe een nieuwe scheut middel op het sponsje.

Donderdag 14 mei: Asson - Arudy: +/- 19km

Rond 7 uur zijn we alle 4 opgestaan; onze Franse vrienden hadden water voor de koffie opgezet, maar enkel voor hen. Enfin, goed ontbeten - met de kaas die we gisteren in het dorpswinkeltje hadden gekocht en om 8.30 vertrekkensklaar; de dorpswinkel ging dan ongeveer open doen, maar we hebben nog een half uur moeten wachten tot hij het brood gebakken had. Direkt toch ook nog een halve kg van de lekkere pyreneeenkaas bijgekocht. Dan weg, het begon te regenen en het heeft de ganse dag blijven regenen. Na 5' moesten we door een klein wegje met redelijk hoog gras en ik wist het weeral: mijn schoenen zijn niet waterdicht (die van Mark wel). Nog een beetje verder stopte een auto en de man stapt uit en begint met ons zeker 10' te babbelen over santiago en hoe de pelgrims in het begin van alles foto's maken en na een tijdje enkel nog in hun voeten geïnteresseerd zijn. Best een grappige ontmoeting en we wisten meteen ook dat we in Arudy bijde pastoor konden slapen en dat die ook avondeten kookt. Onze tocht ging verder langs Bruges en dan in Mifaget waar de kerk open was en we dus de prachtige crypte konden bezoeken. 's Middags in het kerkportaal (nog steeds in de regen) van de gesloten kerk van St Colome onze boterham (met een halve kg kaas) gegeten. Net toen we klaar waren, kwam de restaurateur van de kerk eraan en die heeft de kerk opengedaan. Enfin, verder naar Arudy, waar ze ons op het gemeentehuis naar de pastorij sturen en daar hangt op de deur een briefje: "Ga naar de zusters" en een zeer humoristische zuster heeft ons dan terug naar de pastorie begeleid - ondertussen wisten we al alles van de kater die een pelgrim de pastoor had aangeboden en hoe die kater een kattin bleek te zijn die onlangs 5 kleine jongskes had gekregen en waarvan de pastoor neit wist hoe ze moesten verzorgd worden en hoe ze nu opzoek kunnen gaan naar adoptieouders (de zuster vond het allemaal niet zo een goed idee en we hebben haar gelijk moeten geven - onze overdrukke pastoor die altijd met 17 zaken tegelijk bezig was en dus met niets op tijd en met alles te laat, had het nog niet zo onder controle). een beetje later kwamen ook onze Franse vrienden binnen. In Arudy hebben we hetlokale museum bezocht - en voorwaar, er is die namiddag nog zeker 1 andere bezoeker gekomen. Daar van alles geleerd over het kaasmaken en de trek van de schapen naar de bergweiden, en interessant ws ook nog een reliëfkaart van de Pyreneën; kon je echt zien waarlangs ik nog te gaan had en welke beroemde Tour de France cols er allemaal in de omgeving waren. In het plaatselijke cafe hebben we ons nog een goede Belgische pint laten smaken en dan terug naar de pastorie om te helpen bij de voorbereiding van het avondmaal: de verse soep mixen en daar dan de koude overschot van de te gepeperde soep van de dag voordien bijkappen, getracht 5 borden en bestekken bij elkaar te zoekenm aardappelen schillen (misschien iets te lang gekookt); Onze pastoor is natuurlijk een ongelofelijk innemende en vriendelijke man, en hij heeft de ganse avond over zijn katten verteld, maar een cursus "efficient tijdsgebruik" zou niet slecht zijn. Maar we hebben goed geslapen!

Vrijdag 15 mei: Arudy - Sarrance. 30 km

De etappe van de dag was door een groot bos gaan om op die manier aan te komen in de vallei van de Aspe die ik zou volgen tot boven aan de Somportpas. Het was een mooie weg met niet te veel auto's en even een omweg gemaakt die ons hoger op de heuvel bracht en vanwaar we natuurlijk een prachtig zicht hadden op de Pyreneën en de weidere omgeving. Geregend heeft het slechts van 9 tot 11. Middag hebben we weer in een kerkportaal ons boterhammekes gegeten, deze keer die van Lurbe - we waren er net en het begon te regenen. Nadien is Mark richting Pau vertrokken waar hij 's anderendaags het vliegtuig terug naar Charleroi had; Merci kameraad voor de komst!
Ik heb dan de "voie d'Arles" gevolgd - in het droge; Echt waar: het heeft geen druppel meer geregend sinds Mark vertrokken is.
De laatste km voor Sarrance waren bij de gevaarlijkste die ik tijdens deze pelgrimstocht heb gelopen: een smal pad, glibberig, met daarnaast direkt zo een 30 m dieper de snelstromende Aspe rivier - af en toe nog onderbroken door een beek die net iets breder was dan goed en tot overmaat van ramp nog een dikke boom over de weg waarheen ik toch nog heelhuids geraakt ben.
Als compensatie voor de uitgestane gevaren, mogen en kunnen overnachten in een oud Norbertijnerklooster met nog de middenkoer en een prachtige kerk. In de gite waren slechts 2 andere pelgrims, Anton uit de omgeving van Frankfurt die ik nog dikwijls heb terug gezien en Klaus, een Oostenrijker afkomstig uit Kärnten die een van de weinige overlevenden is van de Tsunami in thailand op een strand waar 5000 doden te tellen waren. Dat verhaal heeft hij me 's morgens ibj het ontbijt verteld en dat is om even stil van te worden.

Zaterdag 16 mei: Sarrance - Urdos: +/- 25 km

Een prachtige tocht door de vallei van de Aspe, ook nog regelmatig kleine smakke wegen, maar volledig ongevaarlijk moeke! Waar de vallei breed is, is er plaats voor velden, waar ze smal is moet je langs de RN lopen, maar er is een fietsstrook zodat het heel veilig is. Tja, fietstoeristen zie je heir meer dan auto's. Op de smalste plaats was een indrukwekkend fort in de rotsen uitgehouwd.  De overnachting was in Urdos, vroeger een bloeiend plaatsje toen er nog grenzen waren, want het was het laatste dorp in Frankrijk op 770m hoogte en de douane was er. Geslapen in de gite, ttz een gunalow met 8 afzonderlijke kamers en 1 gemeenschappelijk toilet en bad (ik denk voor de truckchauffeurs van vroeger), maar ik was de enige pelgrim. Avondeten in hotel waar ik op het laatst van mijn avondmaal aan de praat geraak met een Oostenrijker die de compagnon van Klaus bleek te zijn, maar hij slaapt enkel in hotels. Toen mijn gezel begon af te geven op Europa heb ik natuurlijk tegengas gegeven en dat was het begin van het enige strijdgesprek dat ik dusver gehad heb. Europa kan niets goed doen, allemaal profiteurs en het wordt allemaal betaald door de Oostenrijkers, die trouwens Europa hebben uitgevonden (ttz het Oostenrijks-Hongaars keizerrijk waar mijn zeer adellijke vriend duidelijk heimwee naar had). Hij had een sinaasappelplantage geërfd van zijn zeer adellijke moeder in de omgeving van Catania (Sicilië) en de pluk wordt daar georganiseerd door de maffie, dat zijn tenminste eerlijke mensen voor wie en woord een woord is en niet zoals die aasgieren uit Europa; Ik kan julie verzekeren, ik sliep dan wel helemaal alleen in mijn bungalow, maar heb me nog de ganse nacht geërgerd.

Zondag 17 mei: Urdos - Villanua: 30 km

In het hotel hadden ze mij aanbevolen de laatste 15 km tot de Somport (1640 m) via de RN te doen. Dat heb ik ook zo'n 5 km gedaan, maar dan was er een plaatje "Oude baan naar Spanje" en die heb ik dan toch gevolgd  - was een zeer mooi pad grotendeels door een prachtig bos. En alhoewel de weg principieel omhoog ging, ging het allemaal toch beter en gemakkelijker dan ik had gevreesd en 3 uur later was ik boven aan de Somport en heb zelfs nog 200m op dikke sneeuw gestapt. Ik ga in het cafe boven iets drinken en wie zit daar aan de bar: de Oostenrijker van gisterenavond; Enfin, we zijn akkoord gegaan om het oneens over Europa te zijn en hij is dan nog het grootste deel van de namiddag tot Villafranc Estacion (een megalomaan station - ongeveer de stijl van de grote stations van Parijs, Rome en dergelijke - gebouwd door Franco dat nu volledig vervallen is en vanwaar 3 treinen per dag vertrekken) meegestapt. Het  zicht zo boven op de top en ook tijdens de beklimming en afdaling is zo ongelofelijk mooi - de bergen hebben toch ook hun charme zegt hier iemand die altijd op vakantie naar de  zee trekt.
In Estacion Jan tegengekomen die ik ook aan de Somport had gezien en die net zijn pelgrimstocht begon en met hem via mooie brede paden met prachtig zicht op de omgeving gestapt tot Villanua en omdat geen van ons beide veel info had over slaapgelegenheden in een hotel overnacht.

Maandag 18 mei: Villanua - Santa Cilia: 30+ km

Het ontbijt was pas om 8.30 zodat ik eens kon uitslapen tot 8 uur. Rond 9 uur vertrokken - goed ingecremed met zonnemelk en verder langs vrije, droge wegen. Het landschap in Spanje is ruwer dan aan de Franse kant, je merkt dt de regen meestal aan de andere kant valt. De bebouwing is ook anders - er wordt gewoon overal gebouwd, je ziet bijna geen dieren en ik denk zelfs dat de vogels anders zingen (of is dat inbeelding). Alleen de koekoek die me nu al maanden trouw begeleidt, die klinkt hetzelfde. Heb zeer veel foto's gemaakt (reserveer nu al dinsdag 29 september dan kan je een selectie met toelichting komen bekijken in de Moriaan in Etterbeek). En alhoewel we aan het dalen zijn, moet je regelmatig een klein klimmetje maken. Plezant was om via een dubbele rij stapstenen (de ene rij 50 cm, de andere rij 1 meter hoog) de 50 m brede Rio Juez over.
Na 3 u stappen waren we in het centrum van Jaca, waar we de prachtige Romaanse kathedraal hebben bezocht en nadien goed gaan eten met Jan die in Jaca bleef; Nog zo een verschil met Frankrijk is dat in Spanje het eten en drinken (nog) goedkoper is, maar dat alle kerken gesloten zijn - ik probeer ondertussen zelfs niet meer of de kleine dorpskerken open zijn - verloren moeite; en als een grote kerk open is, dan kan je er geen kaarsen meer branden, enkel voor 20 cent een gloeilampje laten branden - is naar het schijnt wegens brandgevaar, maar het is helemaal hetzelfde niet.
Ik ben dan nog 3 uur doorgestapt to Santa Cilia waar ik heb overnacht in de mooiste herberg tot nu toe: prachtig en smaakvol ingericht, met leuke "schilderijen" tegen de muur en van alle comfort voorzien. OOk een klein en mooi dorp.

Dinsdag 19 mei: Santa Cilia - Ruesta: 37+ km

Mensen, het kan warm zijn in Spanje! 30 graden en ik maar stappen, maar dat is een echt plezier en de wegen zijn ook zo duidelijk aangegeven en meestal zeer breed en tot mijn groot plezier zie ik af en toe nog, als we weer eens een klein klimmetje gedaan hebbenb, de besneeuwde bergtoppen - altijd andere die tevoren verstopt zaten. Maar ik mis wel mijn koeien onderweg - je ziet ze af en toe wel in stallen, waar ze ook varkens houden. De ahlte van de dag is in een verlaten dorp dat ze destijds voor de aanleg van een stuwmeer hebben verlaten en waar nu een vakbond de herberg uitbaat; Was heerlijk zo tussen de ruïnes van het dorp in de schaduw met een frisse pint en op de achtergrond heerlijke bluesmuziek met zicht op de vallei en de bossen. Het leven kan schoon, zeer schoon zijn.

Woensdag 20 mei: Ruesta - Izco: 42 km

Prachtige weg - vanuit Rusta bergaf - aan een vervallen heremietenkluis de beek over en dan een volledig uur bergop met regelmatig mooie vergezichten op het stuwmeer, de vallei, de bergtoppen. Na een tijdje de grenspaal Aragon/Navarro voorbij en, raar maar waar, in Navarro is alles groener - daar valt dus toch meer regen of hebben ze daar meer irrigatie, ik weet het niet. Rond de middag in Sanguesa aangekomen, maar eerst langs de lelijke huisjes in het veld (imposante toegangspoort - dikwijls half afgewerkt en darachter pietluttig klein huisje). De kerken waren zoals altijd dicht, maar demooiste kon je bezoeken voor 1.70 euro en dat was goed geïnvesteerd geld. Na het middagmaal verder langs de heuveltoppen en langs tientallen en honderden windturbines. Maar de weg is prachtig.
In Izco waren we met 16 in eenherberg met 4 stappelbedden, dus de helft sliep op turnmatjes in de eetzaal en ik, ik heb haast niet geslapen met de meester snurker onder mij. Heb mezelf een hotel beloofd in de volgende halte;

Donderdag 21 mei - Hemelvaartsdag: Izco - Puenta la Reina: 41 km

Als laatste in de herberg vertrokken, maar onderweg de meeste andere pelgrims terug gezie. Het is niet om te stoeffen (of misschien toch een klein beetje), maar het stappen gaat zeer zeer goed - snel, pijnloos, zonder veel moeite: net een goed geöliede machine; Het hoogtepunt van de morgen was dat ik eindelijk een koekoek heb gezien. 's Middags gegeten in de herberg waar ook nog een Duits koppel erbij kwam waar ik ook in Izco de avond heb mee doorgebracht. Zeer interssante ontmoeting en het leuke daarbij is dat sommige mensen je levensvisie volledig ondersteunen en anderen ze in vraag stellen. Die contacten vormen natuurlijk een verrijking - het is echt typisch voor de Camino dat vele mensen bereid zijn met wat in den beginne toch wildvreemden zijn, hun vreugde en verdriet te delen;
's Namiddags verder langs mooie wegen en genieten van de mannen die in een dorpje binnen aan het zingen zijn, van het verlaten zo midden in het veld geplaatste octogonaal kerkgebouw van Santa Maria de Eunate, de kerk in Obanos, het dorpje waar de twee wegen echt samenkomen en van het goede hotel in Puenta.

Vrijdag 22 mei: Rustdag

Ontbijt om 9.45, nadien wassen, dan op mijn gemak naar het dorp en dan als alles sluit voor de siesta, ook mijn siesta nemen: Dan hier verder schrijven en ondertussen nog vele bekenden tegengekomen van de vorige2-3 etappes - en dat is altijd plezant; en morgen, morgen stap ik verder.

Beste vrienden,
Laat dit duidelijk zijn: dit is een ongelofelijk zalige tijd en ik geniet hiervan met volle teugen: Ik geniet er zelfs zo erg van dat ik al iets aan het uitdenken was voor na Santiago omdat ik nu al (675 km voor Santiago) schrik begin te krijgen van het einde na zo'n 1875 km stappen; Maar onze Joachim was duidelijk - als ik er ben, is het om naar huis te komen.
Ondertussen bid ik nog steeds graag en met veel plezier voor jullie allemaal, voor de intenties en voor jullie allemaal - niets beter om een dag mee te beginnen. Ook de lectuur van het Nieuwe Testament is al goed gevorderd. Ben ik een andere mens geworden: ik denk het niet, maar daar kunnen jullie later zelf over oordelen. Maar die dankbaarheid voor al het mooie onderweg, de rust en het geluk en de Nabijheid met Onze Lieve Vrouw en "God" (niet direct natuurlijk, maar door het gebed, de ontmoeting, de landschappen), die pakken ze me niet meer af.

Ik wens jullie op het thuisfront allemaal veel plezier en tot ziens

Een intens gelukkige pelgrim!
 

Subject: Negende bericht uit Burgos

Sent: Thursday, May 28, 2009 11:49 AM

Beste vrienden,

Omdat ik geen dagboek meer bijhou en omdat ik mijn reisgids met informatie over de geziene dorpen en steden in de juiste volgorde hier niet bij heb, is dit bericht meer impressionistisch getint.
Even nog enkele statistieken over de stopplaatsen na Puenta la Reina: Los Arcos - Navarrete - Santo Domingo de la Calzada - Villafranca Montes de Oca en sinds gisteren in Burgos. Dit betekent dagelijkse etappes van tussen de 34 en 44 km en ik zit op minder dan 500 km van Santiago. Met de gezondheid en de moraal gaat het nog steeds uitstekend.
enkele indrukken:
De gevreesde overbevolking van de weg valt nogal goed mee. het is wel zo dat als je in een refugio of gemeenschappelijke slaapzaal slaapt, de eerste beginnen op te staan rond 5.30. Zelf ben ik altijd de laatste of een van de laatste om 's morgens de herberg te verlaten - alhoewel ik ook al twee keer om 7 uur op de baan was. Nu zeer velen stoppen al 's middags of in de zeer vroege namiddag (voor 3 u hetgeen hier in Spanje nog tot de middagpauze wordt gerekend) zodat je nadien bijna weer helemaal alleen op de wegen bent.
qua provincies ben in door navarra, la rioja en nu in Castillië.
De weg van Logrono tot Burgos was grotendeels parallel aan de grote RN die als een soort autobaan functioneert met honderden en honderden vrachtwagens, maar op de camino zelf passeert haast geen enkele auto. Soms is het een erg brede weg, soms een klein paadje
Regen, veel regen. Ben in mijn vorig bericht te overmoedig geweest. 3 dagen regen gehad, inclusief een hagelstorm een half uur voor de aankomst in Sto Domingo - maar ik moet zeggen dat ik zelf niet doorweekt ben geweest en ook mijn schoenen waren niet doorzopen.
Er zijn zeer veel bergen in spanje - ik dacht dat het na de Pyreneeén gedaan zou zijn met besneeuwde bergtoppen, maar neen hoor. Ben gisteren nog eens in de bergen geweest (ttz volgens de Waltraud-definitie: hoger dan 1000 meter) - de prachtige Montes de Oca - een mooie klim en dan boven in een heide-achtig landschap waar ik de ganse tijd helemaal alleen heb kunnen doorwandelen.
Navarra is helmaal anders dan Aragon: je ziet bijna geen irrigatie-installaties meer, maar daarvoor in de valleien groenten: massa's asperges en verder in het golvend landschap zeer grote graanvelden. Ik vind het eigenaardig vinden dat je bijna geen beesten op de weide ziet in Spanje; in Aragon zag je 's morgens nog af en toe de boeren hun schapen naar buiten drijven en kwam je ze overdag wel tegen, maar nadien riek je de koeien en vooral de varkens die op stal staan. In de omgeving staan dan wel bergen gestapeld hooi en stro - hoger en breder dan ons appartementsgebouw!
Rioja: kennen we allemaal vanwege de wijn. Een ganse dag door de wijnvelden gewandeld - waar in de chañpagne en in Boergondië en Bordeaux de wijnstokken grotendeels op de heuvels staan, staan ze in de Rioja overal: in de heuvels, inde vlakte, langs overal. En weeral zo typisch: de grens over in Castilië en het is gedaan - niets meer.
De kerken: zeer eigenaardig: of het nu een grote of een kleine kerk is, of de binneninrichting sober of monumentaal is: de retabels zijn huizenhoog: vanaf de grond tot aan het plafond - bladgoud en masse. Sommige van de Mariabeelden, en dan vooral de oude zijn wondermooi door hun eenvoud en aandoenlijkheid - de uitstraling van het gezicht - sprkend.
De pastoors: jonge priesters en, volgens de dames, knappe priesters. En allemaal wijken ze, net alsin Frankrijk, voor geen millimeter af van de officiële liturgische teksten. Zingen doen ze ook graag in spanje, maar liederboeken heb ik nog in geen enkele kerk gezien. je moet de teksten maar vanbuiten kennen als je wil meezingen. En nu krijg je ook overal na de mis de pelgrimszegen, met als bijzondere variatie de nadruk op de plaatselijke heilige.
Inkopen en mondvoorraad meenemen doe ik niet meer. Ik ga 's middags in de bar ofwel "bocadillos con queso e jamon" eten of de plaatselijke menu en 's avonds tapas of de pelgrimsmenu. En hun prachtige hespen hangen hier in elk cafe, ook die van het kleinste dorp.
Heb geen "vaste" medepelgrims meer getroffen waarmee ik een dag of twee samen optrek. En je merkt ook: hoe meer volk in de herberg of hotel, hoe minder je echte contacten hebt met de andere pelgrims. Denk nu echter niet dat ik een eenzame zielepoot geworden ben - neen, je babbelt nog met anderen, maar je weet dat het contact maar voor die korte duur is.
Hoe langer hoe meer zie je allerlei soorten pelgrims: diegene die met rugzak onderweg zijn, diegene die hun rugzak laten transporteren, diegene die met de bus gaan en elke dag een paar km stappen en dan een stuk met de bus en dan vanalles gaan bezoeken, diegene die 7 km per dag doen, diegene die 's morgens al aan het strompelen zijn en waarvqan je je afvraagt hoe ze het toch doen (die zijn echt te bewonderen). Van alle nationaliteiten zijn ze nu - veel Finnen (TV-reportage over de camino vorig jaar), Japanners en Koreanen (idem), Australiers. Zeer veel 55+ die op zoek zijn naar een (nieuwe) relatie: was in Navarrete in de Albergue met een nederlandse en een Australier die tevoren nog met een Portugees samen waren: de Portugees was geinteresseerd inde Nederlandse, maar zij eerder in de Australier, die op zijn beurt een oogje had op een italiaanse waarmee we samen gegeten hebben. enfin, grappig om af te zien en erbij te staan.
Was zeer onder de indruk van enkele zeer mooie kerken: Los Arcos: helemaal afgezet met beschilderde houten panelen, Sto Domingo: de enige kathedraal ter wereld met een kippenhok (de achtergrond zoeken jullie zelf maar op via het internet of vertel ik jullie in September) en een zeer mooi grafschrijn van Sto Domingo: DE heilige die de levensomstandigheden in de 11e eeuw enorm heeft verbeterd voor depelgrims. bouwde bruggen, hospitalen, refugios en betere wegen: Zijn werk is voortgezet door San Juan de la Ortega. De eenvoud van de kerk van San Juan de la Ortega en de monumentale kathedraal van Burgos - ik ben hier meer dan 20 jaar geleden met ute geweest, maar die kathedraal is zo indrukwekkend dat je er gerust een ganse dag kan in blijven om je verder te verdiepen in steeds meer details die te voorschijn komen - ik ga straks nog eens terug.
Mijn fototoestel: een miserie - om gewicht te besparen had ik een goedkoop toestel gekocht met niet herlaadbare batterijen (ja ma en ute: ik weet het nu wel: het goedkoopste is niet altijd het beste), en de laatste tijd zijn mijn batterijen leeg na 5 foto's om dan een halve dag nadien terug twee foto's te kunnen maken - ik zal dus voor de tijd die me nog rest Duracellekes kopen.
Warmte: ja, ik heb al in 30 en meer graden rondgelopen, maar de laatste dagen heb ik terug mijn T-shirt met lange mouwen aangehad en was ik zeer tevreden dat ik mijn thermisch ondergoed (pyjama) niet heb teruggestuurd. Eigenlijk heb ik dus nog steeds dezelfde bagage als in het begin, alleen andere kousen waar ik ondertussen geen gaten meer in loop - zou het dan toch zijn dat ik mijn teennagels niet kort genoeg knipte?
Wijn: no vino no peregrino en dat zullen ze geweten hebben; af en toe een flesje kwaliteitswijn, maar meestal de gewone van de patron - neen pa, ik heb geen koppijn meer van teveel te drinken...
Einde: ja, dat komt in zicht en ik begin me daar langzaam geestelijk op voor te bereiden.
Bidden: jazeker en met veel plezier elke dag. En ik verheug me op de goede reacties die ik krijg ivm met mijn intenties. Ik heb het vandaag nog naar iemand gemaild: "De kracht van het gebed is iets waar ik zelf nog helemaal niet klaar in zie, maar ik blijf het wel verder als een grote deugd ervaren te kunen en mogen bidden voor anderen (en natuurlijk ook voor mezelf en mijn familie)."

Zo, lieve vrienden, ik ga het hierbij laten. Tot binnenkort,

Pelgrim dirk vanuit Burgos
 

Subject: Tiende en voorlaatste bericht van een bedevaarder die naar huis verlangt

Sent: Thursday, June 04, 2009 6:01 PM

Goede vrienden,

Ik schrijf dit bericht vanuit de herberg in Santa Catalina de Somoza, een plaatsje zo'n 245 km voor Santiago en gelegen tussen Astorga en Rabanal del Camino, zo'n 20 km voor het hoogste punt op de tocht (met uitzondering van de Pyreneeën), het Cruz de Ferro - 1517 meter hoog waar ik morgen mijn persoonlijk steentje en daarmee mijn "last" ga wegwerpen en aan Onze Lieve Heer overdragen.

De etappes:

Burgos naar Castrojeriz: 37 km - en een heel mooie etappe, langsheen een mooi bloeiend maar ongerept gebied - zeer verlaten en dus ook zeer rustig en onderweg langs een verlaten klooster waar een Italiaanse broederschap een herberg heeft ingericht. Eigenaardig toch hoe ruïnes soms mooier kunnen zijn dan een afgewerkt gebouw. Ben net voordien twee grappige jonge gasten tegengekomen waarvan er eentje zoals hij zelf zei "een onbeschreven blad" is mbt het Christendom, dus eigenlijk een nieuwe Christen. Ben wel nog verder gegaan tot Castrojeriz, een plaatsje met nog geen 1000 inwoners maar 4 kerken van de grootte van Sint-Pieters in Leuven! In een ervan was ook een museum met religieuse kuntst - zeer goed gemaakt.

Zaterdag voor Pinksteren: Castrojeriz naar Villalcazar de sirga: 39 km

Het begin van de "grote leegte", de steile beklimming vanuit Castrojeriz naar de eerste meseta was nog best mooi en ook het uitzicht en landschap kon nog boeien, maar snel daarna was de pret eraf. Onderweg in Fromista nog een mooie Romaanse kerk bezocht, maar dan begon de weg door de campos: kaarsrechte wegen, met links een tarweveld en rechts een gersteveld of omgekeerd en geen reliëf en veel zon en  geen schaduw en dus maar stappen met verstand op nul en blik op oneindig. De aankomst in Villalcazar was wel tof. een herberg met twee Amerikaanse hospitalieros en slechts 5 gasten en in het dorp was die avond fiesta. Maar eerst de kerk bezocht - in het dorp wonen 200 mensen - die nog groteer was dan Sint-Pieters en vol, maar dan ook vol met prachtige kuntschatten en retabels en een geleid bezoek gekregen van een enthousiaste dorpsbewoner. Daarna gegeten met iedereen in de herberg, inclusief paella die een dorpsbewoner voor de pelgrims had klaargemaakt ter gelegenheid van de fiesta. Dan naar het noveen ter ere van de plaatselijke Maria: de Virgen Blanco del Pio en dan de Pinksteravondmis. De fiesta zou tegen 23 u beginnen, maar de enige die er dan waren waren de pelgrims en ik was de enige op de dansvloer, met uitzondering van een paar plaatselijke 6-jarige meisjes. Zo na middernacht kwamen langzaam maar zeker enkele spanjaarden binnen maar een goed half uur later was ik dan toch te moe om te blijven en ben dus gaan slapen - niet goed want nog de ganse nacht het lawaai gehoord.

Pinksteren: Villalcazar naar Calzadilla de la Cueza: 22 km

Moe en saai is de beste samenvatting van de dag. OK in alle eerlijkheid, in Carrion de los Condes, na zo'n 5 km naar de mis geweest bij de Clarissen, het prachtig oude klooster bezocht en dan de "grote leegte": 17 km niets: gee dorp, geen mensen, niets te zien en niets te melden. Omdat ik zo moe was ben ik dan in het eerste dorp blijven hangen waar niets maar dan ook niets te doen was behalve drinken en wachten op het avondeten. Dat heb ik dan ook gedaan...

Pinkstermaandag: Calzadilla naar Reliegos: 52 km

In de refugio begonnen de eerste gasten al om 4:30 te rommelen, ben dan ook maar om 5:45 opgestaan en met een absoluut "minimumontbijt" (4 stukjes oude opgewarmde baguette, 1 confituur, 2 boter) om 6:30 vertrokken: Daarmee heb ik dat ook eens gedaan, ik die normaliter de laatste ben om te vertrekken in de refugio.
De dag zelf: "de grote leegte": rechte stukken baan met verder links en rechts akkerland en op het wegje jonge platanen die een beetje schaduw gaven. Daarmee is echt alles gezegd. Saai, vervelend en om compleet onnozel van te worden.
De herberg in Reliegos was het hoogtepunt van de dag: modern, ruime douches en niet te veel volk op de slaapplaats - geen snurkers dus nog goed geslapen ook.

Dinsdag: Reliegos naar Leon :23 km

De weg was weeral niets om over naar huit te schrijven: voorstadgebied. Leon zelf was al veel beter: Ik was er tegen de middag, douche en een beetje rusten; gaan eten; siesta en tegen 16u bezoek aan de kathedraal waarover in de gidsen erg gestoefd zordt ivm met de glasramen, maar de meeste waren zo vuil dat je niets kon herkennen. Ik vond de Sint isidoorkerk veel en veel interessanter en vooral het Pantheon was een absoluut hoogtepunt: romaanse fresco's die neit tenonrechte de Sixtijnse kapel van de Romaanse kunst genoemd worden: Leon is best een leuke en levendige stad waar ik wat rondgelopen heb en gewoon genoten.

Gisteren woensdag. leon naar Hospital de Orbigo: 34 km

Langzaam maar zeker begint de weg terug interessant te worden, tenminste eens je uit leon uit bent. Terug golvend landschap, smalle wegjes, bloeiende struiken en heel plezant: mensen terug gezien die ik in Frankrijk had achtergelaten en in het begin van Spanje. Dat is altijd prettig.

Vandaag: Hospital naar Santa Catalina: 24 km

Boeiend landschap, je merkt dat we terug naar de bergen gaan. Maar Dirk is moe en Dirk verlangt naar huis. Dat is echt heel eigenaardig, een goede week geleden heb ik nog getracht om mijn tocht met 500 km te verlengen, maar nu denk ik hoe langer hoe meer aan thuis. Nog 245 km te doen.
Vandaag ook Astorga bezocht: een museuñ over de Romeinse tijd, het bisschopspaleis gebouwd door Gaudi in neo-gotiek met een interessant museum over de camino met zeker wel zo'n 20 Santiago-beelden (Chris, heb geen schrik, ik mocht geen foto's nemen) en dan de kathedraal annex museum. Heb dus wel mijn portie cultuur gehad. Eigenlijk wou ik vandaag nog zo'n 15 km verder gaan, maar ik denk dat ik er goed heb aan gedaan om hier te blijven.
Verheug me op de bergen en op Galicië en... op Etterbeek en thuis!

Het ga jullie allemaal goed vrienden, ik gedenk jullie nog steeds allemaal in mijn dagelijks gebed en ik verheug me er al op jullie allemaal snel terug in levende lijve terug te zien.

Het beste,

Dirk


AANKOMST in Santiago

11 juni 2009 wordt een datum om nooit te vergeten… Dirk Van Erps, de pelgrim van Everbergse oorsprong, is op donderdag 11 juni in Santiago tijdens de lunchtijd aangekomen. En alsof hij niet genoeg kon krijgen van het stappen, vrijdag vertrok hij naar Finistera, gelegen in het meest westelijke deel van Spanje (aan de kust, boven Portugal) op 90 km van Santiago…. Van daaruit zal hij een bus terug naar Santiago nemen waar hij dan uiteindelijk een trein of een vlucht zal boeken om terug naar België te keren. En dat hij slanker is geworden, is ook duidelijk, want zijn riem zou nu ongeveer 15 cm te lang zijn.


Afscheidsbericht van een pelgrim
14 juni 2009

Beste vrienden,

Ik schrijf deze email voor een keer niet vanuit een cybercafe, maar wel vanuit de kantoorsuite van de Parador "Hotel dos Reis Catolicos" in Santiago, de vroegere herberg voor pelgrims annex ziekenhuis die nu omgetoverd is in een luxehotel. Op dit ogenblik voel ik volop de vermoeidheid toeslagen en het is dus hoog tijd dat ik morgen naar huis kan vliegen Maar eerst nog even een kort verslag schrijven van mijn wel en wee van de laatste  dagen.

5 juni: Santa Catalina de Somoza naar Ponferrada:  43 km

Ik had ernaar uitgekeken, en het was mooi: terug de bergen in - eerst 20 km naar omhoog totaan het Cruz del Ferro (1504 m) waar ik mijn steentje heb kunnen achterlaten en dan terug 20 km naar beneden. Wel het laatste uur regen, het begin van een ganse week regen. Maar de weg was mooi, ik ben een echte fan van de bergen geworden. Na het Cruz in een volledig uitgestorven plaatsje waar 15 jaar geleden de nieuw opgerichte Orde van de Tempeliers een heel speciale refugio heeft opgezet, mijn derde Tau-kruisje gekocht. Dit heb ik niet verloren en draag ik graag en fier. In ponferrada overnacht in de pelgrimsherberg die is gebouwd met een grote gift van een gelukkige Zwitserse pelgrim die op die manier iets wou terug doen voor al het goede dat hij op zijn camino is tegengekomen. 's Avonds een gebedsdienst geleid door een van de hospitalieros.

6 juni: Ponferrada naar La Portela de Valcarce: 40 km

In de regen naar Vilafranca del Bierzo, het kleine Santiago omdat de zieke pelgrims daar vroeger al hun compostella (getuigschrift dat de bedevaart is gedaan) konden halen. Weer een van die kleine stadjes met 4 - 5 grote en monumentale kerken onder andere eentje waar je terug echte kaarsen kon branden! Welk een plezier dat dat vanaf nu terug kon. Na Villafranca kon je via de gewone weg verder of via de bergen - met als waarschuwing "alleen voor goed geoefende wandelaars"; nu ik heb mijn geluk beproefd en het was een fysiek zware inspanning, maar ondanks de regen ben ik toch beloond met mooie vergezichten die ik helemaal voor mij alleen had, wandeling door prachtige kastanjebossen en een korte maar zo intense afdaling dat zelfs met stokken de knieën voelden wat er gebeurde. Moe maar tevreden in het kleine dorpje Portela aangekomen waar zelfs het kleine kerkje open was. En alhoewel ik een overnachting in een gemeenschappelijke slaapruimte had geboekt, was ik helemaal alleen in mijn kamer. Zoals zo dikwijls tevoren: Jakobus zorgt goed voor zijn pelgrims, of toch voor deze.

7 juni: Portela naar Triacastela: 37 km

Nu de gewone weg gevolgd, en die was ook zwaar, niet voor niets wordt dit de camino duro genoemd. En ondanks de haast continue regenbuien toch te genieten. Ik heb wel zeer weinig foto's van deze regendagen omdat ik mijn camera meestal veilig opberg in mijn rugzak. En in O Cebreiro, zo halverwege de etappe boven op 1250 m (vertrokken op 600), was ik in het groene Gallicië. Ik had het kunnen denken, "groen" betekent "veel regen" en die heb ik ook gehad. Vanaf Gallicië heb je elke halve km een steen die aanduidt hoever het nog is tot Santiago, en verder hopen, maar dan ook hopen, kleine boerendorpen met 5 - 6 huizen en 3 krotten en smalle straten vol koeiestr... Dat gemengd met modder en regen en de boeren die beer aan het uitrijden zijn (of had ik de indruk, soms gewoon in de beek kappen) zorgt voor een speciaal geurtje dat zelfs tot in mijn vrij ongevoelige neusgaten doordrong. In Triacastela geluk gehad: na twee herbergen die "completo" waren het laatste bed gekregen in de derde. En da 's avonds naar de pelgrimsmis waar de priester iemand zocht die Engels en Spaans kon. Ik zei dat ik wel Engels kon, maar alleen maar een beetje Spaans. Enfin, er was niemand anders die zich meldde, dus mocht ik naar voren komen .... om de mis simultaan te vertalen van Spaans naar Engels. Enfin, ik ben die avond wereldberoemd in Triacastela geworden want de volgende dagen hebben verschillende andere pelgrims me op mijn exploot aangesproken. We hebben die avond goed gelachen in de kerk, ook al omdat de pastoor vond dat we moesten vieren en niet in begrafenisstemming deelnemen. Vooral zijn introductie op de vredeswens was fenomenaal en geef ik graag ten beste "life" op 29 september!

8 juni: Triacastela naar Barbadelo: 28 km

's Morgens vertrokken richting Benedictijnenklooster van Samos waar ik ook een rondleiding heb gekregen van een van de 20 overblijvende monniken in dit veel te grote klooster dat spijtig genoeg haast volledig is afgebrand in 1951 - de kerk is wel gespaard gebleven. En dan verder in de regen, maar de bergexploten van de voorbije dagen lieten duidelijk hun sporen na zodat ik tijdig gestopt ben in een kleine herberg waar ik nog eens een wasmachine heb doen draaien en goed gegeten heb in aangenaam Italiaans gezelschap en, Massimo en Antonio, de ganse avond een soort Italiaans gesproken.

9 juni: Barbadelo naar Palas do Rei: 42 km

Voor de verandering maar eens een halve dag regen... Via Portomarin, een stadje dat ze een stuk hoger op de bergflank hebben heropgebouwd na de aanleg van een stuwmeer. Het landschap in Gallicië is oprecht mooi, heuvelachtig, mooie kleine bosjes, smalle wegen en pittoreske dorpjes, maar met de regen kan je er meestal niet zo echt van genieten.
In Palas de Rei in een nieuwe herberg overnacht. En nadat ik dacht dat ik onderweg al alles had gezien: pelgrims te paard, pelgrims met een hond die bagage draagt, pelgrims met een zelfgemaakt karretje dat ze overal doorheen moeten trekken, werd ik toch geklopt door een jong echtpaar (Tchech of Slovaak) met de fiets met daaraan een fietskar met daarin hun 3 - 4 jaar oude zoon die natuurlijk die avond de ster van de herberg was.

10 juni: Palas naar Rua: 43 km

Geen enkele foto gemaakt want de ganse dag stromende regen - voor het eerst gebeden voor goed weer 's anderendaags omdat ik toch graag met de blauwe polo van mijn Angels in Santiago wou toekomen.
's Avonds in Rua kennis gemaakt met een andere Vlaming, de eerste schepen van Affligem. Was goed gezelschap.

11 juni: Rua naar Santiago: 22 km

Echt waar: de zon is beginnen schijnen, de ganse dag geen druppel en om 12.10 in de kathedraal in Santiago aangekomen. Ik dacht dat de pelgrimsmis om 12.30 begon, maar ze was al 10' bezig. Maar het was mooi zo aankomen. Na de mis naar de crypte en dan mijn compostella gaan halen, iets gaan eten en een boeiend gesprek met 3 Duitsers gehad en dan terug naar de kathedraal om de apostel te gaan omarmen en dan... ben ik beginnen te wenen als een klein kind. Ik was er, ik was aangekomen, mijn bedevaart zat erop.

12 - 14 juni: Santiago naar Fisterra - 90 km in 3 dagen

Mooi weer, al de typische Gallisische landschappen - dus ik heb ze nu op de foto. 3 dagen in gezelschap van Christian uit Basel - het was mooi uitzwaaien en kleren verbranden in Fisterra, aan het einde van de wereld, en de zonsondergang boven de oceaan bewonderen met een gloed glas wijn. Een echt einde voor 3 intense maanden.

Vandaag: lang slapen, op het gemak ontbijten, kaarten schrijven naar medepelgrims en mensen die me onderdak hebben aangeboden, 3 uur in de bus terug naar Santiago, naar de Parador, beetje slapen, uitgebreid bad nemen, dit bericht schrijven en straks nog eens naar de kathedraal en goed eten.

Mensen, mijn bedevaart zit erop. Ik bedank jullie allemaal voor jullie interesse - de vele reacties hebben me deugd gedaan. Ik dank ook al diegene die de moed gehad hebben me te vragen te bidden om die zaken die hen nauw aan het hart liggen. Ik heb dat oprecht graag gedaan.

Wat gaat er nu van zo een bedevaart in het normale leven blijven? Dat weet ik natuurlijk ook niet, maar ik hoop dat ik mijn conditie verder kan onderhouden door terug te gaan lopen. Ik hoop ook dat ik ertoe kan komen om dagelijks de rozenkrans te blijven bidden; dat ik meer leer te vertrouwen op de voorzienigheid in plaats van zelf te stresseren of voor stress bij anderen te zorgen. Hoe ik dit op kantoor zal kunnen doen, is niet helemaal duidelijk, maar de vele collega's die dit lezen zullen me wel op tijd en stond aan dit voornemen herinneren!

Mijn laatste woord:

Ute, bedankt dat ik dit heb mogen doen! Ik zie je heel heel graag.