NIEUWSBRIEF EVERBERG
17 augustus 2009
Ontvangt u deze mail in tekstvorm of zonder afbeeldingen, of is deze mail niet goed leesbaar, klik dan hier!
INTERVIEW MET DIRK VAN ERPS OVER ZIJN PELGRIMSTOCHT NAAR SANTIAGO DE COMPOSTELA


De kathedraal van Santiago in het avondlicht

Dag Dirk, je voelde je goed, gelukkig en heel dankbaar dat je deze pelgrimstocht mocht doen van uw vrouw en zoon, maar ook van uwe baas. Pelgrim zijn was blijkbaar mooi. En je hebt er echt iets moois willen van maken, duidelijk christelijk geïnspireerd, met als start een eucharistieviering met pelgrimszegen. Wat was in feite je diepe motivatie voor zulke zware, eenzame en lange tocht?

Lode, toen ik voor het eerst hoorde van het pelgrimeren naar Santiago de Compostela in 1985-1987, wist ik dat ik dit ooit ook eens zou doen. Meestappen in een duizend jaar oude christelijke traditie. Maar ik ging het doen als ik op pensioen was tot ik een jaar of twee geleden de overweging heb gemaakt dat je niet al je dromen moet uitstellen tot aan je pensioen. En omdat het nu familiaal, op het werk en financieel mogelijk was, heb ik er me aangezet. Mijn bedoeling was 4 maanden tijd hebben om mijn relatie tot God uit te diepen. Ik had de concrete voornemens gemaakt om te (leren) bidden en om het Nieuwe Testament helemaal te lezen. Ik heb onderweg een paar gezegd dat ik even goed ook 4 maanden in een abdij zou kunnen gaan wonen, maar dat dit niet zo sociaal aanvaard is als op bedevaart naar Santiago te gaan.

Toch nog even een kanttekening op de “zware, eenzame en lange tocht”. Lang was het objectief inderdaad, van 8 maart tot 16 juni, maar eigenlijk toch nog korter dan oorspronkelijk gepland. Want toen ik vertrok, lag er slechts één ding vast: dat ik voor 15 juli moest terug zijn. En eigenlijk heb ik het behalve de laatste week niet echt als “lang” ervaren. Je doet ook elke dag zo veel waarvan je deugd hebt: het stappen, het kijken naar de natuur, nieuwe mensen en streken leren kennen, lekker eten. En je hebt helemaal geen enkele verantwoordelijkheid: je volgt de “pijlen” van de route en je zorgt dat je te eten en te drinken hebt en dat je een plaats om te slapen vindt.

Eenzaam heb ik de tocht nooit gevonden. Objectief was ik wel meestal alleen op stap, maar ik voelde me niet eenzaam (in de zin van “verlaten”). Neen, ik was, denk ik, meer dan tijdens het gewone leven, in gedachten en gebed verbonden met al diegene de me dierbaar waren en zijn. En ik heb me ook zeer sterk gesteund geweten door de Ene, noem het de Voorzienigheid, noem het de Heilige Jacobus die voor zijn pelgrims zorgt of noem het je schutsengel. Ik denk dat het feit dat je tijdens zo’n pelgrimstocht snel leert van niet alles te moeten plannen en onder controle te hebben, je gevoeliger maakt voor de vele gaven die je van je medemensen kan ontvangen (hartelijkheid, steun, gastvrijheid) en dan gebeuren mooie dingen. 

En zwaar was de tocht al helemaal niet omdat ik altijd goed naar mijn lichaam geluisterd heb door een rustdag in te lassen of het iets kalmer aan te doen.
 

Je hebt niet alleen zonnige of gewone dagen meegemaakt, maar ook regenachtige en moeilijke dagen, en soms was je de uitputting nabij. Maar ben je tijdens die tocht ook ziek geweest, last gehad van blaren, naar een dokter of apotheker moeten gaan?

Qua regendagen viel het wel behoorlijk mee hoor. Tijdens de eerste twee maanden in Frankrijk slechts 6-7 regendagen. Tijdens mijn maand Spanje had ik er wel evenveel of iets meer, hetgeen ik niet had verwacht. Vooral de vier regendagen na elkaar zo tegen het einde in Gallicië waren niet zo best. En ja, één keer ben ik de uitputting nabij geweest, namelijk bij mijn aankomst in Vézelay, een klein dorpje in Boergondië dat één van de 4 traditionele vertrekplaatsen voor de Santiagobedevaart in Frankrijk is en van waaruit in de Middeleeuwen ook enkele van de kruistochten zijn gestart. Het plaatsje was destijds echt “beroemd” vanwege de relieken van Maria Magdalena. Die zijn er nu nog, voor een gedeelte, maar, zoals bij vele relieken van de grote Heiligen uit het Evangelie kunnen er serieuze vraagtekens bij de authenticiteit worden geplaatst. [Parenthese: dat is natuurlijk ook zo voor de relieken van de Heilige Jakobus in Compostela, maar eigenlijk stoort me dat helemaal niet. Zo’n plaatsen worden en zijn “speciale” plaatsen door de authenticiteit van het beleefde geloof dat je ter plaatse meemaakt.]

Uitputting. Wel, ik had mijn laatste water 5 km voor Vézelay gedronken en zag dan dat het plaatsje op een heuvel lag met nog een serieuze beklimming voor de boeg. Ik kwam aan bij de basiliek te 18.20, zo laat was ik nog nooit op mijn aankomstplaats (dat was toen meestal zo tussen 3 en 5), had honger en dorst en was moe. Maar de monniken van de Fraternité de Jérusalem waar ik dacht te overnachten, waren er niet. In de basiliek zei de kosteres die in de kapel alles aan het klaar zetten was voor de mis van 18.30 dat de priester me wel zou helpen. Maar die priester was door de monniken niet verwittigd dat hij de mis moest lezen, dus die mis begon pas tegen 19.00. En opeens bij het rechtstaan, voelde ik dat als ik niet snel zou gaan zitten, ik zou flauw vallen. En zo ben ik dus voor het eerst in mijn leven tijdens de consecratie blijven zitten; recht staan ging echt niet. De man achter mij bracht voor mij een stuk van zijn hostie, de priester kwam met de kelk en ik voelde me al direct veel beter. En na de mis vroeg de man achter mij of ik al een slaapplaats had. Neen dus, en ik mocht mee naar het mooie huis dat al sinds 1860 of zo in familiebezit was en dat deze familie uit Ukkel als vakantiewoning gebruikte. Die man had nog nooit een pelgrim meegenomen en ik heb nog steeds een goed contact met de familie. Enfin, zo veel om te zeggen dat dit één van mijn “wonderbaarlijke” ontmoetingen en voorvallen was tijdens mijn tocht.

Ziek: ja, tijdens de laatste week van maart heb ik ook mijn jaarlijkse “lentezot-verkoudheid” gehad: bij de eerste zonnestralen te licht gekleed rondlopen en dan nadien beginnen te snotteren en snuiten, wel 6 pakjes zakdoeken per dag en 100-en keren snuiten als de wielrenners. Maar met een rustdag en een paracetamol kuur van bij de apotheker ben ik er door gekomen. 

Blaren: slechts 2, beide op de linkervoet. Maar ik heb er geen last van gehad, de eerste is vanzelf opengegaan en de tweede werd verzorgd.
Apotheker: ja, voor een zalfje om mijn voeten te masseren, meer verwenning dan echte noodzaak en ook om een extra lading aspirine. Want teveel slechte wijn zorgt voor koppijn… Tja, no vino no peregrino zeggen ze.


Door de wind en de regen - standbeeld van pelgrim op San Roque hoogte in Gallicië

En hoe bleef je na soms lange regenbuien toch propere en vooral droge klederen hebben? Droeg je speciale kleding en schoeisel?

Als pelgrim doe je elke dag je pelgrimswasje in de lavabo: kousen, ondergoed en T-shirt. Dat moet dan ook gedroogd worden; in maart geen probleem want de verwarming staat nog aan in je overnachtingplaats. Later bij regen: tja: aan een kapstok hangen en wat ’s morgens niet droog is gaat in een plastic zakje in de rugzak tot ’s avonds (of af en toe ’s middags als het dan zonnig was even laten drogen tijdens de pauze). Maar ik heb altijd propere en droge kledij aangehad. Wat ik iedereen wel aanraad, is om alleen synthetische sportkledij mee te nemen: dat droogt veel sneller dan de katoenen T-shirts die ik bij had. En ook in een degelijke (maar zeer dure) Goretex-regenjas kan je best investeren. Ik had namelijk wel een regenjas die de wind en de regen buiten hield, maar ook het zweet binnen. Dus bij regen was ik binnen zo nat als buiten en daarom verwisselde ik soms wel 20 keer van dag: regenjas aan, regenjas uit. En telkens rugzak uit en aan. Mijn wandelschoenen waren wel Goretex, maar niet waterdicht, zoals ik al op de derde dag mocht ondervinden bij de wandeling van Waver naar Gembloux. Met een liter water in de schoenen ben ik volledig doorweekt in het hotel aangekomen. Maar oud krantenpapier doet wonderen en de volgende dag was alles terug droog. En mijn schoenen hebben de 2650 km goed uitgehouden; ik denk dat ik nog voor een paar honderd km “zoolreserve” heb.
 

Heb je kunnen bijhouden hoeveel km je per dag deed en welk was zowat uw maximumgrens (in km) per dag?

Omdat ik vanaf Namen tot in Santiago de beschilderde en bewegwijzerde wandelpaden volgde en ook de begeleidende gidsen had, wist ik zeer goed hoeveel km het van waar tot waar was. Daarom kon ik ook min of meer bijhouden hoeveel km ik deed; min of meer vanwege af en toe verkeerd lopen of kortere weg nemen. En die kms werden er altijd maar meer omdat ik altijd sterker werd. Dat is trouwens ook iets wat me enorm heeft verbaasd: hoe je lichaam gewoon wordt aan de dagelijkse kilometers en altijd meer en meer kan doen zonder problemen. Dus waar ik de 60 km tussen Brussel en Namen in 4 dagen heb afgelegd, deed ik de eerste maand gemiddeld 20 km per dag, met elke maand gemiddeld 10 km meer. In Spanje noemden sommige mede-pelgrims me ook marathon man. Het meeste wat ik ooit op 1 dag gestapt ben was 52 km : ik ben die Pinksterenmaandag vroeg opgestaan en het saaie landschap (rechte straten, vlak, en enkel velden links en rechts) tussen Burgos en Leon wou ik zo snel mogelijk achter me laten.
 

Hoe zwaar was je rugzak en hoe regelde je het eten en drank? En ging je slapen bij particulieren, kloosters of abdijen of in hotels? Was iedere dagtocht geïmproviseerd of degelijk gepland volgens één of andere gids? 

Mijn lege rugzak woog 2.3 kg en vol zo tussen de 11 en 13 afhankelijk van de hoeveelheid eten en drinken dat ik mee had. Dat is een goed gewicht en ik heb streng geselecteerd op wat ik precies zou meenemen zodat ik, in tegenstelling tot veel andere pelgrims, niets heb moeten achterlaten of terug sturen. En alles wat ik heb meegenomen, heb ik ook kunnen gebruiken. In Frankrijk nam ik het ontbijt in het hotel; sliep ik in een gite, dan zorgde ik zelf voor mijn ontbijt. Ontbijt en middagmaal: baguette, kaas, droge salami, af en toe foie gras of confit: dat had ik altijd wel in mijn rugzak. Slechts twee maal heb ik op een zondag/maandag om een stukje brood gebedeld bij mensen onderweg. ’s Avonds ging ik warm eten op restaurant. En dan zie je hoe goedkoop de restaurants zijn in Frankrijk; in vergelijking met België toch. Voorgerecht, hoofdschotel, kaas, dessert, wijn, water en dikwijls nog koffie voor 11-13 euro. In Spanje was het nog goedkoper, daar had je de pelgrimsmaaltijd voor 8 of 9 euro. En dus ben ik in Spanje altijd op café of op restaurant gaan eten, drie keer per dag. ’s Morgens lekkere broodjes met kaas en hesp – die hespen hangen te drogen in de meeste Spaanse cafés; en ’s middags en ’s avonds de pelgrimsmaaltijd. Ja, en af en toe ging ik ook voor een speciale maaltijd naar een goed restaurant. Ik heb dus echt goed gegeten en gedronken.

Het slapen: omdat ik gidsen had met de adressen van de slaapgelegenheden, reserveerde ik in Frankrijk enkel de avond voordien wanneer in de geplande aankomstplaats slechts één overnachtingsmogelijkheid was. Dat omdat die gidsen al een aantal jaren oud zijn en de informatie dus niet steeds actueel. Als er meerdere mogelijkheden waren, ging ik er gewoon op los en zorgde ik ervoor dat ik ter plaatse iets vond. En dat is altijd goed gelukt, behalve die tweede dag dat ik met Ute en Joachim onderweg was. Er stonden 5 hotels in St Pierre le Moutard vermeld in de gids, maar daar aangekomen bleek dat ze allemaal gesloten waren. Dan zijn we maar met de trein teruggekeerd naar Nevers van waaruit Ute en Joachim sowieso ’s anderendaags terug naar Brussel moesten gaan.

Mijn dagtochten volgden dus, zoals gezegd, de beschreven wandelpaden. Van Namen tot Vézelay de GR en van Vézelay tot Orthez de zogenaamde “historische weg via de Via Limoniensis” en vanaf de Somport de overvloedig aangeduide beschrijvingen. In Spanje heb je eigenlijk geen gids nodig, alleen een blaadje met de overnachtingsmogelijkheden. Hoeveel km ik zou gaan, bekeek ik de avond voordien en soms week ik daar de dag zelf nog van af. Soms meer, soms minder.
 

Op zo’n tocht kom je naast velden, bossen en weiden, ook bijzondere gebouwen tegen, zoals kathedralen, paleizen, monumenten, wijnkelders,… Kon je die links laten liggen of trok je daar ook tijd voor uit? 

Je bent niet alleen pelgrim, maar ook toerist. Natuurlijk ben ik zo veel mogelijk alle toeristische attracties gaan bezoeken. En ik had daar ook de tijd voor omdat ik helemaal geen precieze dagplanning had. Maar het moest wel min of meer langs de weg liggen. Kilometers omlopen om een wijnkelder te gaan bezichtigen heb ik niet gedaan. Maar haast elke kerk die open was langs de weg heb ik langs de binnenkant gezien. En als je er kaarsen kon branden, heb ik dat ook gedaan. De meeste musea heb ik ook bezocht. Ik heb het wel voor die lokale musea, dikwijls een verzameling bric-à-brac, maar het enthousiasme dat de curators daar hebben ingelegd, dat vind ik op zijn minst aandoenlijk. Ik geef wel toe: de pottenbakkers en porseleinmusea heb ik niet bezocht. In Limoges wou ik wel naar het museum en er stonden minstens 5 zaalwachters te lummelen aan de ingang. Maar de mevrouw die de tickets verkocht, was even afwezig, dus moest ik blijven wachten. Tja, ambtenaren zeker (zegt deze ambtenaar). Enfin, na 5 minuten ben ik gewoon vertrokken en heb dan maar mijn haar laten knippen.
 

En bergen beklimmen, was dat doenbaar? 

De bergen waren voor mij een ware ontdekking. Zo mooi, zo groots en zo weids. Wij zijn met de familie strandvakantiegangers, maar we zullen nu zeker regelmatig ook naar de bergen gaan. En zo een berg beklimmen (enfin, gewoon het wandelpad volgen), is mooi. Vooral de Pyreneeën, daar heb ik echt van genoten. Zelfs nog een stuk door de sneeuw geploeterd, en het hoogteverschil en die top korter bij zien komen. Mooi. Ook in Spanje waren er na de Pyreneeën nog vele hoge toppen en ik heb steeds de “omweg” via de bergen genomen.
 

Natuurlijk kwam je ook veel pelgrims tegen. Hoe was het contact met de pelgrims? Met Belgische pelgrims? 

Mijn eerste pelgrims, het Nederlandse koppel Toos en Leo, heb ik al na 5 dagen ontmoet, in Hastière. Dat was een aangename verrassing omdat ik had gedacht dat ik voor Vézelay niet veel andere pelgrims zou tegen komen. Met hen heb ik twee dagen samen gestapt en we hebben SMS-contact gehouden gedurende de ganse pelgrimstocht. Ik had hen graag nog terug gezien in Santiago, maar dat is net niet gelukt. Voor Vézelay heb ik niet veel andere pelgrims gezien, behalve Jan die vroeger nog in Everberg heeft gewoond en Lieve, die met hun kleine mobilhome onderweg waren. Ze stapten dagelijks 20 km. ’s Morgens vertrok Lieve alleen en reed Jan naar het eindpunt van de dag vanwaar hij dan terugstapte. ’s Middags kwamen ze mekaar halfweg tegen en gingen dan samen de laatste 10 km naar de mobilhome. Na Vézelay, dus na ongeveer 1 maand, kwam ik al een beetje meer pelgrims tegen. Veel Franse vrouwen die alleen onderweg waren en ook wel een paar koppels, maar op een enkele uitzondering na, allemaal gepensioneerden. Het is inderdaad niet aan iedereen gegeven om er zomaar 3 of 4 maanden tussenuit te trekken. De laatste maand in Spanje was ik nooit meer alleen. Je moet weten dat er jaarlijks zo rond de 40.000 mensen de laatste 900 km te voet doen, dus vanaf de Pyreneeën tot in Santiago, en dan kan je je voorstellen dat je altijd wel mensen tegenkomt. De laatste 100 km waren er ontzettend veel Spanjaarden onderweg. Die “100 km”-grens is de minimumafstand die je te voet moet afleggen om in Santiago je getuigschrift van je bedevaart, de zogenaamde Compostella, te krijgen.
Het contact met (bijna) alle pelgrims is zeer hartelijk en zeer open. Het is echt het wonder van de Santiago-gangers dat iedereen tegen iedereen over bijna alles praat, ook over de meest intieme dingen. Je vertelt dus echt over de diepgang en moeilijkheden tegen mensen die je nog niet zo lang kent. Dat is omdat de pelgrimstocht naar Santiago voor iedereen, ook voor diegene die niet of veel minder intens geloven, toch een spirituele waarde heeft of alleszins gedurende de tocht krijgt.
 

Je was graag pelgrim. Kon je dan ook bidden of mediteren onderweg? Of moest je daarvoor een kerk, kapel, of abdij binnengaan? En beleven de Fransen hun geloof anders dan wij?

Na verloop van tijd ontwikkel je voor alles een routine, ook voor het pelgrimeren. Bij mij waren de eerste uren van de dag, zo eens in het dorp of de stad waar ik had overnacht uit was, de tijd voor het gebed. En dat was de rozenkrans. Eerst heb ik gewoon de tientjes gebeden tot ik in de kathedraal van Périgueux een klein vouwblaadje vond met daarop de geheimen. Zo was ik toch wel goed 2 uur bezig met het bidden van de geheimen van de dag en dan een tientje voor iedereen die me had gevraagd voor zijn of haar intenties te bidden en dan nog de gebeden voor mijn familie, vrienden, collega’s, de mensen van Etterbeek, de mensen van Everberg, de overledenen, mijn mede-pelgrims, de hospitaleros (al diegene die voor de opvang van pelgrims zorgen), iedereen die ik vergeten ben, voor de intenties van de Kerk en dan nog enkele tientjes “zomaar” simpelweg om ons Lieve Vrouw, Jakobus en de Heer te danken voor al het goede dat me al gebeurd was. Dat waren echt mooie uren. Ik moet zeggen dat ik heb ervaren dat bidden iets is wat je al doende leert. In het begin ging het mij niet zo goed af en er zijn ook dagen geweest dat mijn kop er niet bij stond. Tja, dan deed ik het iets minder of helemaal niet.

Ik heb verder ook getracht om binnen te gaan in elke kapel of kerk waar ik voorbij kwam. Maar dan merk je hoeveel van onze kerken dicht zijn. Tot Vézelay waren het er 9 van de 10 waar je voor een gesloten deur stond. Een keer voorbij Vézelay en voor de rest van Frankrijk waren gelukkig twee van de drie kerken open. In Spanje was het een ramp, alleen in de grote steden was met een beetje geluk de grote kerk open. Voor het overige alles dicht. Waar ik kon heb ik ook kaarsen gebrand.
Qua geloofsbeleving valt het op dat in Frankrijk het priestertekort nog veel nijpender is dan hier in Vlaanderen. Een priester heeft daar gemakkelijk tussen de 10 en 20 parochies onder zijn hoede. Eucharistievieringen zijn er dan maar in 2 van die 10/20 parochies, maar ik vond dat de Eucharisties er veel intenser werden meegeleefd dan bij ons gebruikelijk. Iedereen zingt mee; ik heb ook het geluk gehad enkele gregoriaanse misvieringen te mogen meemaken. De schoonheid van die gezangen was echt een ontdekking voor mij. Ook opvallend is dat in Frankrijk en Spanje de priesters voor geen centimeter afwijken van de missaal en dat er nog veel geknield en opgestaan wordt. En ik moet zeggen dat eucharistievieringen met misdienaars en wierook de liturgie toch veel mooier maken.
 

Je stapte meestal alleen en soms met anderen?

Zoals al gezegd, heb ik de ganse tijd alleen gestapt met slechts enkele uitzonderingen: de twee dagen met Leo en Toos in de Frans-Belgische Ardennen en dan nog eens twee dagen met de Zwitser Marc in de Pyrénees Atlantiques. Verder natuurlijk met Ute en Joachim (rond Pasen) en mijn vriend Mark van Lourdes tot aan de Pyreneeën top.

Dan zijn er nog enkele mensen geweest met wie enkele uren heb samengestapt of die ik ’s morgens, ’s middags en ’s avonds zag en afsprak, maar voor het overige ging iedereen op zijn eigen tempo.
 

Is het juist dat die bedevaart voor jou de gelegenheid was om ééns in de helft van jouw leven, 46 jaar geworden onderweg, een aantal maanden tijd te geven aan de contemplatieve kant van het leven, met een soort terugblik op het voorbije leven en een toekomstblik voor wat nog volgen gaat? 

Ja behalve dat het niet zoveel een terugblik en een toekomstblik was. Ik zit niet in een mid-life crisis en ik weet (en wist) dat ik na mijn pelgrimstocht terug het gewone leven ga oppikken. Er gaat dus niet zoveel veranderen.
 

Tijdens de Goede Week en Pasen was je onderweg, maar toen zijn uw wederhelft en zoon je komen bezoeken. Wat ging er toen in jou om? Hoe heb je dat gevierd?

Dat was dus een maand na mijn vertrek en we hadden afgesproken in Nevers op Goede Vrijdag. Ik heb toen op 3 dagen 100 km gestapt, wat in die tijd veel voor mij was. Enfin, gevlogen als een duiver waarmee op weduwschap wordt gespeeld. Het weerzien was mooi en ja, onze Joachim was weeral zo veel gegroeid – en nog meer bij mijn thuiskomst. We hebben het rustig aan gedaan in Nevers op Goede Vrijdag en Stille Zaterdag door o.a. een bezoek te brengen aan de sarcofaag van de H. Bernadette (van Lourdes) en, tot grote ergernis van mijn zoon, de Goede Vrijdagliturgie en Paaswake met de bisschop van Nevers in één van de grote kerken mee te vieren. Missen die rond of meer dan 2 uur duurden, allemaal in het Frans, een taal die Joachim bijna niet begrijpt.


Goede Vrijdag – Dirk met zijn vrouw Ute in Nevers

In één van jouw verslagen las ik “Ik voel me goed, gelukkig, dankbaar en rustig en geniet volop van deze genadetijd voor mij. Het delen van de ervaringen met de andere pelgrims doet me deugd, maar ik ben ook heel graag alleen”.  Betekent deze passage dat ge die tocht nog eens wilt overdoen of staat er binnen enkele jaren nog iets anders op het programma?

Ik ben niet van zin om nog eens naar Santiago te gaan. Ook al omdat ik zeker tot aan mijn pensioen niet meer naar mijn baas moet gaan om nog eens 4 maanden verlof zonder wedde te krijgen. Alhoewel veel mede-pelgrims zeggen dat ik het volgend jaar zal voelen kribbelen en misschien toch zal vertrekken, al was het dan in stukken en brokken zo 2-3 weken/jaar. We zullen zien. Maar ik begin nu wel te dromen om na mijn pensioen misschien toch naar Jeruzalem te stappen. Nog eens. We zullen zien.
 

Maakte het gebruik van de hedendaagse middelen, zoals de GSM, internet, … de tocht niet gemakkelijker. En kon je het wereldnieuws nog volgen of was dat minder belangrijk geworden? 

Het maakt het vooral gemakkelijk het contact met het thuisfront te behouden. Zo belde ik elke dag naar huis (op kosten van onze pa!). En een GSM is natuurlijk ook een stuk veiligheid. Als er onderweg iets gebeurt, kan je altijd iemand contacteren; ook voor de reservaties van hotels voor ’s anderendaags is het handig. En via het internet kon ik mijn mail-brieven versturen zodat iedereen die dat wou kon meeleven met mijn tocht. En ik heb toch gemerkt dat heel veel mensen me intens gevolgd hebben. En dat heeft deugd gedaan. 

Het wereldnieuws interesseerde me niet. En ik heb ook niets gemist dat de moeite waard was.
 

Gewoon uit curiositeit. Wat kost zo’n bedevaart nu per dag, in zijn geheel? Of vertel je dat liever niet verder?

Ik heb het net uitgerekend. Alles inbegrepen (rugzak, schoenen, terugreis, uitgaven ter plaatse) heb ik 7.500 euro uitgegeven voor de 100 dagen dat ik weg was. Dat is vrij veel en je kan het ook met minder dan de helft doen als je systematisch naar de gites of refugios gaat en zelf kookt. Andere pelgrims die in Frankrijk startten, werken met een budget van 35 euro/dag en in Spanje is het nog goedkoper. Daar kan je overnachten voor rond de 5 euro/dag. Maar ik heb er geen spijt van dat ik daaraan mijn geld heb uitgegeven. De grootste kost voor ons was natuurlijk dat ik 4 maanden verlof zonder wedde heb genomen en wat dat me gekost heeft, ja, dat vertel ik liever niet.
 

Je hebt ook een omweg gedaan om Lourdes te kunnen passeren. Had je daar een bijzondere reden toe? 

Wel, ik stapte dus na 2 maanden veel meer dan ik oorspronkelijk had gepland. Ik had dus tijd over en dus had ik vrij snel beslist om de omweg van 200 km te maken om onze Lieve Vrouw in Lourdes te gaan bedanken en ook aan de grot te kunnen bidden voor al mijn intenties. Ik had trouwens een goede herinnering aan Lourdes waar ik als 15-jarige vroeger met pa en ma en mijn zus naar toe ben geweest.

Ik heb nadien nog serieus gedacht om na Santiago nog door te stappen naar Fatima, maar onze Joachim heeft me duidelijk gemaakt dat ik naar huis moest komen.
 

Op het einde van de tocht was je moe en verlangde je naar huis. Ik hoorde vertellen dat je begon te wenen als een klein kind na je aankomst in Santiago de Compostela op 11 juni 2009 na een tocht van zowat 3 maanden. Wat ging er toen in je om? Ben je een andere mens geworden?

Ik was niet zozeer fysiek moe, maar omdat ik wist dat het na Santiago (Fisterra) gedaan was, begin je meer aan thuis te denken. En denken doet verlangen. Zodat ik echt de laatste week naar huis wou. Het was goed geweest.

Zeer eigenaardig dat wenen. Bij aankomst in Santiago zo rond 12.10 was de pelgrimmis bezig in de kathedraal. Nadien ben ik naar de crypte geweest en mijn getuigschrift gaan halen. Dan gaan eten en toen ik nadien terug ging naar de kathedraal en het borstbeeld van de H. Jacobus dat op het hoogaltaar staat en dat je langs achteren via een trapje kan omhelzen, toen zijn de tranen beginnen vloeien. Wat er toen in me om ging, weet ik niet. Maar het zal wel te maken hebben met het bereiken van een eindpunt.

Of ik een andere mens ben geworden? Ik denk het niet. Ik merk dat ik terug in België vrij snel in mijn gewone leven met mijn gewone (on)hebbelijkheden herval. Maar ik heb wel iets meegekregen voor het leven, namelijk dat we ons veel te veel zorgen maken om dingen die er niet toe doen en dat we moeten leren en aanvaarden dat we niet altijd alles moeten trachten onder onze controle te brengen. Vertrouwen op de Voorzienigheid kan en werkt ook echt.
 

Ben je vermagerd na die 2.650 km voettocht, hoeveel in kg en buikomvang? 

Ik heb me pas kunnen wegen drie weken na aankomst. En toen was er nog 7 kg af zodat ik toch denk van ongeveer 10 kg verloren te hebben. In buikomvang is het ook zo iets: 10 – 15 cm! Ook al een goede reden om op bedevaart te gaan, niet waar?
 

Waarom trok je na uw aankomst in Santiago nog naar Fisterra?

Traditie. In de middeleeuwen gingen de pelgrims in Fisterra (komt van het Latijnse Finis Terrae of het einde van de wereld), aan de westkust van Gallicië, om hun schelp te gaan zoeken. Het nieuwe ritueel is om daar je kledij te gaan verbranden en op die manier een eindpunt te zetten aan je bedevaart. En ik had dan nog het geluk dat het na Santiago niet meer geregend heeft, zodat ik toch ook een stuk van Gallicië in de zon heb kunnen zien.


Fisterra - het einde is bereikt

***
Op dinsdag 29 september 2009 te 19.30 geeft Dirk een fotoreportage en licht hij zijn pelgrimstocht toe in de Moriaan Oudergemlaan 90 in Etterbeek. 
Op een nog te bepalen datum zal hij ook in Everberg een verslag van zijn tocht geven.

Je kan zijn persoonlijk verslag ook lezen op volgende webpagina: http://www.lodequintens.be/pelgrim090322.htm

***

Met dank voor dit interview aan Dirk Van Erps, een intens gelukkige pelgrim. 

Interview afgenomen door Lode Quintens


KRUISBORRE HERSTELD

De Kruisborre kapel is terug hersteld en prijkt mooier dan ooit. 

Hopelijk blijft de kapel nu bespaard van vandalestreken, want dit kan op geen enkele
sympathie rekenen in Everberg.

(Met dank aan Hendrik Trappeniers)



WEERBERICHT IN EVERBERG

http://messagent.telenet.be/optiext/optiextension.dll?ID=OeQC2rxz4OcY4SpjOOOX

BROODMOLEN OP VERLOF
 
Het team van de Broodmolen is op verlof tot en met maandag 31 augustus 2009. 
Verder wordt iedereen eveneens een prettige vakantie toegewenst!


BUURTFEEST DRIESSTRAAT
 
Op zaterdag 22 augustus 2009 organiseert het buurtcomité van de Driesstraat (verbindingsstraat tussen de Kruisstraat en de Molenstraat) in Everberg zijn 7de buurtfeest.

Er wordt gestart met een Vlaamse Kermis en een BBQ voor de buurtbewoners.
Vanaf 20.00 uur wordt iedereen uitgenodigd om mee te komen feesten! De inkom is gratis en dranken zijn te verkrijgen aan democratische prijzen.

Op het programma staat het volgende:

  • 20.00 uur : optreden van Losing Grip, lokale band die het avondprogramma opent met een stevige set.
  • 21.00 uur : optreden van Blue Thrill, een supper coverband die voor de tweede maal op rij de Driesstraat in beweging zal brengen. Meer info op hun website www.bluethrill.be.
  • 23.00 uur : openluchtfuif .
Het is pas feest als je op hun buurtfeest bent geweest ! 

(Met dank aan Wim Termote namens het buurtcomité van de Driesstraat)


BEACHVOLLEY-CUP
 
Volleybalbeesten en andere lange wappers, verenig u! JC Den Uyl uit Everberg pakt dit jaar namelijk uit met een echte “Beachvolley-cup”! Tijd dus om het zand tussen de tenen te laten kruipen en mee te dingen naar de felbegeerde Uylcup!

Zaterdag 22 augustus vanaf 13 uur in de namiddag kan je aan het gemeenteplein van Everberg terecht voor een ouderwets potje strandvolleybal. Is dit echt iets voor jou en vraag je je af hoe je kan meedoen? Simpel. Stuur gewoon een mail naar voorzitster Heidi Debaetselier (heidi@denuyl.be) met daarin je ploegnaam én de vermelding dat je je graag wil inschrijven voor dit tornooi. Normaal bestaat een beachvolleybalploeg slechts uit 2 spelers, maar Den Uyl is  van mening dat het met 5 plezanter is! 

Inschrijven kan dan ook aan de zeer schappelijke prijs van 5 euro, ofwel 1 euro per persoon! Aarzel dus niet om de voorzitster lastig te vallen met een mail om deel te nemen aan de megacup! Prijs: € 5 per ploeg.

(Met dank aan JC Den Uyl, Gemeentehuisstraat 7, 3078 Everberg)



EVERBERG/KORTENBERG IN HET NIEUWS DE VOORBIJE WEEK
  • Vleermuizen welkom : Ben je eigenaar van een woning, kelder of bunker waar vleermuizen welkom zijn? Vraag dan bij Natuurpunt Kortenberg het plaatje 'vleermuisvriendelijk object' aan. 14/08/2009 
  • Meer veiligheidsbeambten voor jeugdinstelling op vraag van politie Herent-Kortenberg : Minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) stelt zeven veiligheidsbeambten van de federale politie ter beschikking van de gesloten jeugdinstelling van Everberg en gaat daarmee in op een vraag van de politie Herent-Kortenberg (Herko). 14/08/2009 
  • Feest met en plein voor Juul Kabas : De bewoners van de appartementen Elk zijn huis, verenigd in 'Feestcomité Juul Kabas-pleintje', organiseren op 12 september een wijkfeest. 13/08/2009
  • Juul Kabasplein : Buurtbewoners dopen het Craenenplein officieus om tot het Juul Kabaspleintje omdat het standbeeld op het plein aan de figuur doet denken. 12/08/2009
  • Vlaamse gemeente : Wie Kortenberg binnenrijdt, krijgt voortaan een bordje 'Vlaamse gemeente' te zien. Dit is om het Vlaamse karakter te benadrukken. 11/08/2009
  • Buurtfeest : Het buurtcomité van de Driesstraat organiseert voor de zevende keer een buurtfeest op 22 augustus. Met Vlaamse kermis, barbecue en optredens. 10/08/2009
Bron: 
Sinds september is op de site www.nieuwsblad.be/kortenberg een 'blog' actief over de gemeente Kortenberg onder de redactie van Bart Claes (0475/80.68.29 - b_claes@skynet.be).


AGENDA VAN DEZE WEEK
  • KVLV : Maandag 17 augustus 2009 : wandeling om 14.00 uur o.l.v. Jeanne Maes.
  • Parochieraad : Woensdag 19 augustus 2009 : voorbereiding mosselfeest en vernieuwing parochieblad
  • Driesstraat : Zaterdag 22 augustus 2009 : het buurtcomité organiseert het 7de buurtfeest met een Vlaamse Kermis, een BBQ voor de buurtbewoners, en vanaf 20.00 uur optreden van Losing Grip, Blue Thrill, en een openluchtfuif.
  • Den Uyl : Zaterdag 22 augustus 2009 Beach party met “Beachvolley-cup”! vanaf 13 uur aan het gemeenteplein van Everberg - Om mee te doen, mail naar Heidi Debaetselier.


UW BIJDRAGE

Wens je commentaar te geven op de Nieuwsbrief of wil je zelf informatie in de Nieuwsbrief zetten, dan mag je dit als volgt doen:
  - hetzij e-mailen naar onderstaand e-mailadres,
  - hetzij een reactie geven door gebruik te maken van de hier onderstaande rubriek "Reacties".

Voor meer informatie: http://www.everberg.tk
Heb je zelf informatie, e-mail dit dan naar : lode.quintens@telenet.be

Lode Quintens Webmaster
Wens je deze brief niet verder te ontvangen, klik dan hieronder om uit te schrijven.