Trouwen voor de kerk:
een meerwaarde?De meeste jonge mensen die trouwen zijn tegenwoordig tussen vijfentwintig en drieëndertig jaar. Ze hebben doorgaans al een tijd samengewoond. Sommige jongvolwassenen blijven samenwonen zonder huwelijk, andere trouwen na verloop van tijd, al dan niet kerkelijk, met of zonder eucharistieviering.
De tijd is voorbij dat ouders kunnen eisen of zelfs maar vragen dat hun kinderen zouden trouwen. Het ongehuwd samenwonen is een maatschappelijk verschijnsel geworden dat de meeste ouders noodgedwongen accepteren, ook al zouden velen het liever anders hebben. Het is niet het samenwonen op zich dat hen zorgen baart, maar het samenwonen dat beschouwd wordt als een vrijblijvend engagement, zonder huwelijksperspectief.
In dit artikel komen enkele facetten van deze problematiek aan bod, vanuit de ervaring van twee priesters-voorgangers via hun contacten met ouders en jonge mensen.Wat draagt jullie nog?
Het huwelijk is geen garantie voor trouw, geen remedie voor relatieproblemen, geen levenslange veiligheid. Dat weten ouders van volwassen kinderen even goed als de kinderen zelf, zeker in deze tijd van kortademige relaties en echtscheidingen. Ouders kunnen evenveel liefde en steun krijgen van hun samenwonende als van hun gehuwde kinderen. Al die zogenaamde ‘garanties' vormen dus doorgaans niet het onderwerp van hun zorg.
Wat ouders vooral bezighoudt ten aanzien van hun kinderen, is de vraag: wat draagt jullie nog? Welke waarden hebben jullie? Wat maak je van je leven? Is alleen carrière maken en geld verdienen belangrijk? Want jullie werken hard, jullie zijn deskundig, jullie zijn goed van hart, maar je hebt haast geen tijd voor mekaar... Wat bezielt jullie leven en jullie relatie? Wat is dat leven als de merkstenen, de topmomenten zelfs niet meer geduid worden, als er geen symboliek meer is, geen viering?De zorg van de ouders betreft ook het individualisme dat ze ontmoeten. Alles wordt afgewogen aan: wat betekent het voor mij? Wat voor meerwaarde heeft het voor mij? Als het mij niets oplevert, als het mij niet meer voldoet, dan hoeft het niet meer. Ouders vinden dat individualisme soms ook terug in hun kinderen: ik doe wat ik wil, ik voel me niet meer gebonden door een gemeenschap. Ik ga bij mijn vriend wonen en hij bij mij. En als het niet meer bevredigend is, gaan we uiteen.
Vroegere generaties werden opgevoed met het principe: als het niet goed gaat in de relatie, moet je alle mogelijke moeite doen opdat het zou beteren. Er werd vaak (te) veel geleden, vooral door vrouwen, maar men probeerde door moeilijke tijden heen te groeien. Nu houdt men van in het begin rekening met de realiteit dat een engagement, waarvan men gelooft en hoopt dat het duurzaam zal zijn, toch kan stuklopen. Het is niet dat ouders hun kinderen niet gunnen dat ze meer vrijheid en keuzemogelijkheden hebben dan vroegere generaties. Hun grote zorg is: als ze toch maar een houvast hebben, als er maar iets is dat hen draagt.
Trouwen voor de kerk: een meerwaarde?
Wanneer jonge mensen bij de pastoor aanbellen en vragen om kerkelijk te trouwen, is dat een hele stap en ook een teken dat ze hun samenleven op een zinvolle manier willen duiden. De meeste van die jongvolwassenen zijn niet echt kerkelijk, en sommige kerkmensen vinden dat er strikte eisen gesteld moeten worden betreffende het toedienen van het sacrament van het huwelijk, onder meer dat de betrokkenen elke week naar de mis gaan (wat een kerkelijke wet is en geen evangelische). Toch pleiten de meeste pastores voor een pastoraal van de uitnodiging, waarbij van de aanvrager van het sacrament niet mag worden geëist dat hij of zij zich ten volle bewust is van de diepere betekenis ervan. Gods liefde is niet.voorwaardelijk en niemand heeft het recht de waarde van de motivatie van anderen te beoordelen, vooral omdat die motivatie voor velen moeilijk te verwoorden is.
De waarom-vragen zijn de moeilijkste vragen. Bij veel jongvolwassenen leeft een religieus levensbesef. Ze gaan niet dikwijls naar de kerk maar ze geloven wel en ze zijn gevoelig voor het mysterie van het leven en de liefde, en wat hen daarin overstijgt. Ze vinden er geen woorden voor, kunnen ook niet precies zeggen waarom ze hun huwelijk kerkelijk willen laten inzegenen. Maar ze hebben behoefte aan symbolen om te duiden wat ze niet kunnen uitdrukken. Het schamele woordje "ja" dat ze uitspreken voor degene met wie ze door het leven willen gaan, voor familie en vrienden als getuigen en ook voor God, heeft een enorme betekenis bij deze grote stap in hun leven en bij het wonderlijke van de liefde die ze ervaren.Dit is echt van ons
Afgezien van enkele koppels die helemaal niet vertrouwd zijn met lezen en schrijven, willen de meeste huwelijkskandidaten hun huwelijksviering zelf samenstellen als ze de kans krijgen. Ze moeten dan van de voorganger wel het verloop van de viering krijgen wanneer er een eucharistie bij is, omdat ze doorgaans een essentieel onderdeel vergeten of van plaats veranderen. Meestal krijgen ze ook teksten mee waaruit ze kunnen kiezen als ze zelf niets hebben. Ze vinden het opstellen van hun eigen huwelijksviering niet alleen een zinvolle bezigheid, maar ze hebben er ook echt deugd aan. Gewoonlijk begint het meisje met teksten zoeken en maken, en zegt de jongen wat hij goed vindt en wat niet. Maar naarmate het voorbereidingsproces vordert, raken ze allebei enthousiast en betrekken ze er ook familie en vrienden bij. Ze voelen hoe belangrijk het is om met de diepere dimensie van de relatie bezig te zijn, iets waarvoor ze vaak geen tijd maken.
In de meeste dekenaten kunnen huwelijkskandidaten een huwelijksvoorbereiding volgen. In het dekenaat Aarschot bijvoorbeeld zijn dat drie avonden, begeleid door drie of vier koppels (tussen 30 en 40 jaar) en een priester. De nadruk ligt op het groeiproces van degenen die trouwen. Terwijl de voorbereiding op een trouwfeest hoofdzakelijk rond materiële dingen draait, en er weinig tijd is voor de partners om echt met mekaar van gedachten en gevoelens te wisselen, kan dat bij zo'n huwelijksvoorbereiding wel. De avonden zijn bedoeld om naar zichzelf en naar mekaar te luisteren en dieper in te gaan op communicatie, op wat belangrijk en moeilijk is in de relatie en in het samenleven, op wat gelovig zijn betekent voor de partners... Voor de koppels die deze avonden volgen, is het een echte ontdekkingstocht.Met of zonder eucharistieviering
Veel jongeren die kerkelijk willen trouwen, zijn verbaasd als ze horen dat die kerkelijke bevestiging ook mogelijk is zonder eucharistieviering en dat het vroeger zelfs gebruikelijk was. In de eerste eeuwen nam de Kerk de beginselen van het Romeinse recht over en alles gebeurde in familieverband. De verloving vond plaats tijdens een familiemaaltijd. Na de wederzijdse huwelijksbeloften overhandigde de bruidegom een ring aan het meisje en enkele geschenken bij wijze van onderpand. Het huwelijk vond plaats in het ouderlijk huis van het meisje, dat een bloemenkroon op het hoofd had en een sluier droeg die de huwelijksstaat symboliseerde. Het huwelijkscontract werd gelezen en ondertekend, de wederzijdse toestemming gegeven en de handen werden samengevoegd. Dat laatste was een teken van de overgave van het meisje door haar vader, als vervulling van de verlovingsbeloften. Dan volgde het opdragen van een offer en het feestmaal. `s Avonds bracht de bruidsstoet de bruid naar haar man en haar nieuwe thuis. Vanaf de vierde eeuw begon de vorming van een christelijk huwelijksritueel dat aanvankelijk bestond uit het opleggen van de sluier en de zegen, terwijl de wederzijdse beloften, de ring en het huwelijkscontract nog niet in de huwelijksliturgie opgenomen waren. In de Middeleeuwen gebeurde het geven van de wederzijdse toestemming in het bijzijn van de priester en de zegen aan de kerkdeur, eventueel voor of na een misviering. "Het wezenlijke element van het huwelijkssacrament bestaat in de toestemming, en de rol van de priester beperkt zich in het Westen vanaf het begin tot het zegenen van het bruidspaar en sinds enige eeuwen tot het officieel getuige zijn van de verbintenis”, (Liturgisch woordenboek, 1027).
Vooral voor niet-kerkelijke jongeren kan het zinvol zijn om hun huwelijksbeloften te omkaderen met lezingen, getuigenissen en muziek, zonder het grote dankgebed en de communie die bij de eucharistie horen. Het hoogtepunt is dan het ja-woord dat ze uitspreken voor elkaar en de gemeenschap en de symboliek van de ringenOuders reageren op zeer verschillende manieren. Er zijn er nog die zeggen: als je niet voor de kerk trouwt, kom je bij ons niet meer binnen. In plaats van te breken met hun ouders, kiezen jongeren dan soms toch voor een kerkelijke bevestiging. Als ze de vorm mogen kiezen, zullen ze wellicht opteren voor een boeiende viering met actieve deelname van familie en vrienden en zinvolle teksten, maar zonder mis. Heel wat jongeren hebben een ‘achterban' die een kerkelijk huwelijk erg bizar vindt, en in bepaalde milieus, onder meer van snobs in de literaire en de mediawereld, worden ze belachelijk gemaakt als ze voor de kerk trouwen. Een viering zonder eucharistie is dan een haalbaarder compromis voor koppels die hun ouders en grootouders niet voor het hoofd willen stoten, maar ook hun vrienden niet.
De juiste golflengte zoeken
In de mate dat een viering zinvol, krachtig en herkenbaar is en de aanwezigen raakt, zullen zowel ouderen als jongeren er iets aan hebben. Voor velen is de eucharistieviering een aftandse, starre gebeurtenis die niet aansluit bij hun leven. Ze zijn er niet tegen, maar ze hebben er niets aan. Toch willen ze iets zinvols uitdrukken bij het feit dat ze bewust voor elkaar gekozen hebben, want dat betekent veel in hun leven. Ze zoeken naar een vorm om daarvan te getuigen in het bijzijn van mensen die belangrijk zijn voor hen. Die vorm moet hen aanspreken, moet hen raken. Het dankgebed en de communie zijn voor de meesten niet belangrijk, niet rijk aan belang. Het jawoord in het bijzijn van nabije mensen, getuigenissen, teksten, symbolen die uitdrukken dat hier echt iets gebeurt dat hen overstijgt, dat alles is wel rijk aan belang. En daarom wordt het ook aanvaard, zelfs door hun "ring"rijke vrienden die achteraan geïnteresseerd zitten volgen. Ze herkennen wat echt is, wat aansluit bij hun leven. Ze ondergaan de viering niet, ze zijn erbij betrokken. Wanneer een voorganger de juiste golflengte vindt, voelen de aanwezigen zich betrokken bij de viering die voor het koppel, en daarom ook voor hen, belangrijk is. Als de kerkelijke bevestiging iets betekent voor het koppel, wordt ze ook aanvaard door de mensen die hen nabij zijn.
Meer dan een show
Sommige niet-kerkelijke jongeren trouwen voor de kerk met een eucharistieviering vanwege het show-element. De kerk wordt omgetoverd tot een showzaal met monsters van bloemstukken. Er zijn fotografen en cameramensen die voortdurend ergens opduiken. Er is een ceremoniemeester met witte handschoenen die de priester reduceert tot een marjonet, die de mensen doet opstaan en zitten, die in hun plaats antwoordt en die `ten gepaste tijde' het trouwboekje en de ringen overhandigt - want hij moet toch iets doen voor zijn geld! Er zijn peuters van een jaar of twee die al kraaiend ronddoddelen en meer aandacht krijgen dan het koppel dat trouwt. Er is vijf keer muziek - alles samen zowat een half uur - en wanneer de hele ceremonie achter de rug is, wacht buiten de ritus van degenen die niet in de kerk waren: de rijstgooiers, de duiven- en ballonnenoplaters.
Het gaat hun niet om de symboliek of de vruchtbaarheidscultus - daar hebben ze zelfs nog nooit van gehoord - maar om het gegil, de hilariteit, de verrassingsaanval en de gags waarbij elke originaliteit zoek is.
Bij dergelijke kerkelijke ceremonies heeft de voorganger dan het gevoel dat er eigenlijk niets gebeurd is en dat dit feestje beter buiten de kerk was doorgegaan.
Gelukkig zijn dit uitzonderingen. De meeste koppels die zelf hun viering samenstellen, en de voorganger die hun verlangen naar diepte en zin en hun behoefte aan symboliek helpt verwoorden, maken er een menselijk en gelovig gebeuren van. Ze voelen dat ze in deze viering alle praktische en materiële beslommeringen even van zich af kunnen zetten en in verwondering stilstaan bij de liefde die hen overstijgt.Lut DEBROEY
Uit Mensen Onderweg sept. 1999 nr 7