Onderlijn
wat jullie in het bijzonder aanspreekt
in de hiernavolgende teksten,
geselecteerd door verloofden:Emmaüsgangers : samen op weg gaan (Lucas)
Vrienden, laten wij elkaar liefhebben (Johannes)
Het huwelijk (Kahlil Gibran)
Als ik de liefde niet heb (Paulus)
Het scheppingsverhaal (Genesis)SAMEN OP WEG GAAN (Lucas 24, l3-35)
Wij lezen uit het Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.13 Op de dag van Pasen waren twee leerlingen van Jezus
op weg naar een dorp, dat Emmaüs heette
en op een paar uur van Jeruzalem lag.14 Zij spraken met elkaar over al wat gebeurd was.
15 En terwijl zij zo aan het praten waren
en van gedachten wisselden
kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee.16 Maar hun ogen waren niet bij machte hem te herkennen.
17 Hij vroeg hun:
Waarover hebt gij het zo druk met elkaar onderweg
Met een bedrukt gezicht bleven zij staan.18 Eén van hen, een zekere Kleopas, antwoordde:
Zijt gij dan de enige inwoner van Jeruzalem
die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd?19 Wat dan, vroeg hij?
Wel, zeiden zij, wat gebeurd is met Jezus van Nazaret,
een man die profeet was, machtig in woord en daad
in de ogen van God en van heel het volk!20 Hoe onze hogepriesters en leiders
hem hebben overgeleverd
om hem ter dood te laten veroordelen,
en hoe zij hem gekruisigd hebben.21 En wij, die in de hoop leefden
dat hij het was die Israël zou verlossen!
Nu is het al de derde dag sinds dat allemaal gebeurd is.25 Hij zei hun:
Oh wat zijt gij toch domme mensen
en traag om te geloven wat de profeten gezegd hebben!26 Moest de Christus dit alles niet lijden
om in zijn heerlijkheid binnen te gaan?27 Vanaf Mozes doorliep hij dan met hen alle profeten
en legde hun alles uit wat in de Schriften
op hem betrekking had.28 Zo kwamen zij in het dorp waar zij moesten zijn,
maar hij deed alsof hij nog verder wilde.29 Zij drongen hij hem aan : Blijf toch hij ons;
het wordt al avond en de dag loopt ten einde.
Hij ging met hen mee naar binnen en bleef hij hen.30 Toen zij aan tafel waren, nam hij het brood,
sprak de zegen uit, brak het in stukken
en reikte het hun toe.31 Het was alsof hun ogen nu opengingen:
zij herkenden hem!
Maar, op hetzelfde ogenblik was hij verdwenen.32 Toen zeiden zij tegen elkaar:
Voelden wij ons hart niet branden in ons
toen hij onderweg met ons sprak
en ons de Schriften verklaarde!33 Dadelijk stonden zij op en keerden naar Jeruzalem terug.
Daar vonden zij de elf,
die met hun vrienden hij elkaar waren...34 Toen vertelden zij wat onderweg gebeurd was
en hoe zij hem herkend hadden
bij het breken van het brood.(eigen vertaling)
WIJ LEZEN UIT DE EERSTE BRIEF VAN JOHANNES (1 Joh. 4, 7-12)7 Vrienden,
laten wij elkaar liefhebben
want de liefde komt van God.
Iedereen die liefheeft
is een kind van God en kent God.8 Maar wie niet liefheeft
heeft God niet leren kennen
want God is liefde.9 De liefde van God
is onder ons openbaar geworden
doordat Hij zijn enige zoon gezonden heeft
opdat wij door hem zouden leven.10 De liefde bestaat er niet in
dat WIJ God liefgehad hebben,
maar dat GOD ons heeft liefgehad
en ons zijn zoon gegeven heeft...11 Vrienden,
als God ons zo heeft liefgehad
dan moeten wij ook elkaar liefhebben.12 Nooit heeft iemand God gezien,
maar als wij elkaar liefhebben
dan is God in ons midden
en dan is zijn liefde ten volle in ons.(eigen vertaling)
KAHLIL GIBRAN, De Profeet (1883-1931)
Wij lezen uit het werk van de Libanese dichter Kahlil Gibran waar hij schrijft over het huwelijk.Iemand uit het volk vroeg aan de profeet:
En wat kunt gij ons zeggen over het huwelijk?En hij antwoordde:
Tezamen zijt gij geboren, en tezamen zult gij voor immer zijn.Gij zult tezamen blijven,
als de witte vleugels van de dood uw dagen verstrooien.Ja, gij zult zelfs tezamen zijn in Gods stille herinnering.
Maar laten er tussenruimten zijn in uw tezamen zijn.
Laat de winden des hemels tussen u dansen.Heb elkander lief, maar maak van de liefde geen kluister:
Laat zij veeleer zijn een golvende zee tussen de kusten van uw zielen.
Vul elkanders beker, maar drink niet uit dezelfde beker.
Deel uw brood met elkaar, maar eet niet van hetzelfde stuk.
Zing en dans tezamen en wees blij, maar blijf ieder van u alleen,
Zoals de snaren van een luit alleen zijn, al doortrilt hen dezelfde muziek.Geef uw harten, maar geef ze niet aan elkander in bewaring.
Want alleen de hand des Levens kan uw harten bevatten.
En sta tezamen, maar niet te dicht bijeen:
Want de zuilen van de tempel staan ieder op zichzelf,
En de eik en de cypres groeien niet in elkanders schaduw.(eigen vertaling)
Korintiërs 13, 1-13
Wij lezen uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinte.Zusters en broeders,1 Al zou ik alle talen ter wereld spreken,
als ik de liefde niet heb
ben ik niet méér dan een cimbaal,
prachtig klinkend, maar onbezield.2 Al zou ik profetische gaven hebben,
al zou ik alle geheimen kunnen doorgronden
en elke wetenschap kennen,
al zou ik een geloof hebben dat bergen verzet,
als ik de liefde niet heb
ben ik niets.3 Al zou ik alles uitdelen wat ik bezit,
al zou ik mijn lichaam prijsgeven aan de vuurdood,
als ik de liefde niet heb
baat het mij niets.4 De liefde is geduldig,
de liefde is zachtmoedig
Zij is niet afgunstig,5 zij praalt niet en geeft niet om de schone schijn.
Zij is niet uit op haar eigen belang.
Zij wordt niet verbitterd
en rekent het kwade niet aan.6 Zij schept geen plezier in het onrecht
maar vindt haar vreugde in de waarheid.7 Alles verontschuldigt zij,
alles gelooft zij,
alles hoopt zij,
bij alles houdt zij stand.8 De liefde zal nooit vergaan.
Profetische gaven zullen afgedaan hebben,
talen zullen verstommen
en ook wetenschap zal afgedaan hebben.9 Want ons kennen is stukwerk
en stukwerk ons profeteren.10 Maar wanneer het volmaakte komt
heeft ons stukwerk afgedaan.11 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind,
voelde ik als een kind, dacht ik als een kind
nu ik man geworden hen,
heeft het kinderlijke bij mij afgedaan.12 Thans kijken wij met een spiegel in een raadsel,
maar dan van aangezicht tot aangezicht.
Thans ken ik slechts ten dele,
maar dan zal ik ten volle kennen
zoals ikzelf gekend ben.13 Kortom, geloof, hoop en liefde blijven alle drie
maar de liefde is de grootste.(eigen vertaling)
Gen. 2, 4b-25 (passim)
Wij lezen uit het Boek der Schepping.4b Toen Jahwe God de aarde en de hemel gemaakt had5 was er op aarde nog geen enkele wilde struik te zien
en op de velden groeide er nog geen sprietje gras:
want Jahwe God had het nog niet laten regenen op de aarde
en er was nog geen mens om de grond te bewerken,6 om water uit de grond omhoog te halen
en de bodem te bevloeien.7 Toen boetseerde Jahwe God
uit het fijne stof van de aarde
de mens
en blies hem levensadem in de neus.
Zo werd de mens een levend wezen.8 Daarna legde Jahwe God een tuin aan
in de vlakte van Eden, ergens in het oosten
en daar plaatste Hij de mens die Hij geboetseerd had.9 Jahwe God liet uit de aarde allerlei bomen opschieten
heerlijk om te zien
en goed om van te eten...15 En aan de mens gaf Hij de beschikking over de tuin van Eden
om die te bewerken en te beheren...18 Toen sprak Jahwe God:
Het is niet goed voor de mens dat hij alleen blijft.
Ik zal een hulp voor hem maken die bij hem past
- iemand waarin hij zich herkennen kan.19 En Jahwe God boetseerde uit de aarde
alle dieren op het land en alle vogels in de lucht
en bracht ze bij de mens
om te zien hoe hij ze zou noemen.
De naam die de mens aan elk levend wezen zou geven,
die naam zou het dragen.20 De mens gaf namen
aan al de tamme dieren,
aan al de vogels in de lucht
en aan al de wilde beesten;
maar een hulp die bij hem paste
- een waaraan hij zijn eigen naam kon geven
vond de mens niet.21 Toen liet Jahwe God de mens verzinken in een diepe slaap,
en terwijl hij sliep nam Hij één van zijn ribben weg
en maakte het gat weer dicht met vlees.22 Dan bouwde Jahwe God uit de rib
die Hij van de mens genomen had
een vrouw
en bracht haar bij de mens.23 Toen riep de mens uit:
Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees!
«Isha» - dit betekent «vrouw» - zal zij heten
want uit een «Ish» - dit betekent «man» - is zij genomen.24 Zo komt het dat de man zijn vader en moeder verlaat
en zich zó aan zijn vrouw hecht
dat zij volkomen één worden.25 Zij waren beiden naakt,
de mens en zijn vrouw,
maar zij voelden geen schaamte voor elkaar.(eigen vertaling)