Het perfecte gezin bestaat niet Vorige maand promoveerde Annemie Dillen tot doctor in de Godgeleerdheid met een werk over gezin en Ethiek. Stof voor een expresso met Els Van Hoof. Zij zit op 28 mei het CD&V-gezinscongres in Brussel voor. "Probeer niet te doen alsof er niks aan de hand is" (Annemie Dillen, auteur doctorat "Gezin:à-Dieu?")
Annemie Dillen (26), Vital Decosterstraat 65, 3000 Leuven, tel. 016/32.84.01 - annemiedillen@theo.kuleuven.be dr. in de Godgeleerdheid. Laatste boek: "Insjallah, mevrouw van Annemie Struyf en Lieve Blancquaert over vrouwen in Afghanistan. "Boeiend en aangrijpend." Laatste film: Der Untergang over Hitler. "Roept heel wat vragen op. Gruwelijk, maar mijn voorlaatste film, Hotel Rwanda, was nog schokkender. Hoe kunnen mensen elkaar zoveel onrecht aandoen?" Houdt van: "wandelen, zeker in de bergen, bezig zijn met kinderen en van mijn vriend!"
Els Van hoof (36), Predikherenstraat 3, 3000 Leuven, tel. 02/238.38.55 els_van_hoof@hotmail.com - lic. politiek en soicale wetenschappen. Laatste boek: "het dagboek van poolreiziger Dixie Dancercoer" over het helend effect van het in gaan op passie. Laatste film: "ook Der Untergang. Ongelooflijk hoe een ziek megalomaan brein al Hitler mensen tot op het eind in zijn macht kon houden. Ongewild gingen mijn gedachten naar figuren van het Vlaams Belang". Houdt van: "opstap gaan met mijn gezin en rustig een krant lezen op een terrasje".
Annemie Dillen:
Mijn licentiaatsverhandeling gaat over de contextueel therapeut Ivan Boszormenyi Nagy. In mijn doctoraat zou ik nagaan wat zijn theorie over gezinsrelaties kon betekenen voor ethisch en theologisch denken. Maar ik heb dat opengbroken tot een reflectie op gezinnen uit ethisch standpunt. Ik zocht ook een nieuw thema. Over huwelijk in de theologie is al zeer veel geschreven. Over gezin en de ouder-kindrelatie veel minder, tenzij als het over religieuze opvoeding gaat.Els Van Hoof:
Er wordt minder gesproken over religie in gezinnen of over waarden. Terwijl men in een ouder-kindrelatie van een autoritair naar een overlegmodel evolueert. Maar daar is elke ouder niet even bedreven in. Ze worstelen met veel opvoedingsvragen. Bovendien zijn er nieuwe samenlevingsvormen. Tweeverdieners kampen soms met een schuldgevoel van "doe ik het wel goed" omdat ze te weinig tijd aan opvoeding kunnen besteden. Van hun kant hebben kindeen behoefte aan structuur, grenzen of zelfs gezag. U spreekt over "goed genoeg ouders": je mag ouder zijn zoals je bent; doe gewoon een beroep op je gezond verstand.Annemie Dillen:
Over dat worstelen met opvoedingsvragen is juist veel discussie: is dat wel zo? is dat een probleem? toont het niet meer betrokkenheid? komt het uit de idee dat ze zo perfect mogelijk moeten zijn en daarom raad vragen aan experts? Tegelijk is er een tegenbeweging vanuit de pedagogie die zegt: de antwoorden moeten niet van de experts komen, maar van de ouders zelf. Pas dus op voor de idee van de "expert zal het wel oplossen". Anderzijds zadelt het ouders op met meer druk.Els Van Hoof:
Nederlands onderzoek zegt dat tweeverdieners het inzake gezinsleven beter doen dan het traditioneel patroon met één kostwinner. De eersten plannen meer rond de kinderen, de andere minder omdat zij/hij er altijd is voor de kinderen.Annemie Dillen:
Er spelen tal van factoren . Maar als mensen een leven hebbben buiten het gezin, zullen ze zich wellicht ook beter voelen en nieuwe impulsen binnenbrengen. In het traditionele patroon belandt de vrouw die thuisblijft feitelijk in een ondergeschikte positie. Dat heeft misschien huiselijk veel waarde, maar maatschappelijk wordt dat nog te weinig erkend en gewaardeerd. Bij tweeverdieners zijn mannen - beperkt - wel meer geëngageerd in het huishouden. Dat kan ook mannen voldoeining geven.Els Van Hoof:
Dat zijn nieuwe inzichten. Meestal denkt men dat kinderopvang of meerdere opvoeders verwarrend is voor het kind. Vooral in kwetsbare gezinnen waar de vrouw thuisblijft omdat er te weinig toegankelijke of betaalbare kinderopvang is, worden kinderen van mechanismen van gezinsbegeleiding uitgesloten. Kwetsbare en/of kansarme ouders beschikken minder over een sociaal netwerk en zijn minder op de hoogte van bestaande diensten. Door die uitsluiting komen ze dikwijls in een vicieuze cirkel terecht. Want ook zij willen het best voor hun kinderen en zouden via die kinderopvang of via gezinsbegeleiding steun kunnen vinden.Annemie Dillen:
Wij staan vrij open tegenover kinderopvang. Als ik buitenlandse vrienden vertel dat bij ons een moeder van de geboorte van haar kind na drie maanden weer gaat werken, trekken ze heel grote ogen.Els Van Hoof:
Welke these hanteert u in uw doctoraat?Annemie Dillen:
Het perfecte gezin bestaan niet. Dat zijn we niet gewend want wij - zeker ook vanuit de theologie en de ethiek stellen het ideaal voorop. Maar je hoeft niet perfect te zijn, dat kan niet. En als je dat wil, bestaat de kans dat je anderen (kinderen, partner;...) onrecht aandoet. Het erkennen van grenzen is erkennen dat je zelf niet alles kan. Dat is ook de basis van religie: je moet een beroep doen op geloof - in God voor christenen - maar ook op vertoruwen in de anderen. En maak je fouten, dan is dat niet het einde van de wereld.Els Van Hoof:
Gaat het in gezinnen waar religie een plaats heeft beter?Annemie Dillen:
Dat is gevaarlijk om dat zo te stellen. Statistisch onderzoek zegt wel dat kinderen die zich gelovig - in brede zin - noemen, over het algemeen het gezin als hechter ervaren en meer betrokkenheid van hun vader en moeder ervaren. Dat kan natuurlijk omdat de ouders zelf gelovig zijn. Vanuit het ideaal van hun geloof zijn ouders misschien ook meer geneigd problemen te verdoezelen.Ideaal
Els Van Hoof:
Zijn christenen niet meer gericht op de anderen, in een ruimere gemeenchap met sociale netwerken? Zodat je met je vragen ook daar terecht kunt?Annemie Dillen:
Die openheid voor anderen is een christelijk ideaal maar geldt niet alleen voor christenen. Parochies, het lokale netwerk... spelen wel een belangrijke rol. De vraag is hoe dat netwerk functioneert. Het kan heel bevrijdend werken, maar je moet opletten voor misinterpretaties of excessen.Els Van Hoof:
Religie kan een rol spelen in een brede opvoedingsondersteuning. Want vanaf het kraambed ligt het accent meestal op praktische zaken. Het gaat om kennis, minder om hoe je je voelt, hoe je denkt... Sowieso krijgen jonge gezinnen vanuit de overheid weinig stimulansen. Men is nu bezig om in het raam van duurzame relatievorming discriminaties weg te werken voor gehuwden, samenwonenden, holebi's... We moeten durven zien wat het effect van de keuzes van volwassenen is op het welzijn van kinderen.Annemie Dillen:
Ik meen dat minster Vervotte een studie over gezinseffecten van alle beleidsmaatregelen laat maken.Els Van Hoof:
Eindelijk hebben nog eens een minster van het Gezin. Het regeerakkoord spreekt ook treffend over het welzijn van kinderen: "Wat goed is voor de ouder, moet beter zijn voor het kind."Annemie Dillen:
Dit bewijst dat goede vorming belangrijk is. Belangen van ouders en kinderen zijn lang niet tegenstrijdig. Maar het eerste wat moet gebeuren is ouders ondersteunen in de opvoeding: zij willen het beste voor hun kind. Zij zijn de eerste verantwoordelijke maar kunnen die verantwoordelijkheid niet altijd opnemen.Els Van Hoof:
Een kind heeft behoefte aan een ouder die zich goed voelt in zijn vel. Heeft de toename van geweld in het gezin te maken met de druk en dat ideaalbeeld?Annemie Dillen:
Mijn reactie tegen dat idee van perfectie is o.m. vanuit een bekommernis voor huiselijk geweld. Dan zeg ik: probeer niet te doen alsof er niks aan de hand is. Maar het is alleszins één aspect dat als men té sterk het allemaal té goed wil doen, er mogelijk te veel eisen worden gesteld aan jezelf en aan je kinderen. Voor het gezin moet men ook altijd kijken naar de banden met alle beleidsdomeinen. Neem onderwijs: hoeveel aandacht gaat er naar kinderen uit een echtscheiding?Els Van Hoof:
Dat vraagt veel van een leekracht. In theorie is dat mooi.Annemie Dillen:
Leerkrachten hoeven geen perfecte opvoeders te zijn maar ze moeten er wel gevoelig voor zijn. Relatieopvoeding is wat in lerarenopleidingen nog ontbreekt: waar kunnen ze mee geconfronteerd worden: hoe moeten ze er op reageren; hoe kunnen ze het zien en hoe kunnen ze het probleem doorverwijzen.Els Van Hoof:
Wat zou u als minster van Gezin als eerste beleidsmaatregel uitvaardigen?Annemie Dillen:
Spontaan denk ik aan meer aandacht voor huiselijk geweld, over (echtscheidings)bemiddeling en organisaties die zich ermee bezighouden financiële impulsen te geven. Meer preventie, meer ruimte opdat partners zouden kunnen onderhandelen. Alles hoeft niet direct in juridische procedures te verzanden.
Copie uit "Ampersand Jaargang 5 - mei 2005 Maandblad van CD&V"