11 november-viering in de kerk van Everberg
woensdag 11/11/2009
HOMILIE VAN PASTOOR THEO BORGERMANS
Vandaag, 11 november, gedenken wij de slachtoffers van beide wereldoorlogen. En het is ook de tijd dat je veel hoort zeggen: "Nooit meer oorlog", terwijl er - ook vandaag nog - op vele plaatsen in de wereld oorlog wordt gevoerd.
Hebben wij, hier in Vlaanderen, nog wel enig besef wat 'oorlog' eigenlijk is? Er zijn in onze omgeving niet zoveel mensen meer die het nog hebben meegemaakt.
Wij vinden 'vrede' - of beter gezegd - 'nooit meer oorlog' - zo normaal bij ons, dat we er nog zelden bij stilstaan. En toch is ook bij ons - soms zelfs in eigen familie of buurt - er niet altijd echte vrede.
'Echte vrede' is immers een toestand waarin je kan leven 'zonder wantrouwen' tegenover medemensen.
Iedereen wil 'vrede'. En toch blijft er heel wat onvrede bestaan rondom ons: want we zijn zelf zo vlug wantrouwig; we zijn zo snel op onze teen getrapt, we maken ons zo makkelijk kwaad: omdat we ons niet zo goed voelen in ons vel, eigenlijk omdat we soms niet leven in vrede met onszelf, onszelf niet aanvaarden zoals we zijn.
Je moet eerst 'tevreden zijn met jezelf', wil je in vrede kunnen leven met anderen: met je gezinsleden, je familie, je vrienden, je buren,...
Zodra je jezelf kan aanvaarden zoals je bent, ben je innerlijk ook veel rustiger om de mogelijke problemen van medemensen te begrijpen, te verstaan, te zien. Dan pas ga je ook minder stel beoordelen en veroordelen: de eerste stap naar vrede.
Mensen reageren op je op dezelfde wijze zoals jij hen aanspreekt, bekijkt, beoordeelt:
Als je brutaal/kwaadaardig omgaat met medemensen, dan reageren zij meestal ook zo tegenover jou.
Als je met medemensen vriendelijk, vredig, rustig omgaat, dan gaan zij automatisch ook zo reageren tegenover jou.
Vandaar dat de eerste voorwaarde is: in vrede leven met jezelf en van daaruit vloeit bijna automatisch "de vrede rondom U".
Hoe méér mensen in vrede leven met zichzelf, zichzelf aanvaarden zoals ze zijn: des te méér groeit er vrede in onze omgeving en wellicht ook wereldwijd.
Probeer het maar eens uit. Je hebt daartoe niet veel talenten nodig: je moet die weinige talenten alleen maar willen gebruiken. Amen.***
TOESPRAAK VAN BURGEMEESTER CHRIS TAES
Geachte Oudstrijders,
Mijnheer de Ereburgemeester,
Mijnheer Pastoor,
Collega’s uit het schepencollege, de gemeenteraad en het OCMW,
Geachte vertegenwoordigers van de militaire overheid,
Beste leerkrachten en leerlingen van onze basisscholen,
Dames en Heren,Vandaag gedenken we de Oudstrijders van beide wereldoorlogen. We eren hun inzet en hun engagement en we betuigen onze dank voor het offer dat ze brachten.
De grote wereldconflicten werden en worden op verschillende niveaus uitgevochten. Om te beginnen in de hoofden van de machthebbers en wereldleiders. Vaak ontstaan oorlogen omwille van enorme economische belangen, die verpakt worden in emotionele symbolen en ideologische strijdpunten, bedoeld om de bevolking te motiveren tot een irrationele strijd. Dat was al zo in de tijd van de Romeinen en het is nog steeds zo in 2009, met geallieerde westerse troepen die in Irak en het Midden-Oosten een bittere oorlog voeren om olie, in naam van de wereldvrede en de democratie.
Vervolgens krijgen die wereldconflicten vorm op de tekentafels van militaire strategen en hun adviseurs die rechtstreeks gevoed worden door een fenomenaal industrieel complex dat een beroep kan doen op de nieuwste technologieën en de knapste ingenieurs. De bedoeling is de vijand de grootst mogelijke schade toe te brengen, met de geringst mogelijke terugslag voor het eigen militaire apparaat. Daarbij worden kosten noch moeite gespaard. Het hoogste goed mag tegen de hoogste prijs worden betaald.
Maar uiteindelijk worden die wereldconflicten uitgevochten op een slagveld, door mensen van vlees en bloed, jonge mensen die hopen ooit gezond naar huis te kunnen terugkeren, die vader of moeder zijn, broer of zus, die plots soldaten worden, die moeten functioneren in en voor het systeem en die geacht worden hun leven veil te hebben voor de verdediging van het vaderland.
Wat we in hen bewonderen, is niet zozeer hun uitzonderlijke heldhaftigheid – er zullen ongetwijfeld méér modale mensen hebben tussengezeten dan geboren helden – maar wel hun gezamenlijk engagement voor het algemeen belang, voor een aantal eenvoudige waarden die hen overstegen, maar die ze diep in zichzelf belangrijk genoeg vonden om er – letterlijk – voor te vechten.
Daarom is het ook vandaag nog van groot belang om de 11-novembervieringen te blijven organiseren en vooral om kinderen en jonge mensen het verhaal te blijven vertellen van onze Oudstrijders en de waarden die ze met hun leven hebben verdedigd. Het gaat daarbij niet om de stoffige romantiek van sterke verhalen, maar om de ontroerende vaststelling dat ze zich tot het uiterste hebben gegeven om anderen, om ons te dienen.
Waarschijnlijk waren onze ouders en grootouders die meevochten in de tweede wereldoorlog ook wel bang om te sterven en om al hun geliefden achter te laten. Maar ze waren bereid om te vechten voor iets dat groter was dan henzelf, voor een ideaal van solidariteit, vrijheid en gelijkheid waarin ze oprecht geloofden en dat hen de kracht gaf boven zichzelf uit te stijgen.
Vandaag vraagt men van ons gelukkig niet dat we naar het front trekken om te vechten. Maar we moeten ons wel voortdurend bewust blijven van het feit dat we niet alleen voor onszelf en voor onze directe noden en impulsen leven. Het is onze morele plicht om samen het ‘algemeen belang’ na te streven.
Dat betekent concreet dat we niet altijd vragen wat de overheid of de ànderen voor ons kunnen doen, maar wel wat wij voor de anderen en voor het grotere geheel kunnen betekenen. Meer dan ooit is het van belang dat we ons ook op persoonlijk vlak verantwoordelijk voelen voor het welzijn van de mensen uit onze onmiddellijke omgeving: ons gezin, onze familie, onze buurt, onze wijk, onze gemeente, ons land.
Er zijn zo vele officiële sociale voorzieningen, dat we af en toe de neiging hebben om ervan uit te gaan dat “men” wel voor die buur of die medemens zal zorgen. Laat ons die “men” een gezicht geven. Laat ons zelf solidair zijn met medemensen die het moeilijk hebben, die vereenzaamd zijn, die zich uitgesloten voelen, die ziek worden, die behoefte hebben aan een schouderklop of een steuntje in de rug. Dàt is het soort samenhorigheid en het soort samenleving waarvoor de Oudstrijders gevochten hebben, tegen de vernietigende pletwals van het fascisme en de dreiging van een totalitair regime waarin de staat alles wou bepalen, ook wat men wel of niet mocht denken of dromen.
Wat ons fundamenteel bindt is niet het soort kleren dat we dragen of het saldo op onze bankrekening, maar onze verbondenheid als mensen, het respect dat we opbrengen voor elkaars kwetsbaarheid en het ultieme besef dat we alleen sàmen oprecht gelukkig kunnen zijn.
In die zin mag 11 november niet alleen een herdenking van Oudstrijders zijn, maar moet het een feest van hoop en verzoening zijn, waarbij we ons geloof uitdrukken in de vrede en in elkaar, als mensen van goede wil, die het beste met elkaar voor hebben.
Vrede is meer dan de afwezigheid van oorlog en geweld. Vrede is een mentaliteit die we moeten koesteren en voeden in de stilte van ons hart en die we moeten bewijzen in onze dagelijkse omgang met onze medemensen.
x x x
Ik nodig nu graag alle aanwezigen uit voor een korte bloemenhulde aan het monument van de Oudstrijders aan de uitgang van de kerk. Nadien biedt het gemeentebestuur u een receptie aan in de herberg op het plein, waar we zeker nog herinneringen en toekomstplannen kunnen uitwisselen.
We maken nu alvast afspraak voor de volgende 11-novemberviering in 2010.
Chris Taes
Burgemeester