Het perfecte gezin bestaat niet
Annemie Dillen promoveert met proefschrift over gezinsethiek![]()
13/04/2005
Copie uit "De Standaard"Het perfecte gezin bestaat niet. Gezinnen zijn altijd ,,under construction''. Zoals een kunstwerk in opbouw kunnen ze toch al mooi zijn, hoewel ver van af. En ook in gezinnen waar iets misloopt, kunnen mensen veerkrachtig genoeg zijn om terug iets positiefs op te bouwen. Dat zegt Annemie Dillen (26), die vrijdag in Leuven promoveert tot doctor in de godsgeleerdheid.
DILLENS proefschrift - ze wordt de jongste doctor aan haar faculteit ooit - behandelt gezinsethiek, bekeken vanuit een theologische context. Eenvoudig gezegd gaat het over de vraag wat goed en wat slecht is binnen gezinnen, en welke normen moeten en kunnen worden nagestreefd. Ze koos voor het onderwerp uit persoonlijke interesse, maar ook omdat er binnen de wetenschap van de theologie nog niet zo vaak over gezinnen is geschreven.
,,Er zijn massa's teksten over het huwelijksleven, waaruit dan volgens de Kerk het gezinsleven volgt. Maar het is niet omdat er een huwelijk aan de basis ligt, dat al wat volgt per definitie goed is'', zegt de jonge promovenda. ,,In elk gezin, hoe het ook is ontstaan, zijn positieve en minder positieve zaken aanwezig.''
Haar proefschrift wil tegelijk een antwoord bieden op de vraag van pedagogen, die de jongste jaren heel veel cijfermateriaal over gezinnen hebben verzameld. Dillen: ,,Het is niet evident om normatieve conclusies te trekken uit al die cijfers. Ook ik aarzel daarbij. Maar een pedagogische visie heeft wel nood aan een ethische visie, aan een antwoord op de vraag waar je met gezinnen naartoe wil. Dat heb ik geprobeerd te formuleren.''
Eerste stelling: het gezinsleven wordt te fel geïdealiseerd.
,,In de reclame, vaak ook in de media, overal wordt het 'perfecte gezin' opgevoerd. Dat ideaal is doorgaans te hoog gegrepen en het is ook te verhullend voor het onrecht dat binnen gezinnen kan gebeuren, voor het falen. Mensen zijn niet perfect, gezinnen zijn het ook niet. Als het ideaal overheerst, durft men met dat falen niet meer naar buiten te komen en dan kan men ook geen beroep doen op hulpverlening of ondersteuning.''
,,Wat ik naar voren schuif is het ' goed genoeg'-ouderschap : ook als je niet perfect bent, voldoe je nog. Hieronder kan een religieuze basis zitten, maar het hoeft niet. Wie gelooft, weet zich door God aanvaard, ondanks al zijn of haar fouten. Het idee dat je er mag zijn zoals je bent, dat je je niet hoeft over te leveren aan het quasi ongenadige oordeel van anderen.''
Tweede stelling: het gezinsleven is geen privé-zaak.
,,Gezinnen kunnen zich maar ontwikkelen in en door contacten met anderen. Gezinsleden zijn nooit volledig complementair, alsof de rest van de wereld overbodig is. Het is juist door steun van buitenaf dat je kunt evolueren. Achter gesloten deuren moet alles perfect zijn. En zoals ik al zei: niemand is perfect. Door de deuren open te zetten, laat je ruimte voor beperktheid, met kansen op groei.
De samenleving draagt verantwoordelijkheid voor het welbevinden van gezinnen. Gezinsethiek gaat ook hierover: dat gezinnen in moeilijkheden financieel en sociaal ondersteund worden. Dat kinderen in armoede vervallen doordat hun ouders scheiden of hun moeder alleenstaand is, is onaanvaardbaar. We moeten vangnetten voorzien. Het Alimentatiefonds beantwoordt daaraan. Maar ik geef toe dat dit een complex probleem is: gescheiden ouders moeten ook aangemoedigd worden om zelf hun alimentatiegeld te betalen. Als ze dat niet doen, moeten we ons afvragen waarom niet? De ondersteuning aan gezinnen in crisis draait niet om centen alleen.''
Derde stelling: gezinnen zijn veerkrachtig.
,,Ik pleit tegen een strikte scheiding van de cultuur van het leven aan de ene kant en een cultuur van de dood aan de andere kant. Negatieve ervaringen of crisissen, zoals een echtscheiding of kindermishandeling, hoeven niet voor altijd voor problemen te zorgen. We moeten ruimte laten voor de veerkracht van mensen. Ondanks de dood, ondanks het negatieve, is er nog leven mogelijk of kan er nieuw leven ontstaan. In religieuze termen is dat de idee van de verrijzenis.
De Kerk moet nog leren om op een andere manier over deze gezinnen te spreken. Ze hoeft niet te zeggen dat scheiden okay is, maar ze kan erkenning opbrengen voor de positieve zaken die uit een gezinscrisis kunnen ontstaan. In de pedagogie is deze visie al langer doorgedrongen; men kijkt er niet enkel naar de tekorten, maar ook naar de kansen. Neem kinderen die bij hun ouders een echtscheiding hebben meegemaakt: ondanks de reële last die dat meebrengt, kunnen velen zich toch goed ontwikkelen. Een echtscheiding tekent mensen blijvend, maar wie gescheiden is hoeft daar niet de rest van zijn of haar leven gebukt onder te gaan.''
Vierde stelling: mannen en vrouwen hebben allebei een dubbele roeping.
,,De feministen zeggen het al lang, maar vanuit kerkelijke hoek was het niet altijd evident: mannen en vrouwen moeten allebei zowel binnen- als buitenshuis hun verantwoordelijkheden opnemen. Soms hebben vrouwen nog het idee: als ik voor mijn man en kinderen zorg, heb ik toch genoeg liefde gegeven? Daarin schuilt het gevaar dat je teveel gewicht op je gezin legt en er teveel van gaat verwachten. Omgekeerd is het goed voor de samenleving als ieder buiten het gezin taken opneemt. Ik spreek niet per se over betaalde arbeid.
Ook mannen moeten binnenshuis taken opnemen, en waarom ook niet de kinderen? Het gaat om een totaalvisie waarbij het hele gezin verantwoordelijkheid draagt, zowel voor zichzelf als voor anderen. Het is de verdienste van deze paus geweest, wat men verder ook over zijn visie kan zeggen, dat hij respect heeft gevraagd voor de arbeid van vrouwen. Het ging in dat verband wel vaak over het moederschap en gezinsarbeid, maar het is goed dat hij daar respect voor heeft gevraagd: hoe anders kunnen we mannen ertoe bewegen meer van deze taken op zich te nemen?''
Vijfde stelling: kinderen verdienen een rechtvaardige en democratische opvoeding.
,,Als men pleit voor democratie en rechtvaardigheid in de samenleving, moet men dat ook toepassen binnen het eigen gezin. Kinderen hebben recht op inspraak, op een mening. Ouders moeten naar hen durven te luisteren en met hen overleggen. De tijd is voorbij dat volwassenen hun visie zomaar kunnen opdringen, omdat het kind een nog-niet-volwassene is. Kinderen kunnen en weten zelf al heel wat.
Dat geldt ook voor de religieuze opvoeding, voor wie dit aanbelangt. Kinderen hebben eigen vragen en inzichten op dit vlak: neem die ernstig, praat erover.
Kinderen gelovig opvoeden is niet alleen relevant voor de toekomst van de Kerk. Het is volgens mij relevant voor de kinderen zelf. Dat ze leren dat de wereld niet stopt bij wat ze zelf zien, voelen en ervaren. Dat er meer in zit. En als je daar als ouder echt niet in gelooft, maak ook dat dan duidelijk aan je kinderen. Geef hen een expliciete levensvisie mee, waarmee ze kunnen instemmen of zich tegen kunnen afstemmen. Ik geloof niet dat je kinderen in volledige neutraliteit kunt opvoeden. Onbewust geef je toch een visie mee, en het is beter om die te expliciteren. Als kinderen weten waar je zelf voor staat, is het makkelijker voor hen om hun eigen positie te bepalen.